Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:9332
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,941 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9332 text/xml public 2026-05-05T09:30:23 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 11352131 \ RL EXPL 24-19028 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9332 text/html public 2026-04-23T15:42:52 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9332 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / 11352131 \ RL EXPL 24-19028 Luchtvaart RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag NvE/c Zaaknummer: 11352131 \ RL EXPL 24-19028 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND , gevestigd te Apeldoorn, gemachtigde: mr. R. Bos, eisende partij, hierna samen te noemen: SAR, tegen TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI) , gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 augustus 2024 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek, - de akte uitlating producties van de zijde van TUI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [passagier 1] uit [woonplaats 1], [passagier 2] en [passagier 3] uit [woonplaats 2] (hierna de passagiers) hadden voor 12 september 2022 een boeking voor vlucht OR 377 van TUI van Amsterdam Schiphol naar Curaçao Aeropuerto Hato. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam. 2.2. Vlucht OR 377 is door TUI met een vertraging van 5 uur en 34 minuten uitgevoerd. 3. Het geschil 3.1. SAR vordert - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 2.070,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. SAR legt aan haar vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, haar recht geeft op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van de vlucht van Amsterdam naar Curaçao. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef heeft SAR kosten moeten maken die worden begroot op € 270,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van SAR, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van SAR in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de gestelde cessie van de vorderingen van de passagiers aan SAR niet rechtsgeldig is. Daarnaast verweert TUI zich dat de Passagiers zich niet tijdig hebben gemeld conform artikel 3 van de Verordening, zodat niet vaststaat dat de Verordening van toepassing is. Tot slot stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Rechtsgeldige cessie 4.1. TUI heeft als verweer aangevoerd dat de akten van cessie van de passagiers aan SAR niet rechtsgeldig zijn, omdat gesteld noch gebleken is wie de passagiers zijn en dat zij een vorderingsrecht hebben. De kantonrechter volgt dit verweer niet. Anders dan TUI heeft aangevoerd zijn in productie 1 bij dagvaarding drie akten van cessie overgelegd waaruit blijkt dat de passagiers hun gestelde vorderingsrecht overdragen aan SAR. Daarnaast blijkt uit de overgelegde reisbescheiden dat de passagiers een boeking hadden voor de vlucht OR 377 van 12 september 2022 van Amsterdam naar Curaçao. Hoewel een en ander niet direct duidelijk en expliciet in de dagvaarding is benoemd volgt dit wel uit de overgelegde producties waarnaar verwezen wordt. Toepasselijkheid van de Verordening 4.2. Tui heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de Verordening niet van toepassing is omdat SAR niet heeft gesteld dat de passagiers zich conform artikel 3 (werkingssfeer) van de Verordening tijdig bij de gate hebben gemeld. Hoewel TUI op zich gelijk heeft dat SAR niet heeft gesteld dat de passagiers op tijd waren zal de kantonrechter dit verweer toch passeren. De betreffende voorwaarde waarop TUI een beroep doet is geen vereiste voor de toepasselijkheid van de Verordening. In de Verordening staat immers dat de passagier zich tijdig moet melden bij de incheckbalie en niet bij de gate, zoals TUI heeft gesteld. Het is verder algemeen bekend dat het inchecken tegenwoordig reeds digitaal thuis kan plaatsvinden en de meeste reizigers dat ook (zullen) doen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het hier anders is gegaan. Buitengewone omstandigheid 4.3. De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 4.4. Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de passagiers en nu dus SAR in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. 4.5. Anders dan SAR heeft gesteld is de kantonrechter van oordeel dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van het betreffende vliegtuig was gelegen in de lange wachtrijen op de luchthaven Schiphol in de zomer van 2022, die het gevolg waren van een ernstig tekort aan beveiligingspersoneel. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van 17 september 2022 van de Station Operation Coördinator en de nieuwsberichten die over de lange wachtrijen zijn uitgebracht. Het gevolg was dat er lange wachtrijen voor de veiligheidscontrole ontstonden, wachtrijen die zich zelfs tot ver buiten het luchthavengebouw van Schiphol uitstrekten. TUI heeft vervolgens besloten het boarden uit te stellen en te wachten op de passagiers. Drie uur na het geplande vertrek van de vlucht, had de helft van de passagiers zich nog niet gemeld. Om de passagiers als nog in de gelegenheid te stellen hun vlucht te halen is de route van de vlucht gewijzigd. Omdat de luchthaven van Bonaire niet 24 uur per dag open is, is besloten daar eerst heen te vliegen en dan pas naar Curaçao. Uiteindelijk moest de vlucht wel vertrekken omdat als TUI nog langer zou wachten, de bemanning uit de uren zou lopen. TUI heeft uiteindelijk niet op alle passagiers gewacht, maar is met een vertraging van 4 uur en 54 minuten vertrokken. Deze vertraging heeft het vliegtuig niet meer kunnen inlopen. Weliswaar had Schiphol voor de maanden juni, juli en augustus 2022 nog gevraagd om vluchten te annuleren, maar voor de maand september 2022 waren geen beperkingen opgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het ontbreken van voldoende beveiligingspersoneel op de luchthaven Schiphol ten tijde van de betreffende vlucht OR 377 op 12 september 2022 als een buitengewone