Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-31
ECLI:NL:RBDHA:2026:9592
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,038 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9592 text/xml public 2026-04-29T14:54:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-31 25/4209 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9592 text/html public 2026-04-29T14:54:12 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9592 Rechtbank Den Haag , 31-03-2026 / 25/4209 Afwijzing aanvraag leerlingenvervoer. Volgens verweerder gaat leerling niet naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de bijzondere omstandigheden de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/4209 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. E.J.W.F. Deen), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. C. Mauricio de Oliveira). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor leerlingenvervoer voor haar dochter voor het schooljaar 2024-2025. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres woont met haar twee kinderen in [woonplaats] . [dochter] , de dochter van eiseres van 8 jaar oud , gaat naar het speciaal onderwijs aan [school 1] in [plaats] . Zij kan niet zelfstandig naar school. Eiseres heeft daarom leerlingenvervoer aangevraagd. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat [school 1] niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is. Wat vindt eiseres in beroep? 3. [dochter] heeft ruim een jaar thuis gezeten en geen onderwijs genoten. Eiseres heeft lang gezocht naar scholen waar haar dochter terecht kon. [school 1] was de enige school die passend onderwijs kon en wilde bieden. Andere, dichterbij huis gelegen scholen waren hiertoe niet in staat of bereid. Eiseres heeft met meerdere scholen contact gehad. Zij gaven aan dat zij haar dochter niet konden aannemen. Uiteindelijk heeft een onderwijsconsulent eiseres geholpen en bleek [school 1] wel bereid [dochter] aan te nemen en onderwijs te bieden. In verband hiermee heeft eiseres op 11 december 2024 een aanvraag leerlingenvervoer ingediend. In beroep heeft eiseres onder meer ondersteuning overgelegd van de afwijzing door meerdere scholen. 3.1. De afwijzing van leerlingenvervoer brengt eiseres in een zeer lastige positie. [dochter] kan niet zelfstandig naar school en het is voor eiseres, als alleenstaande werkende moeder praktisch onmogelijk om haar kinderen zelf naar school te brengen. Eiseres beroept zich daarom op de hardheidsclausule. Wat zijn de regels? 4. Op grond van artikel 9 van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Den Haag 2024 (de Verordening) wordt een vervoersvoorziening toegekend voor vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weg gelegen school minder kosten met zich meebrengt en de ouders schriftelijk met dat vervoer instemmen. 4.1. In artikel 29 van de Verordening is een hardheidsclausule opgenomen waarmee verweerder een artikel buiten toepassing kan laten of daarvan kan afwijken voor zover toepassing daarvan gelet op het doel en het belang van de verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De vraag die bij de rechtbank voorligt is of verweerder de aanvraag van eiseres voor leerlingenvervoer voor haar dochter met een beroep op de hardheidsclausule in redelijkheid mocht afwijzen. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat [dochter] is aangewezen op leerlingenvervoer om naar speciaal onderwijs te gaan. Dichtstbijzijnde toegankelijke school 6. Verweerder kent volgens artikel 9 van de Verordening een vervoersvoorziening toe voor vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. De dochter van eiseres gaat nu naar [school 1] . Deze school is op een afstand van 4,16 kilometer vanaf huis gelegen. In het primaire besluit heeft verweerder vastgesteld dat er drie andere scholen zijn die dichterbij zijn gelegen. Namelijk: - [school 2] (2,47 km afstand van huis ); - [school 3] (3,15 km afstand van huis) ; en - [school 4] (3,34 km afstand van huis) . 7. Eiseres heeft niet betwist dat deze scholen dichterbij zijn gelegen. Van deze dichterbij gelegen scholen heeft eiseres alleen een schriftelijke afwijzing van [school 2] verstrekt. Er zijn geen stukken waaruit blijken dat de andere twee scholen niet in staat of bereid waren passend onderwijs aan eiseres dochter te bieden of dat zij handelingsverlegen zijn. Hoewel eiseres stelt dat zij telefonisch is afgewezen en dat het moeilijk is om een schriftelijke afwijzing te krijgen, is de rechtbank ook niet gebleken dat eiseres allebei de scholen om plaatsing heeft verzocht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarmee niet aannemelijk gemaakt dat [school 1] de dichtstbijzijnde voor haar dochter toegankelijke (en passende) school is. Hardheidsclausule 8. Eiseres voert aan dat naar haar bijzondere omstandigheden moet worden gekeken en dat de hardheidsclausule moet worden aangepast. 