Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:8061
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:8061 text/xml public 2026-04-07T12:09:49 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-03 NL26.6925 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8061 text/html public 2026-04-07T12:09:12 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8061 Rechtbank Den Haag , 03-04-2026 / NL26.6925 Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Bulgarije is verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Bijzondere kwetsbaarheid niet aannemelijk gemaakt. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.6925 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. D. Aygur), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.J. de Vries). Inleiding 1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 6 februari 2026 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag. 1.2. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Totstandkoming van het besluit 4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel 5. Eiser stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Bulgarije niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser verwijst in dit kader naar het rapport van BVMN dat in februari 2024 is gepubliceerd. Dit betreft een inputrapport van maatschappelijke organisaties voor het 2024 EUAA Asylum Report. Hierin wordt verwezen naar de rapporten van InfoMigrants en de Italiaanse organisatie Collettivo Rotte Balcaniche Alto Vicentino, die het onrechtmatige en wijdverspreide gebruik van detentie en de onmenselijke en verschrikkelijke detentieomstandigheden melden. Eiser heeft tijdens zijn asielprocedure uitvoerig verklaard dat hij gezondheidsproblemen heeft. De minister stelt zich onterecht op het standpunt dat de medische redenen geen reden zijn om niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan. Onder verwijzing naar AIDA-rapport 2023 update (april 2024) pagina 58, stelt eiser dat in 2023 het algemene gebrek aan beoordeling en identificatie van kwetsbaarheid de belangrijkste tekortkoming tijdens de asielprocedure is. Tot slot heeft de minister bij de besluitvorming onvoldoende betrokken dat eiser in Bulgarije geen toegang had tot de medische zorg. 5.1 Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister mag in beginsel ten opzichte van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit beginsel betekent dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat de andere lidstaten de vreemdeling in overeenstemming met het EVRM , het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht zullen behandelen. Eiser moet aannemelijk maken dat dit in zijn geval niet kan. Daarin is hij niet geslaagd. Zoals de minister ook stelt, geeft het rapport van BVMN, waar eiser naar verwijst, geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Bulgarije zoals die in eerdere rapporten is weergegeven en welke zijn beoordeeld door de Afdeling. De Afdeling is in die uitspraken (onder andere) ingegaan op de toegang tot opvangvoorzieningen, de (leef)omstandigheden in de opvangvoorzieningen, de toegang tot medische zorg, de toegang tot rechtsbijstand en de omstandigheden in detentie in Bulgarije en heeft daarin geoordeeld dat er geen aanknopingspunten bestaan dat Dublinclaimanten in Bulgarije een reëel risico lopen op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Bovendien heeft Bulgarije met het claimakkoord gegarandeerd dat de asielaanvraag van eiser opnieuw zal worden behandeld en dat Bulgarije zich zal houden aan de internationale verplichtingen. Als dit niet het geval is, dan kan eiser zich wenden tot de (hogere) Bulgaarse autoriteiten. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister de toegang tot de medische zorg in Bulgarije voldoende heeft betrokken in haar besluitvorming en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang heeft tot deze zorg. Voor zover de Bulgaarse autoriteiten zich niet aan de internationale verplichtingen houdt, is het aan eiser om hierover te klagen bij de Bulgaarse autoriteiten. De gemachtigde van eiser heeft op zitting verklaard dat eiser niet heeft geklaagd in Bulgarije. Er is dan ook niet gebleken dat de Bulgaarse autoriteiten eiser niet kunnen of willen helpen. Bijzonder kwetsbaar (arrest Tarakhel) 6. Eiser doet een beroep op het arrest Tarakhel en stelt dat hij vanwege zijn gezondheidsproblemen bijzonder kwetsbaar is. De minister gaat hieraan volledig voorbij. Eiser verwijst naar het AIDA-rapport 2023 update (april 2024) waarin op pagina 53 staat dat kinderen, niet-begeleide kinderen, gehandicapten, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders die voor minderjarige kinderen zorgen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige gezondheidsproblemen, psychologische stoornissen of personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, worden beschouwd als kwetsbaar. 6.1 Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in zijn geval sprake is van bijzondere kwetsbaarheid zoals bedoeld in het arrest Tarakhel. De enkele stelling van eiser dat hij ernstige gezondheidsproblemen heeft, is onvoldoende om eiser als bijzonder kwetsbaar in de zin van het arrest aan te merken. De door eiser overgelegde foto’s zijn onvoldoende om zijn stelling te kunnen onderbouwen. Eiser heeft weliswaar een foto van een recept uit Turkije overgelegd, maar dit recept is van geruime tijd geleden, namelijk 20 juni 2024 en zegt daarom niets over de huidige gezondheidstoestand van eiser. Ook bieden de in het recept genoemde medicijnen geen aanknopingspunten voor het oordeel dat eiser kampt met ernstige gezondheidsproblemen. Ook de foto’s waarop te zien is dat eiser in Turkije op een bed ligt met plakkertjes op zijn borst, is hiervoor onvoldoende, omdat daaruit niet kan worden afgeleid welke medische behandeling eiser daar onderging en ook blijkt hieruit niet dat eiser nog steeds medische zorg nodig heeft. Eerst ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangevoerd dat eiser onder intensieve psychiatrische behandeling staat sinds zijn binnenkomst in Nederland, medicijnen ontvangt voor zijn depressieve klachten en hij suïcidale gedachten heeft. Nog daargelaten dat deze stelling in een dermate laat stadium naar voren wordt gebracht en niet valt in te zien waarom gemachtigde dit niet eerder heeft gedaan, leidt deze stelling niet tot een ander oordeel. De gemachtigde van eiser heeft deze stelling namelijk op geen enkele wijze onderbouwd met medische stukken.