Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-05-07
ECLI:NL:RBGEL:2024:3057
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste en enige aanleg
1,138 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team Insolventies - meervoudige kamer
vaststellen verhoogd voorschot herstructureringsdeskundige
rekestnummer: 434535 FT RK 24-351
uitspraakdatum: 7 mei 2024
beschikking in de openbare akkoordprocedure van
de besloten vennootschap
B.V. Vitesse,
gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen: schuldenares
advocaat: mr. S.J.B. Drijber, thans mr. J.J. Reiziger en mr. R.J. Duursma
Procesverloop
1.1.
Schuldenares heeft op 9 april 2024 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) gedeponeerd.
1.2.
In de openingsbeslissing van 25 april 2024 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een openbare akkoordprocedure vastgesteld. Tevens is bij deze beschikking mr. H. De Coninck aangewezen als herstructureringsdeskundige en zijn de kosten van de herstructureringsdeskundige bij wijze van voorschot vastgesteld op € 15.000,- exclusief btw en verschotten, is bepaald dat de kosten ten laste komen van schuldenares en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de aanvang van haar werkzaamheden zekerheid moet stellen.
1.3.
De rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2024 het totale voorschot (met in achtneming van de kosten van de werkzaamheden van de door haar in te schakelen derde (adviesbureau [naam adviesbureau])) vastgesteld op € 50.000,- (€ 15.000,- plus € 35.000,-) exclusief btw en verschotten. De rechtbank heeft de vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door haar worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten aangehouden. De rechtbank heeft bovendien bepaald dat voornoemde kosten ten laste van schuldenares komen, en dat schuldenares voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid moet stellen.
2Het verzoek
2.1.
De herstructureringsdeskundige heeft bij brief van 2 mei 2024 de rechtbank verzocht het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door haar worden geraadpleegd vast te stellen op het door haar begrote bedrag van € 401.086,- exclusief btw en verschotten. Zij verzoekt bovendien om een aanvullend voorschot van € 50.000,- exclusief btw en verschotten.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank zal thans alleen het verzoek om een aanvullend voorschot van € 50.000,- exclusief btw en verschotten, beoordelen. Bij afzonderlijke beschikking zal de rechtbank beslissen ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van het totale bedrag van de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door haar worden geraadpleegd.
3.2.
De herstructureringsdeskundige heeft bij haar verzoek een e-mailwisseling van de indirect (interim) bestuurder van schuldenares en van haar advocaten gevoegd, waaruit de goedkeuring van schuldenares ten aanzien van een aanvullend voorschot blijkt. De rechtbank ziet hierin aanleiding schuldenares niet nader op het verzoek te horen.
3.3.
De voorgestelde werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden zijn redelijkerwijs noodzakelijk in het kader van de beoogde herstructurering. De kosten die daarvoor zijn begroot zijn ook in omvang redelijk. De rechtbank zal het totale voorschot thans vaststellen op € 100.000,- (€ 50.000,- plus € 50.000,-) exclusief btw en verschotten.
Dictum
De rechtbank:
- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door haar worden geraadpleegd bij wijze van (verhoogd) voorschot vast op € 100.000,- exclusief btw en verschotten, en houdt de vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door haar worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten aan;
- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van schuldenares komen, en dat schuldenares voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid moet stellen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Steverink, voorzitter, mr. R. Cats en mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. W.J. van ‘t Spijker, griffier, in het openbaar uitgesproken door mr. J.H. Steverink op 7 mei 2024.