Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-20
ECLI:NL:RBDHA:2026:9647
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,038 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9647 text/xml public 2026-04-30T21:56:39 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-20 11987304 EJ VERZ 25-82064 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl Notamail 2026/80 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9647 text/html public 2026-04-30T09:14:44 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9647 Rechtbank Den Haag , 20-03-2026 / 11987304 EJ VERZ 25-82064 Erfrecht. Verzoek van de vereffenaar om toestemming voor het instellen van een gerechtelijke procedure tegen de langstlevende echtgenote en geschil over de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van een vakantiehuis (artikel 4:215 lid 2 BW). De kantonrechter verklaart het bezwaar van de langstlevende echtgenote tegen de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van een vakantiehuis ongegrond en staat de vereffenaar toe een gerechtelijke procedure te starten en een vordering in te stellen tegen de langstlevende echtgenote. beschikking RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag Team kanton zaaknummer / rekestnummer: 11987304 EJ VERZ 25-82064 Beschikking van 20 maart 2026 in de zaak van mr. A.R. Autar , in zijn hoedanigheid van vereffenaar van na te melden nalatenschap, kantoorhoudende te Rotterdam, hierna: de vereffenaar, verzoeker in het verzoek, verweerder in het tegenverzoek, en [partij B] , wonende te [woonplaats] , hierna: [partij B] , belanghebbende in het verzoek, verzoekster in het tegenverzoek, gemachtigde: mr M.G. Hees, waarin als belanghebbenden worden aangemerkt: 1 [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 1] , 2 [belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 2] , 3 [belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 3] , gemachtigde: mr. D.W. Ruys, 4 de stichting [belanghebbende 4] , in haar hoedanigheid van testamentair bewindvoerder over de erfrechtelijke verkrijgingen van: [naam 1] , wonende te [woonplaats] , hierna: [naam 1] , [naam 2] , wonende te [woonplaats] , hierna: [naam 2] , gemachtigde: mr. I.F. van Schagen, gevestigd te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 4] , gemachtigde van [belanghebbende 4] : mr. A.H.N. Stollenwerck. 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de vereffenaar met producties, ingekomen op 13 november 2025, het tegenverzoek van [partij B] , ingekomen op 19 november 2025, en de standpunten van [belanghebbende 2] , mr. D.W. Ruys namens [belanghebbende 3] , mr. I.F. van Schagen namens [naam 2] , en mr. A.H.N. Stollenwerck namens [belanghebbende 4] . 2 De beoordeling 2.1. Bij beschikking van 27 januari 2023 is mr. A.R. Autar benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] (hierna: erflater), overleden op [datum] 2020 te Dordrecht. Ten tijde van zijn overlijden was erflater gehuwd met [partij B] , met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen. [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [naam 1] en [naam 2] zijn de kinderen van erflater. 2.2. Erflater heeft bij testament van 7 december 2006 over zijn nalatenschap beschikt. In het testament zijn tot erfgenamen benoemd [partij B] (voor 10 procent) en zijn kinderen tezamen, ieder voor een gelijk deel, voor het restant. De wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 BW is van toepassing verklaard, zodat [partij B] van rechtswege alle goederen van de nalatenschap heeft verkregen en de voldoening van de schulden van de nalatenschap – waaronder de schulden uit hoofde van de legaten – voor rekening van [partij B] komt. Er is testamentair bewind ingesteld over de verkrijgingen van de kinderen, tot die de leeftijd van dertig jaar bereiken, zodat het bewind thans geldt over de erfrechtelijke verkrijgingen van [naam 1] en [naam 2] . [belanghebbende 4] is als bewindvoerder benoemd. 