9. Nu toepassing van de hardheidsclausule een bevoegdheid is van verweerder moet de rechtbank de weigering tot toepassing en de motivering hiervan, terughoudend toetsen. De rechtbank overweegt verder dat de hardheidsclausule tot doel heeft onbillijkheden van overwegende aard, die zich ten aanzien van personen bij een strikte toepassing van de bepalingen van de verordening zouden voordoen, weg te nemen. De toepassing van de hardheidsclausule is niet aan enige beperking gebonden, zodat rekening kan worden gehouden met alle feiten en omstandigheden. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verweerder in redelijkheid kon besluiten geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule. 10. De rechtbank is het eens met verweerder dat het in principe de verantwoordelijkheid is van ouders om hun kinderen naar school te brengen. Dat eiseres een werkende alleenstaande ouder is, twee kinderen heeft die naar verschillende scholen gaan en dat een sociaal netwerk ontbreekt, maakt de situatie van eiseres niet bijzonder (genoeg). Maar, er zijn wel andere omstandigheden in dit specifieke geval die de situatie van eiseres (en haar dochter) zodanig bijzonder maken, dat verweerder in redelijkheid tot toepassing van de hardheidsclausule had moeten komen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 10.1. [dochter] heeft op zeer jonge leeftijd meer dan een jaar geen toegang tot onderwijs gehad. Dit was in overleg met de leerplicht. Eiseres heeft verschillende scholen benaderd. Uiteindelijk is het eiseres pas met behulp van een onderwijsconsulent gelukt een passende school voor [dochter] te vinden. Van [school 2] , [school 5] en van [school 6] heeft zij schriftelijke afwijzingen verstrekt. De onderwijsconsulent heeft verder verklaard dat [dochter] (ook) niet werd aangenomen op [school 7] en [school 8] . Daarnaast heeft de onderwijsconsulent verklaard dat moeder meerdere SBO scholen heeft benaderd die haar telefonisch hebben afgewezen en dat een schriftelijke afwijzing moeilijk te krijgen is. Uiteindelijk is een plek gevonden voor [dochter] op [school 1] . Zij hebben na een uitgebreide observatieperiode besloten [dochter] te accepteren als leerling van hun school. Hieruit volgt dat [dochter] op zeer jonge leeftijd langere tijd zonder onderwijs heeft gezeten, terwijl moeder al het mogelijke heeft gedaan om een SBO-school voor haar te vinden. Zij heeft hierbij ook hulp gezocht.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9592 text/xml public 2026-04-29T14:54:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-31 25/4209 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9592 text/html public 2026-04-29T14:54:12 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9592 Rechtbank Den Haag , 31-03-2026 / 25/4209 Afwijzing aanvraag leerlingenvervoer. Volgens verweerder gaat leerling niet naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de bijzondere omstandigheden de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/4209 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. E.J.W.F. Deen), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. C. Mauricio de Oliveira). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor leerlingenvervoer voor haar dochter voor het schooljaar 2024-2025. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres woont met haar twee kinderen in [woonplaats] . [dochter] , de dochter van eiseres van 8 jaar oud , gaat naar het speciaal onderwijs aan [school 1] in [plaats] . Zij kan niet zelfstandig naar school. Eiseres heeft daarom leerlingenvervoer aangevraagd. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat [school 1] niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is. Wat vindt eiseres in beroep? 3. [dochter] heeft ruim een jaar thuis gezeten en geen onderwijs genoten. Eiseres heeft lang gezocht naar scholen waar haar dochter terecht kon. [school 1] was de enige school die passend onderwijs kon en wilde bieden. Andere, dichterbij huis gelegen scholen waren hiertoe niet in staat of bereid. Eiseres heeft met meerdere scholen contact gehad. Zij gaven aan dat zij haar dochter niet konden aannemen. Uiteindelijk heeft een onderwijsconsulent eiseres geholpen en bleek [school 1] wel bereid [dochter] aan te nemen en onderwijs te bieden. In verband hiermee heeft eiseres op 11 december 2024 een aanvraag leerlingenvervoer ingediend. In beroep heeft eiseres onder meer ondersteuning overgelegd van de afwijzing door meerdere scholen. 3.1. De afwijzing van leerlingenvervoer brengt eiseres in een zeer lastige positie. [dochter] kan niet zelfstandig naar school en het is voor eiseres, als alleenstaande werkende moeder praktisch onmogelijk om haar kinderen zelf naar school te brengen. Eiseres beroept zich daarom op de hardheidsclausule. Wat zijn de regels? 