Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:9336
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,971 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9336 text/xml public 2026-05-05T09:30:24 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 11352007 \ RL EXPL 24-19020 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9336 text/html public 2026-04-23T15:54:31 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9336 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / 11352007 \ RL EXPL 24-19020 Luchtvaart RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag NvE/c Zaaknummer: 11352007 \ RL EXPL 24-19020 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van 1 [eisers sub 1], 2. [eisers sub 2] , beiden wonende te [woonplaats 1], 3. [eisers sub 3] , 4. [eisers sub 4] , beiden wonende te [woonplaats 2], 5. [eisers sub 5] , 6.[eisers sub 6], beiden wonende te [woonplaats 3], 7. [eisers sub 7], 8. [eisers sub 8], 9. [eisers sub 9], alle drie wonende te [woonplaats 4], 10. [eisers sub 10], 11. [eisers sub 11], beiden wonende te [woonplaats 5], 12. [eisers sub 12], wonende te [woonplaats 6], 13. [eisers sub 13], 14. [eisers sub 14], beiden wonende te [woonplaats 7], 15. STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND, gevestigd te Apeldoorn, gemachtigde: mr. R. Bos, eisende partijen, hierna samen te noemen: de Passagiers, tegen TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI) , gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 3 september 2024 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek, - de akte uitlating producties van de zijde van TUI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. De Passagiers 1 tot en met 14 hadden een (pakketreis)overeenkomst gesloten met reisorganisator Tui Nederland N.V., waarin een boeking zat voor TUI-vlucht OR 379 van Amsterdam Schiphol naar Curaçao Aeropuerto Hato op 13 september 2022. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam. 2.2. Vlucht OR 379 is door TUI met een vertraging van 4 uur en 55 minuten uitgevoerd. 3 Het geschil 3.1. De Passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 10.455,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. De Passagiers leggen aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hen recht geven op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van hun vlucht van Amsterdam naar Curaçao. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef hebben de Passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 855,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Passagiers in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat Achmea geen recht heeft op enige compensatie en dat de (overige) Passagiers zich niet tijdig hebben gemeld conform artikel 3 van de Verordening, zodat niet vaststaat dat de Verordening van toepassing is. Daarnaast stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Vordering Achmea 4.1. TUI heeft als verweer aangevoerd dat Achmea geen recht heeft op compensatie, omdat zij een rechtspersoon is en in de dagvaarding geen enkele toelichting is gegeven waarom zij recht op compensatie zou hebben. 4.2. Anders dan namens Achmea bij repliek naar voren is gebracht blijkt bij dagvaarding niet van enige akte van cessie waarbij een passagier zijn of haar vordering heeft overgedragen aan Achmea. De productie 1 waarnaar verwezen wordt bevat alleen aktes van cessie van eisers 1 t/m 14 aan Aviclaim, maar niet van enig passagier aan Achmea. Daarnaast is de overgelegde volmacht van Achmea aan Aviclaim niet toereikend, omdat die verlopen is nu die volmacht tot 1 mei 2023 van kracht was en de procedure pas in 2024 is gestart. Gesteld noch gebleken is dat die volmacht is verlengd. De vordering van Achmea zal daarom worden afgewezen. Wanneer hierna over de Passagiers wordt gesproken wordt bedoeld eisers 1 t/m 14. Toepasselijkheid van de Verordening 4.3. TUI heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de Verordening niet van toepassing is omdat de Passagiers niet hebben gesteld dat zij zich conform artikel 3 (werkingssfeer) van de Verordening tijdig bij de gate hebben gemeld. Hoewel TUI op zich gelijk heeft dat de Passagiers niet hebben gesteld dat zij op tijd waren zal de kantonrechter dit verweer toch passeren. De betreffende voorwaarde waarop TUI een beroep doet is geen vereiste voor de toepasselijkheid van de Verordening. In de Verordening staat immers dat de passagier zich tijdig moet melden bij de incheckbalie en niet bij de gate, zoals TUI heeft gesteld. Het is verder algemeen bekend dat het inchecken tegenwoordig reeds digitaal thuis kan plaatsvinden en de meeste reizigers dat ook (zullen) doen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het hier anders is gegaan. Geen buitengewone omstandigheid aangetoond 4.4. De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 4.5. Niet in geschil is dat de Passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de Passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. 4.6. TUI heeft veel nadruk gelegd op de eerdere vertraging van de rotatievlucht van 12 september 2022 (OR 377) en dat die mogelijk doorwerkt op de onderhavige vlucht OR 379. Voor de vertraging op 13 september 2022 stelt zij dat als er een (vervangend) toestel tijdig klaar gestaan zou hebben, die evenmin tijdig vertrokken was, vanwege dezelfde problemen rondom het beveiligingspersoneel op die dag. De Passagiers hebben dit bestreden. Ter onderbouwing verwijst TUI naar een NOS Nieuws bericht dat het nog steeds druk is op Schiphol met buiten lange rijen. 