Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-15
ECLI:NL:RBDHA:2026:9513
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,087 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9513 text/xml public 2026-04-29T09:56:16 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-15 NL26.5396 en NL26.5397 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9513 text/html public 2026-04-29T09:56:01 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9513 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / NL26.5396 en NL26.5397 Asiel - Irak - beroep ongegrond - opvolgende aanvraag - verweerder heeft mogen vinden dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade of geen vrees voor vervolging heeft vanwege zijn afwending van de islam. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL26.5396 en NL26.5397 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A.E. van der Burg). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter eisers verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Eerdere procedures 2. De moeder van eiser heeft vier keer een asielaanvraag namens eiser ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen bij besluiten van 8 februari 2018, 25 maart 2019, 3 december 2019 en 18 maart 2023 afgewezen. Eiser heeft naar voren gebracht dat hij, als zoon van een vader die door machthebbers wordt gezocht, zelfstandig gevaar loopt op vervolging en afrekening. Verweerder heeft de problemen van eisers vader en eisers familie met de stam ongeloofwaardig geacht. Deze besluiten staan in rechte vast. 3. Op 23 augustus 2023 heeft eiser zelfstandig een opvolgende aanvraag ingediend. Eiser heeft aangevoerd dat hij gevaar loopt vanwege zijn vader, dat hij is verwesterd en dat hij twijfels heeft over de islam. Verweerder heeft de problemen van eisers vader wederom ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft het geloofwaardig geacht dat eiser gewend is geraakt aan de Nederlandse cultuur en dat hij twijfels heeft over de islam. Verweerder heeft geconcludeerd dat eiser geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Dit besluit staat ook in rechte vast. Huidige aanvraag 4. Op 28 oktober 2025 heeft eiser de huidige opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op 20 december 2008. Eiser heeft verklaard dat hij zich heeft afgewend van de islam. Hierdoor vreest hij in Irak voor problemen met de stamleden van zijn moeder. Verder stelt eiser dat het mogelijk is dat hij wordt gedood. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; eisers afwending van de islam. 5.1. Verweerder vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Verweerder vindt echter dat eiser bij terugkeer naar Irak geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft daarbij betrokken dat de bedreigingen van stamleden in een eerdere procedure al zijn aangevoerd en ongeloofwaardig zijn. Daarnaast vindt verweerder dat het niet aannemelijk is dat eisers gezinsleden zijn afwending van de islam niet accepteren. Daarnaast uit eiser zijn afvalligheid in Nederland nauwelijks en wil hij dat in de toekomst ook niet doen. Tot slot is het niet aannemelijk dat eiser vanwege toekomstige uiting van zijn afwending van de islam vreest voor vervolging in Irak. Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Irak ook geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers beroep op verwestering kan namelijk niet worden aangemerkt als nieuw relevant element, omdat dit al is beoordeeld bij de vorige asielaanvraag. Wat vindt eiser in beroep? 6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Allereerst mag er bij geloofsovertuiging geen enkele terughoudendheid worden verwacht van een vluchteling met het oog op het voorkomen van problemen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit voor eiser anders zou zijn. Daarnaast heeft verweerder miskend dat eiser is verwesterd door zijn verblijf in Nederland. Eiser heeft ook een Nederlandse vriendin uit een christelijk gezin, wat niet geaccepteerd wordt in Irak. Tot slot zijn de bedreigingen nog steeds gaande. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze binnen de actuele context nog steeds niet geloofwaardig zouden zijn. Wat is het oordeel van de rechtbank? 7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade? 8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat eiser bij terugkeer geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn afwending van de islam. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn afvalligheid in Nederland nauwelijks uit en dat in de toekomst ook niet wil doen. Eiser heeft namelijk verklaard dat zijn afwending van de islam geen belangrijk onderwerp is en dat het hem niet boeit wat mensen denken. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij anderen over zijn afvalligheid zal vertellen als hij een betere connectie heeft. Op de vraag of eiser mensen zou willen informeren over wat niet correct is aan de islam heeft eiser verklaard dat hij niet tegen mensen hoeft te zeggen over wat ze wel of niet moeten doen. Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij in de toekomst meer open zou willen zijn als hij gaat trouwen met Roos. Verweerder heeft mogen vinden dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat het belangrijk voor hem is om zijn afwending van de islam actief in Nederland te uiten of zijn afwending in de toekomst actiever te uiten dan hij nu doet. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt mogen stellen dat niet is gebleken dat het uiten van de afwending van de islam voor eiser een essentieel onderdeel is van zijn persoonlijke levenssfeer en (geloofs)identiteit. 8.1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook mogen vinden dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege de toekomstige afwending van de islam vrees voor vervolging heeft in Irak. Verweerder heeft er op mogen wijzen dat uit de landeninformatie blijkt dat de huidige generatie Iraakse jongeren in toenemende mate seculariseert, dat het openlijk niet praktiseren van de islam in het dagelijks leven geen problemen oplevert en dat de samenleving zich nauwelijks bezighoudt met het concept van afvalligheid. Eiser is tijdens het gehoor gevraagd hoe hij zich zou willen uiten als niet-moslim in Irak. Eiser heeft verklaard dat hij hier nooit over na heeft gedacht en dat hij niet weet wat hij zou willen doen. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij zich zou willen uiten zoals hij nu doet. Verder heeft eiser aange geven dat hij de wens heeft om te kunnen praten of debatteren over religies en filosofie. Verweerder heeft gelet op de landeninformatie mogen vinden dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege de afwending van de islam en zijn manier van uiten zoals hij ook in Nederland doet te vrezen heeft in Irak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder verder mogen vinden dat eiser bij terugkeer zich enigszins conformeert aan de lokale gebruiken en regels.