Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:8801
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,068 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8801 text/xml public 2026-04-14T17:00:33 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.31655 en NL25.31658 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8801 text/html public 2026-04-13T09:42:31 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8801 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.31655 en NL25.31658 Asiel; MOB; geen procesbelang; beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.31655 en NL25.31658 uitspraak van de enkelvoudige kamer van datum in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer 1], [eiseres] , v-nummer: [nummer 2], eisers, (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.R. Stuart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen van eisers niet-ontvankelijk zijn, omdat zij geen procesbelang meer hebben. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 10 juli 2025 deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft op 20 oktober 2025 op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 8 januari 2026 samen op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Hebben eisers nog procesbelang? 3. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of eisers nog belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroepen. Nadat eisers beroep instelde tegen de afwijzing van hun asielaanvragen, heeft de minister op 18 september 2025 de rechtbank medegedeeld dat eisers volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) op 2 september 2025 met onbekende bestemming (MOB) zijn vertrokken. De minister heeft de rechtbank daarom verzocht om te beoordelen of eisers nog wel procesbelang hebben. 4. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers met hun vertrek te kennen hebben gegeven geen prijs meer te stellen op de door hun gezochte bescherming in Nederland. De minister heeft op 2 september 2025 van Zwitserland een zogeheten ‘Sirene-melding’ ontvangen, waaruit blijkt dat eisers al op 27 augustus 2025 zijn aangetroffen in Zwitserland. Het COa heeft dezelfde dag, 2 september 2025, melding gemaakt dat eisers hun woonruimte zelfstandig hebben verlaten. Uit het feit dat de gemachtigde van eisers op 4 september 2025 nog e-mailcontact met eisers heeft gehad, kan volgens de minister niet worden opgemaakt dat eisers nog procesbelang hebben, nu dit contact zeer kort na het vertrek van eisers naar Zwitserland heeft plaatsgevonden. Daarnaast is niet gebleken waaruit het e-mailcontact tussen eisers en zijn gemachtigde op 4 september 2025 heeft bestaan. Het contact dat op 4 september 2025 plaatsvond, is bovendien het enige contact geweest dat er sindsdien tussen eisers en hun gemachtigde heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eisers heeft op verzoek van de minister nogmaals geprobeerd contact te krijgen met eisers, maar heeft de minister op 20 oktober 2025 laten weten dat dit niet is gelukt. De minister wijst verder op een uitspraak van deze zittingsplaats , waaruit volgt dat het verblijf van een vreemdeling in het buitenland een concreet aanknopingspunt is dat hij geen prijs meer stelt op verblijf in Nederland en dat het feit dat hij nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde daaraan niets afdoet. 4.1. De gemachtigde van eisers heeft op 28 september 2025 aangevoerd dat eisers nog altijd procesbelang hebben, omdat zij kort geleden nog contact met hun gemachtigde hebben gehad. Ze hebben namelijk op 4 september 2025 een e-mail over de zaak naar hun gemachtigde gestuurd. Die e-mail bevat duidelijke aanwijzingen dat eisers nog prijs stellen op de behandeling van het beroep. Daarin hebben eisers laten weten dat zij op bezoek zijn bij een vriend in Zwitserland en zo spoedig mogelijk terug willen komen naar het asielzoekerscentrum in Nederland. Verder ligt de vader van eiser in kritieke toestand in Tunesië. Dat het niet gelukt is om – op verzoek van de minister – op korte termijn opnieuw contact te leggen met eisers, betekent niet dat zij geen procesbelang meer hebben. Uit het stuk van de Zwitserse autoriteiten blijkt bovendien dat eisers daar geen asiel hebben aangevraagd. 4.2. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep, zo lang uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een verblijf van de vreemdeling in het buitenland. Echter, niet onder alle omstandigheden betekent een verblijf buiten Nederland dat het procesbelang is komen te vervallen. Een vreemdeling kan daarvoor immers een goede reden hebben, bijvoorbeeld in de situatie dat hij geen recht meer heeft op opvangvoorzieningen in Nederland en dat hij om die reden bij familie of bekenden elders in de EU verblijft zonder dat hij in die andere lidstaat om bescherming heeft gevraagd. 4.3. De rechtbank is van oordeel dat eisers geen belang meer hebben bij hun procedures om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Er is namelijk geen recente informatie waaruit blijkt dat de gemachtigde van eisers nog steeds contact met hen heeft over de procedure. Hoewel eisers op 4 september 2025 – kort na de MOB-melding – nog een e-mail hebben gestuurd naar hun gemachtigde, heeft er in de maanden daarna geen enkel contact tussen hen plaatsgevonden. De gemachtigde van eisers heeft immers op 20 oktober 2025 laten weten dat het hem – na het laatste contact op 4 september 2025 – niet is gelukt om weer contact te krijgen met eisers, nadat de minister hem had verzocht dit nogmaals te proberen. Bovendien is er ook een andere concrete aanwijzing dat eisers geen prijs meer stellen op bescherming in Nederland, nu eisers in Zwitserland verblijven voor een bezoek aan een vriend. Niet is toegelicht dat eisers daar een goede reden voor hebben op basis waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat eisers ondanks hun vertrek naar het buitenland nog prijs stellen op bescherming in Nederland. Dat eisers in Zwitserland geen asiel zouden hebben aangevraagd doet aan het voorgaande niet af. Ten aanzien van de omstandigheid dat de vader van eiser in kritieke toestand in Tunesië ligt, is de rechtbank van oordeel dat de relevantie daarvan voor het voorgaande niet is gebleken, nu eisers immers in Zwitserland zijn bij een vriend en niet in Tunesië bij eisers vader. Conclusie en gevolgen 5. Nu eisers geen procesbelang meer hebben, zijn de beroepen niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen van eisers niet inhoudelijk beoordeelt. De minister hoeft de proceskosten van eisers niet te vergoeden Beslissing De rechtbank verklaart de door eisers ingestelde beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Lange, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8801 text/xml public 2026-04-14T17:00:33 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.31655 en NL25.31658 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8801 text/html public 2026-04-13T09:42:31 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8801 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.31655 en NL25.31658 Asiel; MOB; geen procesbelang; beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.31655 en NL25.31658 uitspraak van de enkelvoudige kamer van datum in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer 1], [eiseres] , v-nummer: [nummer 2], eisers, (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.R. Stuart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen van eisers niet-ontvankelijk zijn, omdat zij geen procesbelang meer hebben. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 10 juli 2025 deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft op 20 oktober 2025 op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 8 januari 2026 samen op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Hebben eisers nog procesbelang? 3. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of eisers nog belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroepen. Nadat eisers beroep instelde tegen de afwijzing van hun asielaanvragen, heeft de minister op 18 september 2025 de rechtbank medegedeeld dat eisers volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) op 2 september 2025 met onbekende bestemming (MOB) zijn vertrokken. De minister heeft de rechtbank daarom verzocht om te beoordelen of eisers nog wel procesbelang hebben. 4. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers met hun vertrek te kennen hebben gegeven geen prijs meer te stellen op de door hun gezochte bescherming in Nederland. De minister heeft op 2 september 2025 van Zwitserland een zogeheten ‘Sirene-melding’ ontvangen, waaruit blijkt dat eisers al op 27 augustus 2025 zijn aangetroffen in Zwitserland. Het COa heeft dezelfde dag, 2 september 2025, melding gemaakt dat eisers hun woonruimte zelfstandig hebben verlaten. Uit het feit dat de gemachtigde van eisers op 4 september 2025 nog e-mailcontact met eisers heeft gehad, kan volgens de minister niet worden opgemaakt dat eisers nog procesbelang hebben, nu dit contact zeer kort na het vertrek van eisers naar Zwitserland heeft plaatsgevonden. Daarnaast is niet gebleken waaruit het e-mailcontact tussen eisers en zijn gemachtigde op 4 september 2025 heeft bestaan. Het contact dat op 4 september 2025 plaatsvond, is bovendien het enige contact geweest dat er sindsdien tussen eisers en hun gemachtigde heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eisers heeft op verzoek van de minister nogmaals geprobeerd contact te krijgen met eisers, maar heeft de minister op 20 oktober 2025 laten weten dat dit niet is gelukt. De minister wijst verder op een uitspraak van deze zittingsplaats , waaruit volgt dat het verblijf van een vreemdeling in het buitenland een concreet aanknopingspunt is dat hij geen prijs meer stelt op verblijf in Nederland en dat het feit dat hij nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde daaraan niets afdoet. 4.1. De gemachtigde van eisers heeft op 28 september 2025 aangevoerd dat eisers nog altijd procesbelang hebben, omdat zij kort geleden nog contact met hun gemachtigde hebben gehad. Ze hebben namelijk op 4 september 2025 een e-mail over de zaak naar hun gemachtigde gestuurd. Die e-mail bevat duidelijke aanwijzingen dat eisers nog prijs stellen op de behandeling van het beroep. Daarin hebben eisers laten weten dat zij op bezoek zijn bij een vriend in Zwitserland en zo spoedig mogelijk terug willen komen naar het asielzoekerscentrum in Nederland. Verder ligt de vader van eiser in kritieke toestand in Tunesië. Dat het niet gelukt is om – op verzoek van de minister – op korte termijn opnieuw contact te leggen met eisers, betekent niet dat zij geen procesbelang meer hebben. Uit het stuk van de Zwitserse autoriteiten blijkt bovendien dat eisers daar geen asiel hebben aangevraagd. 4.2. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep, zo lang uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een verblijf van de vreemdeling in het buitenland. Echter, niet onder alle omstandigheden betekent een verblijf buiten Nederland dat het procesbelang is komen te vervallen. Een vreemdeling kan daarvoor immers een goede reden hebben, bijvoorbeeld in de situatie dat hij geen recht meer heeft op opvangvoorzieningen in Nederland en dat hij om die reden bij familie of bekenden elders in de EU verblijft zonder dat hij in die andere lidstaat om bescherming heeft gevraagd. 4.3. De rechtbank is van oordeel dat eisers geen belang meer hebben bij hun procedures om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Er is namelijk geen recente informatie waaruit blijkt dat de gemachtigde van eisers nog steeds contact met hen heeft over de procedure. Hoewel eisers op 4 september 2025 – kort na de MOB-melding – nog een e-mail hebben gestuurd naar hun gemachtigde, heeft er in de maanden daarna geen enkel contact tussen hen plaatsgevonden. De gemachtigde van eisers heeft immers op 20 oktober 2025 laten weten dat het hem – na het laatste contact op 4 september 2025 – niet is gelukt om weer contact te krijgen met eisers, nadat de minister hem had verzocht dit nogmaals te proberen. Bovendien is er ook een andere concrete aanwijzing dat eisers geen prijs meer stellen op bescherming in Nederland, nu eisers in Zwitserland verblijven voor een bezoek aan een vriend. Niet is toegelicht dat eisers daar een goede reden voor hebben op basis waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat eisers ondanks hun vertrek naar het buitenland nog prijs stellen op bescherming in Nederland. Dat eisers in Zwitserland geen asiel zouden hebben aangevraagd doet aan het voorgaande niet af. Ten aanzien van de omstandigheid dat de vader van eiser in kritieke toestand in Tunesië ligt, is de rechtbank van oordeel dat de relevantie daarvan voor het voorgaande niet is gebleken, nu eisers immers in Zwitserland zijn bij een vriend en niet in Tunesië bij eisers vader. Conclusie en gevolgen 5. Nu eisers geen procesbelang meer hebben, zijn de beroepen niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen van eisers niet inhoudelijk beoordeelt. De minister hoeft de proceskosten van eisers niet te vergoeden Beslissing De rechtbank verklaart de door eisers ingestelde beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Lange, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak.