Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-14
ECLI:NL:RBDHA:2026:9102
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
524 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:9102 text/xml public 2026-04-14T20:00:24 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 NL26.2184 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9102 text/html public 2026-04-14T19:59:36 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9102 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.2184 Plakvovo. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2184 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Post). Procesverloop 1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 januari 2026 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.2183, op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.2183, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.