Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-01-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:979
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.11072 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. G.T. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 14 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag om een verblijfsvergunning regulier ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verder zijn verschenen [referent] , en [begeleider van referent] . Beoordeling door de rechtbank 1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1994 en heeft de Russische nationaliteit. Op 21 oktober 2022 heeft zij een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel ‘familie en gezin’. Zij wil in Nederland bij referent, haar echtgenoot, verblijven. 2. Bij besluit van 5 juni 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Bij het bestreden besluit is verweerder bij deze afwijzing gebleven. Redengevend daarvoor is dat eiseres niet beschikt over een geldige mvv en er geen reden bestaat om haar van het mvv-vereiste vrij te stellen. Daarnaast heeft verweerder getoetst aan de Gezinsherenigingsrichtlijn en geconcludeerd dat de in dat kader gemaakte belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt. De uitzetting van eiseres is verder niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. 3. Eiseres voert het volgende aan. Het bestreden besluit getuigt allereerst niet van een bestuurlijke heroverweging, omdat op meerdere punten wordt verwezen naar het primaire besluit. Daarnaast heeft verweerder in verband met een mogelijke vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het Turkse associatierecht ten onrechte tijdens de hoorzitting niet aan referent gevraagd om zijn Turkse nationaliteit aan te tonen. Verder heeft verweerder ten onrechte niet in de belangenafweging betrokken dat sprake is van een certain degree of hardship om het gezinsleven in Rusland uit te oefenen. Eiseres wijst hierbij erop dat in het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor Rusland de kleurcodes rood en oranje gelden. De volgens verweerder op eiseres rustende bewijslast om aannemelijk te maken welke van de in het reisadvies genoemde veiligheidsrisico’s concreet op eiseres van toepassing zijn, is kennelijk onredelijk. Voorts heeft verweerder in de belangenafweging feiten en omstandigheden die in het voordeel van eiseres dienen te wegen weggeredeneerd. Hierbij gaat het om de omstandigheden dat referent gebonden is aan Nederland voor zijn Wajong-uitkering en dat hij kan functioneren dankzij zijn familie en netwerk in Nederland. De overweging van verweerder dat niet bewezen is dat referent zijn medische behandeling niet in Rusland zou kunnen verkrijgen is bovendien in strijd met de rechten van referent als Nederlander. Ook had verweerder in zijn afweging moeten betrekken dat referent al 13 jaar een Wajong-uitkering krijgt. Deze uitkering is voldoende voor referent en eiseres, zodat eiseres niet (extra) ten laste van de openbare kas komt. Daarbij wijst eiseres erop dat zij momenteel niet mag werken en niet kan aantonen dat zij in de toekomst daadwerkelijk arbeid zal gaan verrichten, maar dat zij wel graag wil werken. Gelet op het arrest Chakroun had het op de weg van verweerder gelegen om het middelenvereiste niet tegen te werpen en af te wijken van het beleid. In de belangenafweging is ook ten onrechte niet betrokken of eiseres warme en hechte banden heeft met haar familie in Rusland, nu verweerder heeft overwogen dat referent een band kan opbouwen met de familie van eiseres. Dat referent banden kan opbouwen met de familie van eiseres betreft bovendien een onzekere gebeurtenis. Tot slot heef Verweerder heeft terecht overwogen dat het beroep op het arrest Chakroun niet slaagt, nu het gehele inkomen van referent wordt betaald uit publieke middelen. Ook heeft verweerder bij de belangenafweging in het nadeel van eiseres kunnen betrekken dat eiseres en referent het gezinsleven hebben geïntensiveerd zonder dat eiseres in het bezit is van een verblijfsrecht in Nederland. Niet ten onrechte heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat deze intensivering van de relatie in enige mate voor rekening en risico van eiseres komt. Daarnaast heeft verweerder de banden van eiseres met Nederland niet zwaar mee hoeven wegen in de belangenafweging, nu haar verblijf in Nederland – afgezet tegen de lengte van haar verblijf in Rusland – kort is. Verder heeft verweerder kunnen overwegen dat eiseres en referent weliswaar een goede band hebben met de familie van referent, maar dat deze band niet maakt dat de belangenafweging in het voordeel van eiseres dient uit te vallen. In dat kader heeft verweerder kunnen overwegen dat van referent verwacht mag worden dat hij een band met de familie van eiseres in Rusland opbouwt. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat niet is gebleken dat dit onmogelijk zal zijn vanwege het autisme van referent. De vraag of eiseres reeds een hechte band heeft met haar familieleden in Rusland heeft verweerder, anders dan eiseres stelt, niet bij de belangenafweging hoeven betrekken, nu dit onverlet laat dat eiseres en referent deze band kunnen opbouwen. Verweerder heeft in de belangenafweging ook expliciet de situatie van referent betrokken. Daarbij heeft verweerder in het voordeel van eiseres betrokken dat het voor referent mogelijk moeilijker zal zijn om zich elders te vestigen dan voor iemand anders, temeer nu hij in Nederland ook afhankelijk is van financiële voorzieningen die in Rusland zouden wegvallen. Verweerder heeft terecht overwogen dat daar tegenover staat dat niet is aangetoond of gebleken is dat het niet mogelijk is voor eiseres en referent om samen in Rusland te wonen. Ook geldt dat eiseres niet heeft onderbouwd dat referent voor zijn medische behandelingen is gebonden aan Nederland. Er is aldus niet gebleken van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Rusland uit te oefenen. De stelling dat deze overwegingen in strijd zijn met de rechten van referent als Nederlander, wordt niet gevolgd. Verweerder heeft terecht overwogen dat de bewijslast om aannemelijk te maken dat referent niet in Rusland kan verblijven bij eiseres ligt. In zijn verweerschrift heeft verweerder tot slot terecht erop gewezen dat geen verplichting voor referent bestaat om met eiseres naar Rusland te vertrekken. 9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder alle feiten en omstandigheden in samenhang bezien en heeft hij voldoende gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt. Hardheidsclausule 10. Verder heeft verweerder in redelijkheid kunnen overwegen dat geen sprake is van bijzondere, persoonlijke feiten en omstandigheden op grond waarvan eiseres een geslaagd beroep kan doen op de hardheidsclausule. Verweerder heeft zich ten aanzien van het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over Rusland terecht op het standpunt gesteld dat dit reisadvies alleen geldt voor Nederlanders en dat eiseres en referent niet hebben onderbouwd welke in het reisadvies genoemde veiligheidsrisico’s concreet op hen van toepassing zijn. De enkele stelling van eiseres dat deze bewijslast onredelijk is, wordt niet gevolgd. Het is in ieder geval niet onredelijk om enige concretisering en onderbouwing van de gestelde onveiligheid in Rusland te vragen. De stelling van eiseres dat referent gebonden is aan Nederland in verband met zijn uitkering, zijn medische behandelingen en zijn autisme heeft verweerder niet hoeven volgen. Ten aanzien van de uitkering van referent heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres in Rusland ook aan middelen van bestaan kan komen, nu zij gerechtigd is om daar te werken en