Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-20
ECLI:NL:RBDHA:2026:8410
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
573 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:8410 text/xml public 2026-04-09T14:30:22 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-20 NL26.8078 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8410 text/html public 2026-04-09T14:29:03 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8410 Rechtbank Den Haag , 20-03-2026 / NL26.8078 Dublin Spanje. Vovo afgewezen. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2026:8387) RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.8078 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [vezoekster] en [minderjarige] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster, mede namens haar minderjarige zoon [minderjarige] , V-nummer: [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. E. Ceylan), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. A. Sloots). Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.8077, op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Avakjan-Goulojan. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.8077, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 20 maart 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.