Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-10-18
ECLI:NL:RBGEL:2023:5775
Civiel recht; Goederenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,192 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/424983 / HA ZA 23-414
Vonnis van 18 oktober 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats] ,
eiser,
advocaat mr. W. Kok te Ede,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 6 september 2023, met 9 producties;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal, met inachtneming van het hierna volgende, worden toegewezen.
2.2.
De in artikel 3:301 lid 1 onder b BW genoemde termijn is gesteld op veertien dagen na betekening van de uitspraak. Dit betreft een richtlijn, waarvan de rechter kan afwijken. Bij gebreke van enige onderbouwing van de vordering tot het stellen van de termijn op één dag na betekening van het vonnis, zal de rechtbank de termijn stellen op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
2.3.
De vordering tot machtiging van eiser tot uitvoering van de ontruiming met behulp van de sterke arm wordt afgewezen. Op grond van de wet mag eiser de ontruiming niet zelf ter hand nemen en is de gedwongen ontruiming voorbehouden aan de deurwaarder. Eiser heeft geen machtiging nodig om de hulp van de deurwaarder in te schakelen. De deurwaarder zelf behoeft, mede gelet op de artikelen 557 en 444 Rv geen rechterlijke machtiging om de hulp van de sterke arm in te roepen.
2.4.
De vordering ter zake van de ontruimingskosten zal worden afgewezen. In het algemeen geldt weliswaar dat dergelijke kosten in beginsel voor rekening van de geëxecuteerde zijn, maar de rechtbank kan gedaagde niet op voorhand in de executiekosten veroordelen, omdat nog niet vaststaat of die kosten gemaakt zullen worden en, zo ja, wat de (redelijke) omvang daarvan is (vgl. artikel 556 Rv jo. 237 lid 3 Rv). Deze vordering is in zoverre ook te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.
2.5.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen één week na het verzoek van een notaris haar medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht c.q. levering van haar aandeel (50%) in de eigendom van de woning aan de [adres+plaats] aan eiser,
3.2.
verleent - bij gebreke van de medewerking van gedaagde binnen de gestelde termijn - vervangende toestemming aan eiser om namens gedaagde de akte van levering en - indien en voor zover noodzakelijk - een akte van verdeling te laten opmaken alsmede te ondertekenen en verder ter zake alle feitelijke rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor het realiseren van de eigendomsoverdracht c.q. levering van de woning aan eiser,
3.3.
bepaalt de termijn van artikel 3:301 lid 1 onder b BW op veertien dagen na betekening van dit vonnis,
3.4.
veroordeelt gedaagde de gezamenlijke woning uiterlijk één week voor de (notariële) levering van het aandeel van gedaagde in de woning aan eiser leeg en ontruimd en in goede staat ter beschikking te stellen en deze woning te verlaten en niet verder te betreden,
3.5.
bepaalt dat bij de akte van levering en - indien en voor zover noodzakelijk - de akte van verdeling rekening gehouden dient te worden met het door eiser uit eigen middelen voldane bedrag van € 60.548,00 (f 133.430,24) vanuit de verkoop van zijn eerdere woning, zodat het aan gedaagde uit te keren bedrag de helft bedraagt van het verschil tussen de op
14 augustus 2023 getaxeerde waarde van de woning en aan eiser toekomende bedrag van
€ 60.548,00 en het restantbedrag aan hypotheek;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.M. Overkamp en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2023.