Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:9653
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,077 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9653 text/xml public 2026-04-28T18:00:25 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 NL26.14159 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9653 text/html public 2026-04-22T10:49:10 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9653 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / NL26.14159 Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat al op het beroep is beslist. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.14159 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer], verzoekster (gemachtigde: mr. L.J. Meijering), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. G.W. Wezelman). Procesverloop 1. Bij besluit van 13 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.14158, op 17 april 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.14158, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Holmond, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9653 text/xml public 2026-04-28T18:00:25 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 NL26.14159 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9653 text/html public 2026-04-22T10:49:10 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9653 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / NL26.14159 Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat al op het beroep is beslist. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.14159 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer], verzoekster (gemachtigde: mr. L.J. Meijering), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. G.W. Wezelman). Procesverloop 1. Bij besluit van 13 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.14158, op 17 april 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.14158, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Holmond, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.