Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:8082
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,123 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8082 text/xml public 2026-04-16T09:07:53 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-01 NL25.23909 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8082 text/html public 2026-04-16T09:07:09 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8082 Rechtbank Den Haag , 01-04-2026 / NL25.23909 Aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel - Syrische nationaliteit - jongvolwassenenbeleid - bijkomende elementen van afhankelijkheid - hechte persoonlijke banden - beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23909 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1], [v-nummer 1], eiser 1 en [eiser 2], [v-nummer 2], eiser 2 hierna tezamen: eisers (gemachtigde: mr. H. Yousef), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.H.F. Marks). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘nareis asiel.’ 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 4 januari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 mei 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referent, M. Abou Zarad als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. [eiser 1], is geboren op [geboortedatum 1] 1998 en [eiser 2], op [geboortedatum 2] 2002. Zij hebben de Syrische nationaliteit. Eisers hebben op 29 augustus 2022 mvv’s aangevraagd omdat zij in Nederland willen verblijven bij hun vader, [referent], die in Nederland woont. 3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van een feitelijke gezinsband tussen eisers en hun vader. De feitelijke gezinsband is volgens verweerder verbroken omdat eisers zonder hun gezin naar Irak zijn gegaan om de dienstplicht te vermijden en daar lange tijd zelfstandig hebben gewoond en hebben gewerkt. Op eisers is het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing en er is geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hen en hun ouders. Eisers hebben volgens verweerder geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM met hun ouders of met hun jongere zusje. Wat vinden eisers in beroep? 4. In de beroepsgronden hebben eisers herhaald wat al in bezwaar is aangevoerd en verduidelijkt dat het standpunt is dat de gezinsband is hersteld op het moment dat hun moeder zich bij eisers voegde in Irak. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank geeft eisers geen gelijk en zal dit oordeel hieronder uitleggen. 6. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op wat eisers in de bezwaargronden hebben aangevoerd. Verweerder heeft namelijk beoordeeld of het jongvolwassenenbeleid van toepassing is, nader toegelicht vanaf welk moment de gezinsband is verbroken en daarbij meegenomen dat eisers hun gezin noodgedwongen hebben verlaten om aan de dienstplicht te ontkomen. Met de toelichting van gemachtigde ter zitting is duidelijk dat in de beroepsfase niet in geschil is dat de gezinsband is verbroken op de momenten dat eisers uit Syrië vertrokken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen concluderen dat de gezinsband daarna niet is hersteld. Allereerst mocht verweerder erop wijzen dat voor de beoordeling in het kader van het jongvolwassenenbeleid de gezinsband tussen eisers en hun vader (als referent) centraal staat. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit volgt dat die band is hersteld. Verweerder heeft ook op dat punt voldoende rekening gehouden met de noodgedwongen aard van de scheiding. Verweerder mocht er ook op wijzen dat de moeder van eisers weliswaar enige tijd weer bij hen is komen wonen, maar dat niet is gebleken dat eisers sindsdien ten laste komen van hun moeder. Verweerder hoefde dus niet, alleen omdat de moeder van eisers weer bij hen is komen wonen, aan te nemen dat de gezinsband hersteld is en hoefde het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing te verklaren. 7. Ook wat betreft de bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en hun ouders en de hechte persoonlijke banden tussen eisers en hun zusje, is verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op de bezwaargronden. Hoewel begrijpelijk is dat de eisers, hun ouders en hun zusje elkaar erg missen, is dit niet voldoende om binnen dit juridische kader gezinsleven aan te nemen. In de beroepsfase is in deze kaders niets nieuws aangevoerd, zodat de rechtbank ook in de gronden geen aanleiding ziet om tot een andere conclusie te komen. Verweerder heeft dus mogen vaststellen dat eisers geen gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM hebben met hun ouders of hun zusje. Daarom hoefde ook geen belangenafweging te worden gemaakt. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 9. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8082 text/xml public 2026-04-16T09:07:53 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-01 NL25.23909 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8082 text/html public 2026-04-16T09:07:09 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8082 Rechtbank Den Haag , 01-04-2026 / NL25.23909 Aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel - Syrische nationaliteit - jongvolwassenenbeleid - bijkomende elementen van afhankelijkheid - hechte persoonlijke banden - beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23909 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1], [v-nummer 1], eiser 1 en [eiser 2], [v-nummer 2], eiser 2 hierna tezamen: eisers (gemachtigde: mr. H. Yousef), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.H.F. Marks). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘nareis asiel.’ 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 4 januari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 mei 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referent, M. Abou Zarad als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. [eiser 1], is geboren op [geboortedatum 1] 1998 en [eiser 2], op [geboortedatum 2] 2002. Zij hebben de Syrische nationaliteit. Eisers hebben op 29 augustus 2022 mvv’s aangevraagd omdat zij in Nederland willen verblijven bij hun vader, [referent], die in Nederland woont. 3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van een feitelijke gezinsband tussen eisers en hun vader. De feitelijke gezinsband is volgens verweerder verbroken omdat eisers zonder hun gezin naar Irak zijn gegaan om de dienstplicht te vermijden en daar lange tijd zelfstandig hebben gewoond en hebben gewerkt. Op eisers is het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing en er is geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hen en hun ouders. Eisers hebben volgens verweerder geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM met hun ouders of met hun jongere zusje. Wat vinden eisers in beroep? 4. In de beroepsgronden hebben eisers herhaald wat al in bezwaar is aangevoerd en verduidelijkt dat het standpunt is dat de gezinsband is hersteld op het moment dat hun moeder zich bij eisers voegde in Irak. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank geeft eisers geen gelijk en zal dit oordeel hieronder uitleggen. 6. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op wat eisers in de bezwaargronden hebben aangevoerd. Verweerder heeft namelijk beoordeeld of het jongvolwassenenbeleid van toepassing is, nader toegelicht vanaf welk moment de gezinsband is verbroken en daarbij meegenomen dat eisers hun gezin noodgedwongen hebben verlaten om aan de dienstplicht te ontkomen. Met de toelichting van gemachtigde ter zitting is duidelijk dat in de beroepsfase niet in geschil is dat de gezinsband is verbroken op de momenten dat eisers uit Syrië vertrokken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen concluderen dat de gezinsband daarna niet is hersteld. Allereerst mocht verweerder erop wijzen dat voor de beoordeling in het kader van het jongvolwassenenbeleid de gezinsband tussen eisers en hun vader (als referent) centraal staat. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit volgt dat die band is hersteld. Verweerder heeft ook op dat punt voldoende rekening gehouden met de noodgedwongen aard van de scheiding. Verweerder mocht er ook op wijzen dat de moeder van eisers weliswaar enige tijd weer bij hen is komen wonen, maar dat niet is gebleken dat eisers sindsdien ten laste komen van hun moeder. Verweerder hoefde dus niet, alleen omdat de moeder van eisers weer bij hen is komen wonen, aan te nemen dat de gezinsband hersteld is en hoefde het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing te verklaren. 7. Ook wat betreft de bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en hun ouders en de hechte persoonlijke banden tussen eisers en hun zusje, is verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op de bezwaargronden. Hoewel begrijpelijk is dat de eisers, hun ouders en hun zusje elkaar erg missen, is dit niet voldoende om binnen dit juridische kader gezinsleven aan te nemen. In de beroepsfase is in deze kaders niets nieuws aangevoerd, zodat de rechtbank ook in de gronden geen aanleiding ziet om tot een andere conclusie te komen. Verweerder heeft dus mogen vaststellen dat eisers geen gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM hebben met hun ouders of hun zusje. Daarom hoefde ook geen belangenafweging te worden gemaakt. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 9. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.