2.3. Aan ieder van de kinderen is een geldbedrag van € 1.250.000,- gelegateerd, verminderd met reeds gedane schenkingen. Verder is aan de kinderen samen een boot gelegateerd. Aan [partij B] is gelegateerd de woning te [plaats 1] , de inboedel en een collectie aquarellen. De nalatenschap is door de erfgenamen beneficiair aanvaard. het verzoek, het tegenverzoek en de standpunten van de belanghebbenden 2.4. De vereffenaar heeft de kantonrechter toestemming verzocht om een procedure in te stellen tegen [partij B] . In dat verband heeft de vereffenaar laten weten dat hij voornemens is om over te gaan tot verkoop van het vakantiehuis te [plaats 2] (hierna: het vakantiehuis), om deze procedure(s) te kunnen bekostigen. [partij B] heeft de kantonrechter daarop verzocht om op de voet van artikel 4:215 lid 2 BW een beslissing te nemen over de voorgenomen verkoop, aangezien zij hier bezwaar tegen heeft. 2.5. [partij B] heeft over de voorgenomen verkoop van het vakantiehuis het volgende aangevoerd. Het is in dit stadium van de vereffening niet aan de orde om de schulden uit legaten te voldoen, zoals door mr. Ruys en mr. Stollenwerck is gesteld. Weliswaar moet er een procedure worden ingesteld om duidelijkheid te krijgen over de vermeende vorderingen, maar [partij B] acht de verkoop van het vakantiehuis niet noodzakelijk en niet proportioneel, nu volgens haar de advocaatkosten niet zo hoog kunnen zijn en deze ook niet in één keer hoeven te worden voldaan. Daarnaast zou de garage kunnen worden verkocht om deze kosten te dekken. De huidige WOZ waarde daarvan bedraagt € 44.000,-. Ook zouden de certificaten van aandelen in [bedrijfsnaam] B.V. (gedeeltelijk) te gelde kunnen worden gemaakt. 2.6. Mr. Stollenwerck heeft namens [belanghebbende 4] aangevoerd dat, nog daargelaten dat [naam 2] zich niet zonder medewerking van de bewindvoerder in het geding had mogen mengen, het niet in het (financiële) belang van [naam 1] en [naam 2] is om het vakantiehuis niet te verkopen, omdat zij geen goederen uit de nalatenschap verkrijgen maar slechts geldvorderingen hebben op de nalatenschap. 2.7. [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben te kennen gegeven dat naar hun mening niet alleen het vakantiehuis maar al het onroerend goed verkocht dient te worden voor zover dat voor een behoorlijke vereffening noodzakelijk is. Zij onderschrijven de stellingen van mr. Stollenwerck (namens [belanghebbende 4] ) in diens brief van 16 februari 2026, waarin hij onder andere aangeeft dat het onzeker is of de vordering op [partij B] daadwerkelijk kan worden geïnd en dat die onzekerheid het creëren van liquiditeit (om de geldlegaten te kunnen voldoen) via verkoop van het onroerend goed op korte termijn noodzakelijk maakt. 2.8. Het standpunt van [naam 2] is door mr Van Schagen naar voren gebracht. [naam 2] heeft bezwaar tegen de voorgenomen verkoop van het vakantiehuis, gelet op de grote emotionele waarde die dit huis voor hem heeft. Het aan hem toekomende legaat zou wat hem betreft kunnen worden omgezet in een geldlening of iets dergelijks, en zou niet behoeven te worden uitgekeerd in contanten, waardoor goederen van de nalatenschap verkocht zouden moeten worden. 2.9. Het standpunt van [belanghebbende 1] is niet bekend. De beslissing van de kantonrechter 2.10. Op grond van artikel 4:215 lid 1 BW maakt de vereffenaar goederen van de nalatenschap te gelde voor zover dit nodig is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap. Omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking treedt de vereffenaar zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen. Als tegen de voorgenomen tegeldemaking bezwaren bestaan wordt de erfgenaam in de gelegenheid gesteld om een beslissing van de kantonrechter in te roepen (artikel 4:215 lid 2 BW). 2.11. Uit de stukken en de behandeling ter zitting is duidelijk naar voren gekomen dat de vereffening van de nalatenschap moeizaam verloopt. De vereffenaar is drie jaar geleden benoemd maar het is in de afgelopen periode niet gelukt om met de erfgenamen/legatarissen in overleg tot afwikkeling van de nalatenschap te komen. Het staat vast dat de omvang van de nalatenschap niet toereikend is om de schulden uit de legaten volledig te voldoen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9647 text/xml public 2026-04-30T21:56:39 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-20 11987304 EJ VERZ 25-82064 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl Notamail 2026/80 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9647 text/html public 2026-04-30T09:14:44 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9647 Rechtbank Den Haag , 20-03-2026 / 11987304 EJ VERZ 25-82064 Erfrecht. Verzoek van de vereffenaar om toestemming voor het instellen van een gerechtelijke procedure tegen de langstlevende echtgenote en geschil over de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van een vakantiehuis (artikel 4:215 lid 2 BW). De kantonrechter verklaart het bezwaar van de langstlevende echtgenote tegen de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van een vakantiehuis ongegrond en staat de vereffenaar toe een gerechtelijke procedure te starten en een vordering in te stellen tegen de langstlevende echtgenote. beschikking RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag Team kanton zaaknummer / rekestnummer: 11987304 EJ VERZ 25-82064 Beschikking van 20 maart 2026 in de zaak van mr. A.R. Autar , in zijn hoedanigheid van vereffenaar van na te melden nalatenschap, kantoorhoudende te Rotterdam, hierna: de vereffenaar, verzoeker in het verzoek, verweerder in het tegenverzoek, en [partij B] , wonende te [woonplaats] , hierna: [partij B] , belanghebbende in het verzoek, verzoekster in het tegenverzoek, gemachtigde: mr M.G. Hees, waarin als belanghebbenden worden aangemerkt: 1 [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 1] , 2 [belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 2] , 3 [belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 3] , gemachtigde: mr. D.W. Ruys, 4 de stichting [belanghebbende 4] , in haar hoedanigheid van testamentair bewindvoerder over de erfrechtelijke verkrijgingen van: [naam 1] , wonende te [woonplaats] , hierna: [naam 1] , [naam 2] , wonende te [woonplaats] , hierna: [naam 2] , gemachtigde: mr. I.F. van Schagen, gevestigd te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende 4] , gemachtigde van [belanghebbende 4] : mr. A.H.N. Stollenwerck. 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de vereffenaar met producties, ingekomen op 13 november 2025, het tegenverzoek van [partij B] , ingekomen op 19 november 2025, en de standpunten van [belanghebbende 2] , mr. D.W. Ruys namens [belanghebbende 3] , mr. I.F. van Schagen namens [naam 2] , en mr. A.H.N. Stollenwerck namens [belanghebbende 4] . 2 De beoordeling 2.1. Bij beschikking van 27 januari 2023 is mr. A.R. Autar benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] (hierna: erflater), overleden op [datum] 2020 te Dordrecht. Ten tijde van zijn overlijden was erflater gehuwd met [partij B] , met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen. [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [naam 1] en [naam 2] zijn de kinderen van erflater. 2.2. Erflater heeft bij testament van 7 december 2006 over zijn nalatenschap beschikt. In het testament zijn tot erfgenamen benoemd [partij B] (voor 10 procent) en zijn kinderen tezamen, ieder voor een gelijk deel, voor het restant. De wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 BW is van toepassing verklaard, zodat [partij B] van rechtswege alle goederen van de nalatenschap heeft verkregen en de voldoening van de schulden van de nalatenschap – waaronder de schulden uit hoofde van de legaten – voor rekening van [partij B] komt. Er is testamentair bewind ingesteld over de verkrijgingen van de kinderen, tot die de leeftijd van dertig jaar bereiken, zodat het bewind thans geldt over de erfrechtelijke verkrijgingen van [naam 1] en [naam 2] . [belanghebbende 4] is als bewindvoerder benoemd. 