Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-12
ECLI:NL:RBDHA:2026:9442
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,043 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9442 text/xml public 2026-04-28T14:47:59 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-12 NL25.60682 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9442 text/html public 2026-04-28T14:47:31 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9442 Rechtbank Den Haag , 12-02-2026 / NL25.60682 Eritrea - beroep gegrond - verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade - legale uitreis. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.60682 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Drenth), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: R.I. Schrijnemachers). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 4 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, R. Ibrahim als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser heeft de Eritrese nationaliteit en is geboren [geboortedatum] 1977. Eiser heeft verklaard dat [functie] en dat hij Eritrea legaal heeft verlaten om in Hongarije een [cursus] te volgen. Hij is niet terug gekeerd naar Eritrea en is naar Nederland gekomen om asiel aan te vragen. Eiser vreest bij terugkeer naar Eritrea om als landverrader te worden gezien en in detentie te worden geplaatst of gedood te worden. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder het volgende asielmotief: 1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. 4. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Eritrea geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft daarbij betrokken dat eiser legaal is uitgereisd en een paspoort en uitreisvisum heeft gekregen van de Eritrese autoriteiten en verwezen naar het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023, waaruit blijkt dat het niet aannemelijk is dat eiser problemen krijgt bij terugkeer. Verweerder vindt daarnaast dat eiser zijn vrees vanwege zijn twee detenties niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij heeft namelijk een paspoort kunnen vragen van de Eritrese autoriteiten en verweerder vindt het niet aannemelijk dat eiser toestemming krijgt om het land te verlaten, als hij in het verleden in de gevangenis heeft gezeten. Verder vindt verweerder de twee detentieperiodes niet relevant voor eisers vertrek uit Eritrea. De eerste detentie vond namelijk plaats in 2017 en eiser heeft niet geprobeerd om daarna het land te verlaten. De tweede detentie in 2022 houdt geen enkel verband met de door eiser gestelde vrees, omdat het een civiele kwestie op lokaal niveau betreft. Tot slot stelt verweerder zich op het standpunt gesteld dat de vrees van eiser enkel is gebaseerd op eigen aannames en op wat hij van derden heeft gehoord. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe de volgende gronden aan. Eiser vindt dat hij wel gevaar loopt bij terugkeer naar Eritrea, omdat hij asiel heeft aangevraagd in het buitenland en zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van het visum. Uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2025 blijkt namelijk dat terugkeer na een legale uitreis de terugkeerder niet vrijwaarde van problemen en dat asiel aanvragen in het buitenland een risicofactor is. Verweerder stelt zich daarnaast ten onrechte op het standpunt dat eiser geen persoonlijke problemen heeft, omdat hij een op naam gezet uitreisvisum heeft en een op naam gezette uitnodiging van [organisatie] . De autoriteiten zijn daarom op de hoogte van zijn vertrek. Verder willen de Eritrese autoriteiten dat hij terugkeert, omdat hij een belangrijk onderdeel is van het [programma] . Eiser staat dus wel degelijk in de belangstelling van de Eritrese autoriteiten. Eiser heeft zich ook negatief uitgelaten over Eritrea. Tot slot is eiser het niet eens met terugkeerbesluit. Eiser kan namelijk niet terugkeren naar Eritrea en hij is een leven aan het opbouwen in Nederland. Hij is verbonden aan diverse sportclubs en hij is een waardevolle toevoeging voor Nederland. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer naar Eritrea geen reëel risico loopt op ernstige schade? 6.1. In de toelichting van 30 april 2025 op het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023 wordt bevestigd dat uit twee in het ambtsbericht aangehaalde bronnen kan worden opgemaakt dat aan het uitreisvisum (in bepaalde gevallen van officiële reisdoelen) een termijn verbonden was waarbinnen de houder moest terugkeren, maar volgt ook dat uit verschillende andere bronnen expliciet blijkt dat er aan een uitreisvisum geen terugkeertermijn is verbonden. Personen die reisden voor officieel bezoek in het buitenland lopen het risico dat hun verblijf in het buitenland als illegaal werd beschouwd indien zijn niet terugkeerden na het bezoek. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiser stelt [functie] en te zijn uitgenodigd voor een [cursus] in Hongarije, waarvoor hij een uitreisvisum heeft verkregen. Eiser heeft in het nader gehoor en in de zienswijze aangevoerd dat er een terugkeertermijn gebonden is aan zijn uitreisvisum. Daarnaast heeft hij stukken overgelegd waaruit zijn reis- en vluchtschema blijkt. Eiser heeft er daarnaast op gewezen dat het uitreisvisum en de uitnodiging op zijn naam staan. De rechtbank acht het tegen deze achtergrond aannemelijk dat de Eritrese autoriteiten bekend waren met eisers [cursus] in Hongarije en mogelijk ook met de einddatum daarvan. Gelet op eisers werkzaamheden als onderdeel van het [programma] acht de rechtbank het eveneens aannemelijk dat eiser in ieder geval in de belangstelling van de Eritrese autoriteiten staat. Gelet hierop, heeft verweerder in het bestreden besluit onvoldoende betrokken dat in het geval van eiser sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Gelet op de potentieel ernstige gevolgen voor eiser bij terugkeer, oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerders verwijzing naar het recente ambtsbericht , waaruit blijkt Eritrese onderdanen na een legale uitreis op een willekeurig moment kunnen terugkeren naar Eritrea, maakt het voorgaande niet anders. Zoals reeds overwogen, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in zijn beoordeling onvoldoende meegewogen dat er in het geval van eiser mogelijk sprake is van een uitzonderlijke situatie. 7. Uit het voorgaande volgt al dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank zal daarom geen oordeel geven over de overige beroepsgronden. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit vernietigt. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. 9. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,-.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9442 text/xml public 2026-04-28T14:47:59 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-12 NL25.60682 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9442 text/html public 2026-04-28T14:47:31 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9442 Rechtbank Den Haag , 12-02-2026 / NL25.60682 Eritrea - beroep gegrond - verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade - legale uitreis. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.60682 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Drenth), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: R.I. Schrijnemachers). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 4 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, R. Ibrahim als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser heeft de Eritrese nationaliteit en is geboren [geboortedatum] 1977. Eiser heeft verklaard dat [functie] en dat hij Eritrea legaal heeft verlaten om in Hongarije een [cursus] te volgen. Hij is niet terug gekeerd naar Eritrea en is naar Nederland gekomen om asiel aan te vragen. Eiser vreest bij terugkeer naar Eritrea om als landverrader te worden gezien en in detentie te worden geplaatst of gedood te worden. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder het volgende asielmotief: 1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. 4. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Eritrea geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft daarbij betrokken dat eiser legaal is uitgereisd en een paspoort en uitreisvisum heeft gekregen van de Eritrese autoriteiten en verwezen naar het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023, waaruit blijkt dat het niet aannemelijk is dat eiser problemen krijgt bij terugkeer. Verweerder vindt daarnaast dat eiser zijn vrees vanwege zijn twee detenties niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij heeft namelijk een paspoort kunnen vragen van de Eritrese autoriteiten en verweerder vindt het niet aannemelijk dat eiser toestemming krijgt om het land te verlaten, als hij in het verleden in de gevangenis heeft gezeten. Verder vindt verweerder de twee detentieperiodes niet relevant voor eisers vertrek uit Eritrea. De eerste detentie vond namelijk plaats in 2017 en eiser heeft niet geprobeerd om daarna het land te verlaten. De tweede detentie in 2022 houdt geen enkel verband met de door eiser gestelde vrees, omdat het een civiele kwestie op lokaal niveau betreft. Tot slot stelt verweerder zich op het standpunt gesteld dat de vrees van eiser enkel is gebaseerd op eigen aannames en op wat hij van derden heeft gehoord. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe de volgende gronden aan. Eiser vindt dat hij wel gevaar loopt bij terugkeer naar Eritrea, omdat hij asiel heeft aangevraagd in het buitenland en zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van het visum. Uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2025 blijkt namelijk dat terugkeer na een legale uitreis de terugkeerder niet vrijwaarde van problemen en dat asiel aanvragen in het buitenland een risicofactor is. Verweerder stelt zich daarnaast ten onrechte op het standpunt dat eiser geen persoonlijke problemen heeft, omdat hij een op naam gezet uitreisvisum heeft en een op naam gezette uitnodiging van [organisatie] . De autoriteiten zijn daarom op de hoogte van zijn vertrek. Verder willen de Eritrese autoriteiten dat hij terugkeert, omdat hij een belangrijk onderdeel is van het [programma] . Eiser staat dus wel degelijk in de belangstelling van de Eritrese autoriteiten. Eiser heeft zich ook negatief uitgelaten over Eritrea. Tot slot is eiser het niet eens met terugkeerbesluit. Eiser kan namelijk niet terugkeren naar Eritrea en hij is een leven aan het opbouwen in Nederland. Hij is verbonden aan diverse sportclubs en hij is een waardevolle toevoeging voor Nederland. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer naar Eritrea geen reëel risico loopt op ernstige schade? 6.1. In de toelichting van 30 april 2025 op het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023 wordt bevestigd dat uit twee in het ambtsbericht aangehaalde bronnen kan worden opgemaakt dat aan het uitreisvisum (in bepaalde gevallen van officiële reisdoelen) een termijn verbonden was waarbinnen de houder moest terugkeren, maar volgt ook dat uit verschillende andere bronnen expliciet blijkt dat er aan een uitreisvisum geen terugkeertermijn is verbonden. Personen die reisden voor officieel bezoek in het buitenland lopen het risico dat hun verblijf in het buitenland als illegaal werd beschouwd indien zijn niet terugkeerden na het bezoek. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiser stelt [functie] en te zijn uitgenodigd voor een [cursus] in Hongarije, waarvoor hij een uitreisvisum heeft verkregen. Eiser heeft in het nader gehoor en in de zienswijze aangevoerd dat er een terugkeertermijn gebonden is aan zijn uitreisvisum. Daarnaast heeft hij stukken overgelegd waaruit zijn reis- en vluchtschema blijkt. Eiser heeft er daarnaast op gewezen dat het uitreisvisum en de uitnodiging op zijn naam staan. De rechtbank acht het tegen deze achtergrond aannemelijk dat de Eritrese autoriteiten bekend waren met eisers [cursus] in Hongarije en mogelijk ook met de einddatum daarvan. Gelet op eisers werkzaamheden als onderdeel van het [programma] acht de rechtbank het eveneens aannemelijk dat eiser in ieder geval in de belangstelling van de Eritrese autoriteiten staat. Gelet hierop, heeft verweerder in het bestreden besluit onvoldoende betrokken dat in het geval van eiser sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Gelet op de potentieel ernstige gevolgen voor eiser bij terugkeer, oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerders verwijzing naar het recente ambtsbericht , waaruit blijkt Eritrese onderdanen na een legale uitreis op een willekeurig moment kunnen terugkeren naar Eritrea, maakt het voorgaande niet anders. Zoals reeds overwogen, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in zijn beoordeling onvoldoende meegewogen dat er in het geval van eiser mogelijk sprake is van een uitzonderlijke situatie. 7. Uit het voorgaande volgt al dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank zal daarom geen oordeel geven over de overige beroepsgronden. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit vernietigt. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. 9. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,-.