Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:8630
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
731 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:8630 text/xml public 2026-04-10T15:46:04 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.44167 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8630 text/html public 2026-04-10T15:45:43 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8630 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.44167 Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening, omdat uitspraak is gedaan op het samenhangende beroep (ECLI:NL:RBDHA:2026:8629) RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44167 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoekster, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. L. Drenthe). Procesverloop 1. Verzoekster heeft op 27 augustus 2025 opnieuw verzocht om tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (de Richtlijn). De minister heeft dit verzoek afgewezen bij het primaire besluit van 27 augustus 2025. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.1. Bij het bestreden besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard en haar tijdelijke bescherming verleend onder de Richtlijn. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld. Het eerder ingediende verzoek om een voorlopige voorziening is aangemerkt als samenhangend met het beroep. 1.2. De rechtbank heeft het verzoek op 3 april 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen. Zaaknummer NL25.56118. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.