Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:7970
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,110 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7970 text/xml public 2026-04-16T08:10:20 2026-04-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-06 C/09/697978 / FA RK 26-519 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7970 text/html public 2026-04-16T08:09:43 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7970 Rechtbank Den Haag , 06-03-2026 / C/09/697978 / FA RK 26-519 Voorlopige voorzieningen. Overeenstemming op de zitting. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-519 Zaaknummer: C/09/697978 Datum beschikking: 6 maart 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 18 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.W.S. Nijman te Oegstgeest. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek; het F9-bericht van de vrouw van 19 februari 2026, met bijlagen. Op 20 februari 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: H. Rida. Feiten Partijen zijn gehuwd op [datum] 2013 te [plaats] , [land] . Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat: - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 8.008,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van 1 januari 2026; - bij wijze voorwaardelijk verzoek, wanneer zij niet langer het uitsluitend en kosteloos mede gebruik van de woning aan de [adres] heeft, dat zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van deze woning, met bevel dat de man die dient te verlaten en deze niet verder mag betreden; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer tegen de verzochte partneralimentatie en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De man verzoekt daarnaast om voorwaardelijk – ingeval de vrouw weigert om het zomerhuis achter de echtelijke woning te betrekken – te bepalen dat de man met ingang van de datum van de beschikking, althans een door de rechtbank te bepalen datum, met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , inclusief de inboedel en de vrouw te veroordelen de woning te verlaten en niet meer verder te betreden. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt in deze zaak rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe. Overeenstemming Partijen zijn erin geslaagd om op de zitting overeenstemming te bereiken. Zij zijn daarbij allereerst overeengekomen dat de vrouw in het zomerhuis bij de echtelijke woning zal verblijven (bekend onder naam ‘ [naam] ’) vanaf 1 maart 2026, voor de periode waarin zij nog geen eigen woonruimte heeft gevonden. De vrouw heeft daarop haar verzoek inzake het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning ingetrokken en de man heeft zijn voorwaardelijk verzoek ingetrokken. De rechtbank hoeft hierover daarom geen beslissing meer te nemen. Daarnaast hebben partijen ook een afspraak gemaakt over de voorlopige partneralimentatie. Zij zijn op de zitting overeengekomen dat de man vanaf 1 maart 2026 voorlopig een bijdrage aan partneralimentatie zal voldoen aan de vrouw van € 1.100,- per maand. De rechtbank zal deze overeenstemming vastleggen. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 maart 2026 voorlopig een partneralimentatie van € 1.100,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7970 text/xml public 2026-04-16T08:10:20 2026-04-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-06 C/09/697978 / FA RK 26-519 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7970 text/html public 2026-04-16T08:09:43 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7970 Rechtbank Den Haag , 06-03-2026 / C/09/697978 / FA RK 26-519 Voorlopige voorzieningen. Overeenstemming op de zitting. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-519 Zaaknummer: C/09/697978 Datum beschikking: 6 maart 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 18 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.W.S. Nijman te Oegstgeest. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek; het F9-bericht van de vrouw van 19 februari 2026, met bijlagen. Op 20 februari 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: H. Rida. Feiten Partijen zijn gehuwd op [datum] 2013 te [plaats] , [land] . Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat: - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 8.008,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van 1 januari 2026; - bij wijze voorwaardelijk verzoek, wanneer zij niet langer het uitsluitend en kosteloos mede gebruik van de woning aan de [adres] heeft, dat zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van deze woning, met bevel dat de man die dient te verlaten en deze niet verder mag betreden; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer tegen de verzochte partneralimentatie en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De man verzoekt daarnaast om voorwaardelijk – ingeval de vrouw weigert om het zomerhuis achter de echtelijke woning te betrekken – te bepalen dat de man met ingang van de datum van de beschikking, althans een door de rechtbank te bepalen datum, met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , inclusief de inboedel en de vrouw te veroordelen de woning te verlaten en niet meer verder te betreden. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt in deze zaak rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe. Overeenstemming Partijen zijn erin geslaagd om op de zitting overeenstemming te bereiken. Zij zijn daarbij allereerst overeengekomen dat de vrouw in het zomerhuis bij de echtelijke woning zal verblijven (bekend onder naam ‘ [naam] ’) vanaf 1 maart 2026, voor de periode waarin zij nog geen eigen woonruimte heeft gevonden. De vrouw heeft daarop haar verzoek inzake het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning ingetrokken en de man heeft zijn voorwaardelijk verzoek ingetrokken. De rechtbank hoeft hierover daarom geen beslissing meer te nemen. Daarnaast hebben partijen ook een afspraak gemaakt over de voorlopige partneralimentatie. Zij zijn op de zitting overeengekomen dat de man vanaf 1 maart 2026 voorlopig een bijdrage aan partneralimentatie zal voldoen aan de vrouw van € 1.100,- per maand. De rechtbank zal deze overeenstemming vastleggen. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 maart 2026 voorlopig een partneralimentatie van € 1.100,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.