Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-07-06
ECLI:NL:RBGEL:2023:3808
Civiel recht
Kort geding
1,363 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/420335 / KG ZA 23-192
Vonnis in kort geding van 6 juli 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres]
,
gevestigd te [plaats],
eiseres,
advocaat mr. V.T. Acar te Rotterdam,
tegen
ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN AAN [adres], [kadastrale gegevens],
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en gedaagden worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 tot en met 12
de mondelinge behandeling, gehouden op 3 juli 2023
het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
De mede gevorderde machtiging op [eiseres] om de ontruiming zo nodig zelf, met inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. Uit artikel 556 lid 1 Rv volgt dat [eiseres] de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Op grond van de parlementaire geschiedenis van artikel 3:297 BW heeft [eiseres] voldoende aan een ontruimingsvonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen indien gedaagden niet vrijwillig tot ontruiming overgaan. [eiseres] heeft dus geen rechterlijke machtiging nodig om de hulp van de deurwaarder in te schakelen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagden wordt betekend en dat aan gedaagden overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen bij de ontruiming, dan kan hij op grond van artikel 3 Politiewet - zonder dat daartoe een machtiging van de rechter nodig is - bijstand van de politie inroepen.
2.3.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- betekening oproeping € 106,73
- griffierecht 676,00
- salaris advocaat 697,00
Totaal € 1.479,73
2.4.
De gevorderde wettelijke rente en nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de onroerende zaak en toebehoren aan [adres], [kadastrale gegevens] (hierna: het gehuurde) blijvend te verlaten, met al het hunne en de hunnen, en ontruimd ter beschikking te stellen aan [eiseres], met bepaling dat eventuele kosten van gedwongen ontruiming voor rekening van gedaagden, die het gehuurde bezet houden, zijn,
3.2.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
3.3.
verbiedt gedaagden om het gehuurde te (her)bezetten gedurende een periode van één jaar na de ontruiming van het gehuurde,
3.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd tot het bedrag van die betaling, in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.479,73, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd tot het bedrag van die betaling, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2023.