Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-03-20
ECLI:NL:RBGEL:2024:2672
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
983 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/432019 / HA ZA 24-86
Vonnis van 20 maart 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. W.Th. van Dijk te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RESORT BONAIRE B.V.,
gevestigd te Bonaire,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eisers vorderen gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden als volgt begroot: voor exploten US $ 583,00 (US $ 159,00 + US $ 159,00 + US $ 265,00), voor griffierecht US $ 251,00 en voor salaris advocaat € 1.214,00 (1,0 punt × tarief € 1.214,00).
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:
- dagvaarding € 129,14
- griffierecht € 1.325,00
- salaris advocaat € 1.214,00 (1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 2.668,14
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eisers te betalen een bedrag van € 54.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 2 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eisers te betalen een bedrag van € 1.315,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op US $ 834,00 plus
€ 1.214,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 2.668,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dan van volledige betaling,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.