4. Op grond van artikel 9 van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Den Haag 2024 (de Verordening) wordt een vervoersvoorziening toegekend voor vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weg gelegen school minder kosten met zich meebrengt en de ouders schriftelijk met dat vervoer instemmen. 4.1. In artikel 29 van de Verordening is een hardheidsclausule opgenomen waarmee verweerder een artikel buiten toepassing kan laten of daarvan kan afwijken voor zover toepassing daarvan gelet op het doel en het belang van de verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De vraag die bij de rechtbank voorligt is of verweerder de aanvraag van eiseres voor leerlingenvervoer voor haar dochter met een beroep op de hardheidsclausule in redelijkheid mocht afwijzen. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat [dochter] is aangewezen op leerlingenvervoer om naar speciaal onderwijs te gaan. Dichtstbijzijnde toegankelijke school 6. Verweerder kent volgens artikel 9 van de Verordening een vervoersvoorziening toe voor vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. De dochter van eiseres gaat nu naar [school 1] . Deze school is op een afstand van 4,16 kilometer vanaf huis gelegen. In het primaire besluit heeft verweerder vastgesteld dat er drie andere scholen zijn die dichterbij zijn gelegen. Namelijk: - [school 2] (2,47 km afstand van huis ); - [school 3] (3,15 km afstand van huis) ; en - [school 4] (3,34 km afstand van huis) . 7. Eiseres heeft niet betwist dat deze scholen dichterbij zijn gelegen. Van deze dichterbij gelegen scholen heeft eiseres alleen een schriftelijke afwijzing van [school 2] verstrekt. Er zijn geen stukken waaruit blijken dat de andere twee scholen niet in staat of bereid waren passend onderwijs aan eiseres dochter te bieden of dat zij handelingsverlegen zijn. Hoewel eiseres stelt dat zij telefonisch is afgewezen en dat het moeilijk is om een schriftelijke afwijzing te krijgen, is de rechtbank ook niet gebleken dat eiseres allebei de scholen om plaatsing heeft verzocht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarmee niet aannemelijk gemaakt dat [school 1] de dichtstbijzijnde voor haar dochter toegankelijke (en passende) school is. Hardheidsclausule 8. Eiseres voert aan dat naar haar bijzondere omstandigheden moet worden gekeken en dat de hardheidsclausule moet worden aangepast. 9. Nu toepassing van de hardheidsclausule een bevoegdheid is van verweerder moet de rechtbank de weigering tot toepassing en de motivering hiervan, terughoudend toetsen. De rechtbank overweegt verder dat de hardheidsclausule tot doel heeft onbillijkheden van overwegende aard, die zich ten aanzien van personen bij een strikte toepassing van de bepalingen van de verordening zouden voordoen, weg te nemen. De toepassing van de hardheidsclausule is niet aan enige beperking gebonden, zodat rekening kan worden gehouden met alle feiten en omstandigheden. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verweerder in redelijkheid kon besluiten geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule. 10. De rechtbank is het eens met verweerder dat het in principe de verantwoordelijkheid is van ouders om hun kinderen naar school te brengen. Dat eiseres een werkende alleenstaande ouder is, twee kinderen heeft die naar verschillende scholen gaan en dat een sociaal netwerk ontbreekt, maakt de situatie van eiseres niet bijzonder (genoeg). Maar, er zijn wel andere omstandigheden in dit specifieke geval die de situatie van eiseres (en haar dochter) zodanig bijzonder maken, dat verweerder in redelijkheid tot toepassing van de hardheidsclausule had moeten komen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 10.1. [dochter] heeft op zeer jonge leeftijd meer dan een jaar geen toegang tot onderwijs gehad. Dit was in overleg met de leerplicht. Eiseres heeft verschillende scholen benaderd. Uiteindelijk is het eiseres pas met behulp van een onderwijsconsulent gelukt een passende school voor [dochter] te vinden. Van [school 2] , [school 5] en van [school 6] heeft zij schriftelijke afwijzingen verstrekt. De onderwijsconsulent heeft verder verklaard dat [dochter] (ook) niet werd aangenomen op [school 7] en [school 8] . Daarnaast heeft de onderwijsconsulent verklaard dat moeder meerdere SBO scholen heeft benaderd die haar telefonisch hebben afgewezen en dat een schriftelijke afwijzing moeilijk te krijgen is. Uiteindelijk is een plek gevonden voor [dochter] op [school 1] . Zij hebben na een uitgebreide observatieperiode besloten [dochter] te accepteren als leerling van hun school. Hieruit volgt dat [dochter] op zeer jonge leeftijd langere tijd zonder onderwijs heeft gezeten, terwijl moeder al het mogelijke heeft gedaan om een SBO-school voor haar te vinden. Zij heeft hierbij ook hulp gezocht.