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9513 text/xml public 2026-04-29T09:56:16 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-15 NL26.5396 en NL26.5397 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9513 text/html public 2026-04-29T09:56:01 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9513 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / NL26.5396 en NL26.5397 Asiel - Irak - beroep ongegrond - opvolgende aanvraag - verweerder heeft mogen vinden dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade of geen vrees voor vervolging heeft vanwege zijn afwending van de islam. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL26.5396 en NL26.5397 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A.E. van der Burg). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter eisers verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Eerdere procedures 2. De moeder van eiser heeft vier keer een asielaanvraag namens eiser ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen bij besluiten van 8 februari 2018, 25 maart 2019, 3 december 2019 en 18 maart 2023 afgewezen. Eiser heeft naar voren gebracht dat hij, als zoon van een vader die door machthebbers wordt gezocht, zelfstandig gevaar loopt op vervolging en afrekening. Verweerder heeft de problemen van eisers vader en eisers familie met de stam ongeloofwaardig geacht. Deze besluiten staan in rechte vast. 3. Op 23 augustus 2023 heeft eiser zelfstandig een opvolgende aanvraag ingediend. Eiser heeft aangevoerd dat hij gevaar loopt vanwege zijn vader, dat hij is verwesterd en dat hij twijfels heeft over de islam. Verweerder heeft de problemen van eisers vader wederom ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft het geloofwaardig geacht dat eiser gewend is geraakt aan de Nederlandse cultuur en dat hij twijfels heeft over de islam. Verweerder heeft geconcludeerd dat eiser geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Dit besluit staat ook in rechte vast. Huidige aanvraag 4. Op 28 oktober 2025 heeft eiser de huidige opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op 20 december 2008. Eiser heeft verklaard dat hij zich heeft afgewend van de islam. Hierdoor vreest hij in Irak voor problemen met de stamleden van zijn moeder. Verder stelt eiser dat het mogelijk is dat hij wordt gedood. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; eisers afwending van de islam. 5.1. Verweerder vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Verweerder vindt echter dat eiser bij terugkeer naar Irak geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft daarbij betrokken dat de bedreigingen van stamleden in een eerdere procedure al zijn aangevoerd en ongeloofwaardig zijn. Daarnaast vindt verweerder dat het niet aannemelijk is dat eisers gezinsleden zijn afwending van de islam niet accepteren. Daarnaast uit eiser zijn afvalligheid in Nederland nauwelijks en wil hij dat in de toekomst ook niet doen. Tot slot is het niet aannemelijk dat eiser vanwege toekomstige uiting van zijn afwending van de islam vreest voor vervolging in Irak. Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Irak ook geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers beroep op verwestering kan namelijk niet worden aangemerkt als nieuw relevant element, omdat dit al is beoordeeld bij de vorige asielaanvraag. Wat vindt eiser in beroep? 6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Allereerst mag er bij geloofsovertuiging geen enkele terughoudendheid worden verwacht van een vluchteling met het oog op het voorkomen van problemen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit voor eiser anders zou zijn. Daarnaast heeft verweerder miskend dat eiser is verwesterd door zijn verblijf in Nederland. Eiser heeft ook een Nederlandse vriendin uit een christelijk gezin, wat niet geaccepteerd wordt in Irak. Tot slot zijn de bedreigingen nog steeds gaande. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze binnen de actuele context nog steeds niet geloofwaardig zouden zijn. Wat is het oordeel van de rechtbank? 7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade? 8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat eiser bij terugkeer geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn afwending van de islam. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn afvalligheid in Nederland nauwelijks uit en dat in de toekomst ook niet wil doen. Eiser heeft namelijk verklaard dat zijn afwending van de islam geen belangrijk onderwerp is en dat het hem niet boeit wat mensen denken. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij anderen over zijn afvalligheid zal vertellen als hij een betere connectie heeft. Op de vraag of eiser mensen zou willen informeren over wat niet correct is aan de islam heeft eiser verklaard dat hij niet tegen mensen hoeft te zeggen over wat ze wel of niet moeten doen. Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij in de toekomst meer open zou willen zijn als hij gaat trouwen met Roos. Verweerder heeft mogen vinden dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat het belangrijk voor hem is om zijn afwending van de islam actief in Nederland te uiten of zijn afwending in de toekomst actiever te uiten dan hij nu doet. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt mogen stellen dat niet is gebleken dat het uiten van de afwending van de islam voor eiser een essentieel onderdeel is van zijn persoonlijke levenssfeer en (geloofs)identiteit. 8.1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook mogen vinden dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege de toekomstige afwending van de islam vrees voor vervolging heeft in Irak. Verweerder heeft er op mogen wijzen dat uit de landeninformatie blijkt dat de huidige generatie Iraakse jongeren in toenemende mate seculariseert, dat het openlijk niet praktiseren van de islam in het dagelijks leven geen problemen oplevert en dat de samenleving zich nauwelijks bezighoudt met het concept van afvalligheid. Eiser is tijdens het gehoor gevraagd hoe hij zich zou willen uiten als niet-moslim in Irak. Eiser heeft verklaard dat hij hier nooit over na heeft gedacht en dat hij niet weet wat hij zou willen doen. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij zich zou willen uiten zoals hij nu doet. Verder heeft eiser aange geven dat hij de wens heeft om te kunnen praten of debatteren over religies en filosofie. Verweerder heeft gelet op de landeninformatie mogen vinden dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege de afwending van de islam en zijn manier van uiten zoals hij ook in Nederland doet te vrezen heeft in Irak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder verder mogen vinden dat eiser bij terugkeer zich enigszins conformeert aan de lokale gebruiken en regels.