Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-21
ECLI:NL:RBGEL:2023:6447
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
644 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer : 84/031694-23 (oud: 05/980525-12) ontneming
Datum uitspraak : 21 november 2023
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadslieden:
mr. H.J.D. ter Waarbeek, advocaat in Zevenaar,
mr. A.H.T. de Haas, advocaat in Maastricht en
mr. W.J. Morra, advocaat in Amsterdam.
1De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel. De officier van justitie schat het voordeel in de schriftelijke vordering op € 400.000,-.
Aan de vooravond van de zitting van 7 november 2023 heeft hij aangekondigd afwijzing van de vordering te zullen gaan vorderen.
Procesverloop
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter zitting afwijzing van de vordering verzocht.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gelet op de primair bepleite niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de strafvervolging en op de subsidiair bepleite vrijspraak in de hoofdzaak.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering tot ontneming gelet op de beslissing in de hoofdzaak tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de strafvervolging.
Dictum
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aldus gegeven door mr. M.J. Wasmann (voorzitter), mr. M.J. Ouweneel en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 november 2023.