4.7. Voor zover TUI heeft betoogd dat de vertraging van vlucht OR 377 doorwerkt naar de onderhavige vlucht wordt dat betoog niet gevolgd. De jurisprudentie van het Europese Hof beperkt de doorwerking van vertragingen slechts ten aanzien van rotatievluchten, die met een bepaald vliegtuig worden gemaakt op een en dezelfde dag, in de regel voor korte - of middellange vluchten. In dergelijke gevallen heeft de luchtvaartmaatschappij maar beperkte mogelijkheden om vertragingen op te vangen. In dit geval gaat het om een langeafstandsvlucht, die zich uitstrekt over twee opeenvolgende dagen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9336 text/xml public 2026-05-05T09:30:24 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 11352007 \ RL EXPL 24-19020 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9336 text/html public 2026-04-23T15:54:31 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9336 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / 11352007 \ RL EXPL 24-19020 Luchtvaart RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag NvE/c Zaaknummer: 11352007 \ RL EXPL 24-19020 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van 1 [eisers sub 1], 2. [eisers sub 2] , beiden wonende te [woonplaats 1], 3. [eisers sub 3] , 4. [eisers sub 4] , beiden wonende te [woonplaats 2], 5. [eisers sub 5] , 6.[eisers sub 6], beiden wonende te [woonplaats 3], 7. [eisers sub 7], 8. [eisers sub 8], 9. [eisers sub 9], alle drie wonende te [woonplaats 4], 10. [eisers sub 10], 11. [eisers sub 11], beiden wonende te [woonplaats 5], 12. [eisers sub 12], wonende te [woonplaats 6], 13. [eisers sub 13], 14. [eisers sub 14], beiden wonende te [woonplaats 7], 15. STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND, gevestigd te Apeldoorn, gemachtigde: mr. R. Bos, eisende partijen, hierna samen te noemen: de Passagiers, tegen TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI) , gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 3 september 2024 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek, - de akte uitlating producties van de zijde van TUI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. De Passagiers 1 tot en met 14 hadden een (pakketreis)overeenkomst gesloten met reisorganisator Tui Nederland N.V., waarin een boeking zat voor TUI-vlucht OR 379 van Amsterdam Schiphol naar Curaçao Aeropuerto Hato op 13 september 2022. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam. 2.2. Vlucht OR 379 is door TUI met een vertraging van 4 uur en 55 minuten uitgevoerd. 3 Het geschil 3.1. De Passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 10.455,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. De Passagiers leggen aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hen recht geven op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van hun vlucht van Amsterdam naar Curaçao. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef hebben de Passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 855,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Passagiers in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat Achmea geen recht heeft op enige compensatie en dat de (overige) Passagiers zich niet tijdig hebben gemeld conform artikel 3 van de Verordening, zodat niet vaststaat dat de Verordening van toepassing is. Daarnaast stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Vordering Achmea 4.1. TUI heeft als verweer aangevoerd dat Achmea geen recht heeft op compensatie, omdat zij een rechtspersoon is en in de dagvaarding geen enkele toelichting is gegeven waarom zij recht op compensatie zou hebben. 4.2. Anders dan namens Achmea bij repliek naar voren is gebracht blijkt bij dagvaarding niet van enige akte van cessie waarbij een passagier zijn of haar vordering heeft overgedragen aan Achmea. De productie 1 waarnaar verwezen wordt bevat alleen aktes van cessie van eisers 1 t/m 14 aan Aviclaim, maar niet van enig passagier aan Achmea. Daarnaast is de overgelegde volmacht van Achmea aan Aviclaim niet toereikend, omdat die verlopen is nu die volmacht tot 1 mei 2023 van kracht was en de procedure pas in 2024 is gestart. Gesteld noch gebleken is dat die volmacht is verlengd. De vordering van Achmea zal daarom worden afgewezen. Wanneer hierna over de Passagiers wordt gesproken wordt bedoeld eisers 1 t/m 14. Toepasselijkheid van de Verordening 4.3. TUI heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de Verordening niet van toepassing is omdat de Passagiers niet hebben gesteld dat zij zich conform artikel 3 (werkingssfeer) van de Verordening tijdig bij de gate hebben gemeld. Hoewel TUI op zich gelijk heeft dat de Passagiers niet hebben gesteld dat zij op tijd waren zal de kantonrechter dit verweer toch passeren. De betreffende voorwaarde waarop TUI een beroep doet is geen vereiste voor de toepasselijkheid van de Verordening. In de Verordening staat immers dat de passagier zich tijdig moet melden bij de incheckbalie en niet bij de gate, zoals TUI heeft gesteld. Het is verder algemeen bekend dat het inchecken tegenwoordig reeds digitaal thuis kan plaatsvinden en de meeste reizigers dat ook (zullen) doen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het hier anders is gegaan. Geen buitengewone omstandigheid aangetoond 4.4. De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 4.5. Niet in geschil is dat de Passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de Passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. 4.6. TUI heeft veel nadruk gelegd op de eerdere vertraging van de rotatievlucht van 12 september 2022 (OR 377) en dat die mogelijk doorwerkt op de onderhavige vlucht OR 379. Voor de vertraging op 13 september 2022 stelt zij dat als er een (vervangend) toestel tijdig klaar gestaan zou hebben, die evenmin tijdig vertrokken was, vanwege dezelfde problemen rondom het beveiligingspersoneel op die dag. De Passagiers hebben dit bestreden. Ter onderbouwing verwijst TUI naar een NOS Nieuws bericht dat het nog steeds druk is op Schiphol met buiten lange rijen. 4.7. Voor zover TUI heeft betoogd dat de vertraging van vlucht OR 377 doorwerkt naar de onderhavige vlucht wordt dat betoog niet gevolgd. De jurisprudentie van het Europese Hof beperkt de doorwerking van vertragingen slechts ten aanzien van rotatievluchten, die met een bepaald vliegtuig worden gemaakt op een en dezelfde dag, in de regel voor korte - of middellange vluchten. In dergelijke gevallen heeft de luchtvaartmaatschappij maar beperkte mogelijkheden om vertragingen op te vangen. In dit geval gaat het om een langeafstandsvlucht, die zich uitstrekt over twee opeenvolgende dagen.