Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-14
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
550 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 text/xml public 2026-04-14T09:48:52 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 NL26.6742 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 text/html public 2026-04-14T09:48:35 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742 Dublin, plakvovo, vovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.6742 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoekster, geboren op [geboortedatum] , van Russische nationaliteit, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. P.R. van de Water), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. B.H. Wezeman). Procesverloop 1. Bij besluit van 5 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.6741 (het beroep), op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. Overwegingen 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.6741, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.