omstandigheid is aan te merken, waarop TUI zich kan beroepen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9332 text/xml public 2026-05-05T09:30:23 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 11352131 \ RL EXPL 24-19028 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9332 text/html public 2026-04-23T15:42:52 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9332 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / 11352131 \ RL EXPL 24-19028 Luchtvaart RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag NvE/c Zaaknummer: 11352131 \ RL EXPL 24-19028 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND , gevestigd te Apeldoorn, gemachtigde: mr. R. Bos, eisende partij, hierna samen te noemen: SAR, tegen TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI) , gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 augustus 2024 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek, - de akte uitlating producties van de zijde van TUI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [passagier 1] uit [woonplaats 1], [passagier 2] en [passagier 3] uit [woonplaats 2] (hierna de passagiers) hadden voor 12 september 2022 een boeking voor vlucht OR 377 van TUI van Amsterdam Schiphol naar Curaçao Aeropuerto Hato. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam. 2.2. Vlucht OR 377 is door TUI met een vertraging van 5 uur en 34 minuten uitgevoerd. 3. Het geschil 3.1. SAR vordert - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 2.070,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. SAR legt aan haar vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, haar recht geeft op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van de vlucht van Amsterdam naar Curaçao. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef heeft SAR kosten moeten maken die worden begroot op € 270,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van SAR, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van SAR in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de gestelde cessie van de vorderingen van de passagiers aan SAR niet rechtsgeldig is. Daarnaast verweert TUI zich dat de Passagiers zich niet tijdig hebben gemeld conform artikel 3 van de Verordening, zodat niet vaststaat dat de Verordening van toepassing is. Tot slot stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Rechtsgeldige cessie 4.1. TUI heeft als verweer aangevoerd dat de akten van cessie van de passagiers aan SAR niet rechtsgeldig zijn, omdat gesteld noch gebleken is wie de passagiers zijn en dat zij een vorderingsrecht hebben. De kantonrechter volgt dit verweer niet. Anders dan TUI heeft aangevoerd zijn in productie 1 bij dagvaarding drie akten van cessie overgelegd waaruit blijkt dat de passagiers hun gestelde vorderingsrecht overdragen aan SAR. Daarnaast blijkt uit de overgelegde reisbescheiden dat de passagiers een boeking hadden voor de vlucht OR 377 van 12 september 2022 van Amsterdam naar Curaçao. Hoewel een en ander niet direct duidelijk en expliciet in de dagvaarding is benoemd volgt dit wel uit de overgelegde producties waarnaar verwezen wordt. Toepasselijkheid van de Verordening 4.2. Tui heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de Verordening niet van toepassing is omdat SAR niet heeft gesteld dat de passagiers zich conform artikel 3 (werkingssfeer) van de Verordening tijdig bij de gate hebben gemeld. Hoewel TUI op zich gelijk heeft dat SAR niet heeft gesteld dat de passagiers op tijd waren zal de kantonrechter dit verweer toch passeren. De betreffende voorwaarde waarop TUI een beroep doet is geen vereiste voor de toepasselijkheid van de Verordening. In de Verordening staat immers dat de passagier zich tijdig moet melden bij de incheckbalie en niet bij de gate, zoals TUI heeft gesteld. Het is verder algemeen bekend dat het inchecken tegenwoordig reeds digitaal thuis kan plaatsvinden en de meeste reizigers dat ook (zullen) doen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het hier anders is gegaan. Buitengewone omstandigheid 4.3. De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 4.4. Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de passagiers en nu dus SAR in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. 4.5. Anders dan SAR heeft gesteld is de kantonrechter van oordeel dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van het betreffende vliegtuig was gelegen in de lange wachtrijen op de luchthaven Schiphol in de zomer van 2022, die het gevolg waren van een ernstig tekort aan beveiligingspersoneel. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van 17 september 2022 van de Station Operation Coördinator en de nieuwsberichten die over de lange wachtrijen zijn uitgebracht. Het gevolg was dat er lange wachtrijen voor de veiligheidscontrole ontstonden, wachtrijen die zich zelfs tot ver buiten het luchthavengebouw van Schiphol uitstrekten. TUI heeft vervolgens besloten het boarden uit te stellen en te wachten op de passagiers. Drie uur na het geplande vertrek van de vlucht, had de helft van de passagiers zich nog niet gemeld. Om de passagiers als nog in de gelegenheid te stellen hun vlucht te halen is de route van de vlucht gewijzigd. Omdat de luchthaven van Bonaire niet 24 uur per dag open is, is besloten daar eerst heen te vliegen en dan pas naar Curaçao. Uiteindelijk moest de vlucht wel vertrekken omdat als TUI nog langer zou wachten, de bemanning uit de uren zou lopen. TUI heeft uiteindelijk niet op alle passagiers gewacht, maar is met een vertraging van 4 uur en 54 minuten vertrokken. Deze vertraging heeft het vliegtuig niet meer kunnen inlopen. Weliswaar had Schiphol voor de maanden juni, juli en augustus 2022 nog gevraagd om vluchten te annuleren, maar voor de maand september 2022 waren geen beperkingen opgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het ontbreken van voldoende beveiligingspersoneel op de luchthaven Schiphol ten tijde van de betreffende vlucht OR 377 op 12 september 2022 als een buitengewone omstandigheid is aan te merken, waarop TUI zich kan beroepen.