Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:976
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,220 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:976 text/xml public 2026-01-30T11:16:29 2026-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-21 C/09/671600 HA ZA 24-722 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:976 text/html public 2026-01-30T11:15:06 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:976 Rechtbank Den Haag , 21-01-2026 / C/09/671600 HA ZA 24-722 Tussenvonnis waarbij de rechtbank partijen in de gelegenheid stelt zich uit te laten over de actuele kosten van herstel van de fundering van de woning van een van partijen. RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/671600 / HA ZA 24-722 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van 1 [eisers sub 1] te [woonplaats], 2. [eisers sub 2] te [woonplaats], eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat: mr. C.G. Huijsmans, tegen 1 [gedaagden sub 1] te [woonplaats], 2. [gedaagden sub 2] te [woonplaats], gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat: mr. H.C. Uittenbogaart. Partijen worden hierna [eisers sub 1], [eisers sub 2], [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 31 december 2025 (hierna: het tussenvonnis IV) en de daarin genoemde stukken. 2 Overwegingen 2.1. Bij het tussenvonnis IV heeft de rechtbank, voor zover van belang, de eerder benoemde taxateur, mevrouw [naam 1], ontheven van haar taak als deskundige. De rechtbank heeft bepaald dat een bedrag van € 1.597,50 uit het door [eisers sub 1] en [eisers sub 2] betaalde voorschot aan haar wordt voldaan. De rechtbank heeft verder overwogen dat zij mevrouw [naam 2] zou vragen of zij voldoende onpartijdig is om onderzoek te verrichten, of zij beschikbaar en bereid is onderzoek te verrichten en op welke termijn zij onderzoek kan verrichten. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat, indien het niet zou lukken om mevrouw [naam 2] als deskundige te benoemen, zij de schade van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] zou schatten zonder advies van een deskundige. 2.2. Mevrouw [naam 2] heeft te kennen gegeven dat zij niet bereid is in deze zaak onderzoek te verrichten. Dit betekent dat de rechtbank de schade van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] zal schatten zonder advies van een deskundige. De rechtbank zal daarbij, zoals aangekondigd bij e-mail van 18 november 2025, aansluiting zoeken bij het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4948. Bij deze schatting zijn de kosten van het funderingsherstel van belang. Zoals de rechtbank heeft overwogen in het tussenvonnis van 16 april 2025 (hierna: het tussenvonnis II), zal zij het rapport van de Stab als uitgangspunt nemen bij het begroten van de herstelkosten. De Stab heeft de kosten voor het funderingsherstel, uitgaande van het prijspeil van augustus 2023, geraamd op € 235.000,--. 2.3. Bij het tussenvonnis II, r.o. 4.34, heeft de rechtbank overwogen: ‘[eisers sub 1] en [eisers sub 2] hebben zich het recht voorbehouden om gedurende de schadestaatprocedure te rekenen met een prijsindexcijfer. De rechtbank zal [eisers sub 1] en [eisers sub 2] na het deskundigenonderzoek in de gelegenheid stellen te onderbouwen van welke kosten moet worden uitgegaan per 1 november 2025.’ 2.4. Nu geen (nader) deskundigenonderzoek meer zal plaatsvinden, zal de rechtbank [eisers sub 1] en [eisers sub 2] thans in de gelegenheid stellen om te onderbouwen van welke herstelkosten moet worden uitgegaan. 2.5. In het tussenvonnis II is uitgegaan van de datum van 1 november 2025. Bij het tussenvonnis van 10 september 2025 is deze datum aangepast naar de datum van de taxatie. Aangezien geen taxatie zal plaatsvinden, hanteert de rechtbank thans 15 februari 2026 als datum voor de actuele herstelkosten. Als [eisers sub 1] en [eisers sub 2] de herstelkosten per die datum hebben onderbouwd, zullen [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] in de gelegenheid worden gesteld om daarop te reageren. 2.6. Verder overweegt de rechtbank dat het restant van het voorschot dat [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hebben betaald voor het deskundigenonderzoek aan hen kan worden teruggestort, nu geen (nader) deskundigenonderzoek meer zal plaatsvinden. Het gaat om een bedrag van (€ 3.388,-- - € € 1.579,50 =) € 1.808,50. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. verwijst de zaak naar de rol van 11 februari 2026 voor een akte aan de zijde van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] voor uitlating over de kosten van herstel per 15 februari 2026; [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] kunnen daarop vervolgens op de rol van 4 maart 2026 bij antwoordakte reageren; 3.2. bepaalt dat een bedrag van € 1.808,50 uit het voorschot wordt teruggestort aan [eisers sub 1] en [eisers sub 2]; 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.