Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-03-29
ECLI:NL:RBGEL:2024:1926
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,024 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummers: 10549234 \ CV EXPL 23-1671 en
10703647 \ CV EXPL 23-2676
Vonnis in hoofdzaak en in vrijwaring van 29 maart 2024
in de hoofdzaak
met zaaknummer 10549234 \ CV EXPL 23-1671 van
1 [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] ,
te [vestigingsplaats] ,2. [eiseres sub 2 (hoofdzaak)],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partijen,
tegen
1 [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] ,
te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr. W.A.M. Rupert,2. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.],
te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr. P.E. Bloemendal,
gedaagde partijen,
en in de vrijwaringszaak
met zaaknummer 10703647 \ CV EXPL 23-2676 van
[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.]
,
te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr. W.A.M. Rupert,eisende partij in de vrijwaringszaak,
tegen
[gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.]
,
te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr. R.J. Postma (voorheen mr. P.E. Bloemendal),
gedaagde partij in de vrijwaringszaak.
Partijen worden hierna [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] , [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] , [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis in de hoofdzaak van 8 december 2023
- het tussenvonnis in de vrijwaringsprocedure van 8 december 2023
- de akte overlegging aanvullende producties in de hoofdzaak namens [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] .
1.2.
De kantonrechter heeft partijen op 11 maart 2024 ingelicht over haar voornemen beide zaken op de reeds geplande zitting van 14 maart 2024 niet inhoudelijk te behandelen en te verwijzen naar de meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. Alle partijen hebben hierop gereageerd en hebben hiermee ingestemd, dan wel zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat de zitting van 14 maart 2024 niet doorgaat.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald in beide zaken.
Geschil
In de hoofdzaak
2.1.
[eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] vorderen - samengevat - dat de kantonrechter, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] al dan niet hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] te voldoen een bedrag van € 250.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2017;
- [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] al dan niet hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] te voldoen een bedrag van € 426.068,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2017;
- [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] al dan niet hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] te voldoen een bedrag van € 51.030,52, vermeerderd met de wettelijke rente over de verschillende factuurbedragen per vervaldatum van de betreffende factuur;
- [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] al dan niet hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] te voldoen een bedrag van € 1.471,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit factuurbedrag vanaf de factuurdatum;
- [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] al dan niet hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] te voldoen een bedrag van € 4.645,80, vermeerderd met de wettelijke rente over de verschillende factuurbedragen per vervaldatum van de betreffende factuur;
- [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] al dan niet hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met eventueel daarover verschuldigde wettelijke rente.
2.2.
Ter onderbouwing van haar vorderingen stellen [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en haar verzekeraar [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] - samengevat - het volgende. In de nacht van 24 op 25 mei 2017 is brand ontstaan in een airco-unit in één van de spreekkamers van het kantoorpand van [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] in [vestigingsplaats] . Hierdoor is grote materiële schade ontstaan aan het pand en de inboedel. De airco-unit behoorde in eigendom toe aan [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] , die deze unit aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] heeft verhuurd. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] heeft op haar beurt deze airco-unit weer doorverhuurd aan [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] . [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] stellen dat [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor het ontstaan van de brand en de daaruit voortvloeiende schade en zij vorderen daarom (hoofdelijke) veroordeling tot vergoeding van die schade.
2.3.
[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] voert gemotiveerd verweer en concludeert dat [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, althans dat de vorderingen hun moeten worden ontzegd, met veroordeling van [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de eventueel daarover verschuldigde wettelijke rente. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] voert - samengevat - aan dat zij niet jegens [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] aansprakelijk is voor de door de brand ontstane schade.
2.4.
[gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] voert gemotiveerd verweer en concludeert dat [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, althans dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met (hoofdelijke) veroordeling van de [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] en [eiseres sub 2 (hoofdzaak)] in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de eventueel daarover verschuldigde wettelijke rente. Ook [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] voert - samengevat - aan dat zij niet jegens de [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] aansprakelijk is voor de door de brand ontstane schade.
In de vrijwaringszaak
2.5.
[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] veroordeelt om aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] te betalen al hetgeen waartoe [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, te vermeerderen met de proceskosten van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] in zowel de hoofdzaak als de vrijwaringsprocedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.
2.6.
Ter onderbouwing stelt [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak/eiseres in vrijw.] - kort gezegd - dat, in het geval de kantonrechter oordeelt dat zij aansprakelijk is voor de bij [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] ontstane schade, [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak/gedaagde in vrijw.] haar moet vrijwaren van de vordering van [eiseres sub 1 (hoofdzaak)] .
Beoordeling
3.1.
Onderhavige zaken zijn bij de kantonrechter aangebracht omdat een deel van de vorderingen is gebaseerd op de tussen partijen gesloten huurovereenkomsten en aldus aardvorderingen betreffen als bedoeld in artikel 93 sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
3.2.
Op grond van artikel 98 Rv kan de kantonrechter in bepaalde gevallen een zaak verwijzen naar een meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Dat gaat volgens de letterlijke wettekst om zaken waarin de kantonrechter naast een vordering die tot zijn bevoegdheid behoort, ook vorderingen moet behandelen en beslissen die op zichzelf genomen niet tot zijn bevoegdheid behoren (artikel 94 lid 2 tot en met 4 en artikel 97 lid 1 Rv). Verwijzing naar een meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken is in die gevallen mogelijk als de kantonrechter vindt dat de zaak ongeschikt is - lees: als geheel te ingewikkeld - voor de behandeling en beslissing door één rechter.
3.3.
De kantonrechter acht deze zaak vanwege de complexiteit en de grote financiële belangen ongeschikt voor behandeling en beslissing door één rechter en zal deze daarom op grond van artikel 98 jo. artikel 94 lid 2 Rv verwijzen naar een meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken. De kantonrechter zal deel uitmaken van die kamer.
3.4.
Volledigheidshalve worden partijen erop gewezen dat zij in het vervolg van de procedure bij advocaat moeten (blijven) verschijnen.
3.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
in de hoofdzaak
4.1.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem;
4.2.
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 3 april 2024 om 10:00 uur;
4.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten (blijven) verschijnen bij advocaat;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
in de vrijwaringszaak
4.5.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem;
4.6.
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 3 april 2024 om 10:00 uur;
4.7.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten (blijven) verschijnen bij advocaat;
4.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.TH. Quaadvliet en in het openbaar uitgesproken door
mr. M.D.R. Joppe op 29 maart 2024.
610 \ 41245