2.3. Aan ieder van de kinderen is een geldbedrag van € 1.250.000,- gelegateerd, verminderd met reeds gedane schenkingen. Verder is aan de kinderen samen een boot gelegateerd. Aan [partij B] is gelegateerd de woning te [plaats 1] , de inboedel en een collectie aquarellen. De nalatenschap is door de erfgenamen beneficiair aanvaard. het verzoek, het tegenverzoek en de standpunten van de belanghebbenden 2.4. De vereffenaar heeft de kantonrechter toestemming verzocht om een procedure in te stellen tegen [partij B] . In dat verband heeft de vereffenaar laten weten dat hij voornemens is om over te gaan tot verkoop van het vakantiehuis te [plaats 2] (hierna: het vakantiehuis), om deze procedure(s) te kunnen bekostigen. [partij B] heeft de kantonrechter daarop verzocht om op de voet van artikel 4:215 lid 2 BW een beslissing te nemen over de voorgenomen verkoop, aangezien zij hier bezwaar tegen heeft. 2.5. [partij B] heeft over de voorgenomen verkoop van het vakantiehuis het volgende aangevoerd. Het is in dit stadium van de vereffening niet aan de orde om de schulden uit legaten te voldoen, zoals door mr. Ruys en mr. Stollenwerck is gesteld. Weliswaar moet er een procedure worden ingesteld om duidelijkheid te krijgen over de vermeende vorderingen, maar [partij B] acht de verkoop van het vakantiehuis niet noodzakelijk en niet proportioneel, nu volgens haar de advocaatkosten niet zo hoog kunnen zijn en deze ook niet in één keer hoeven te worden voldaan. Daarnaast zou de garage kunnen worden verkocht om deze kosten te dekken. De huidige WOZ waarde daarvan bedraagt € 44.000,-. Ook zouden de certificaten van aandelen in [bedrijfsnaam] B.V. (gedeeltelijk) te gelde kunnen worden gemaakt. 2.6. Mr. Stollenwerck heeft namens [belanghebbende 4] aangevoerd dat, nog daargelaten dat [naam 2] zich niet zonder medewerking van de bewindvoerder in het geding had mogen mengen, het niet in het (financiële) belang van [naam 1] en [naam 2] is om het vakantiehuis niet te verkopen, omdat zij geen goederen uit de nalatenschap verkrijgen maar slechts geldvorderingen hebben op de nalatenschap. 2.7. [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben te kennen gegeven dat naar hun mening niet alleen het vakantiehuis maar al het onroerend goed verkocht dient te worden voor zover dat voor een behoorlijke vereffening noodzakelijk is. Zij onderschrijven de stellingen van mr. Stollenwerck (namens [belanghebbende 4] ) in diens brief van 16 februari 2026, waarin hij onder andere aangeeft dat het onzeker is of de vordering op [partij B] daadwerkelijk kan worden geïnd en dat die onzekerheid het creëren van liquiditeit (om de geldlegaten te kunnen voldoen) via verkoop van het onroerend goed op korte termijn noodzakelijk maakt. 2.8. Het standpunt van [naam 2] is door mr Van Schagen naar voren gebracht. [naam 2] heeft bezwaar tegen de voorgenomen verkoop van het vakantiehuis, gelet op de grote emotionele waarde die dit huis voor hem heeft. Het aan hem toekomende legaat zou wat hem betreft kunnen worden omgezet in een geldlening of iets dergelijks, en zou niet behoeven te worden uitgekeerd in contanten, waardoor goederen van de nalatenschap verkocht zouden moeten worden. 2.9. Het standpunt van [belanghebbende 1] is niet bekend. De beslissing van de kantonrechter 2.10. Op grond van artikel 4:215 lid 1 BW maakt de vereffenaar goederen van de nalatenschap te gelde voor zover dit nodig is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap. Omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking treedt de vereffenaar zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen. Als tegen de voorgenomen tegeldemaking bezwaren bestaan wordt de erfgenaam in de gelegenheid gesteld om een beslissing van de kantonrechter in te roepen (artikel 4:215 lid 2 BW). 2.11. Uit de stukken en de behandeling ter zitting is duidelijk naar voren gekomen dat de vereffening van de nalatenschap moeizaam verloopt. De vereffenaar is drie jaar geleden benoemd maar het is in de afgelopen periode niet gelukt om met de erfgenamen/legatarissen in overleg tot afwikkeling van de nalatenschap te komen. Het staat vast dat de omvang van de nalatenschap niet toereikend is om de schulden uit de legaten volledig te voldoen.