Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:7542
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
784 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7542 text/xml public 2026-04-03T14:00:34 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-01 NL25.59050 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7542 text/html public 2026-04-02T10:13:47 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7542 Rechtbank Den Haag , 01-04-2026 / NL25.59050 Niet tijdig beslissen. Inwilliging. Proceskosten. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59050 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding Eiser heeft op 2 december 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 23 maart 2025. In het besluit van 10 maart 2026 heeft verweerder eisers asielaanvraag ingewilligd. Eiser heeft meegedeeld het beroep te handhaven met het oog op de proceskosten. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Beoordeling door de rechtbank 1. Met de inwilliging van eisers asielaanvraag is tegemoetgekomen aan zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op die aanvraag. Gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft eiser dan ook geen procesbelang meer. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 2. Ook als een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan een veroordeling in de proceskosten plaatsvinden. Dat is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen. Daarvan is in dit geval sprake. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 467, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder tot betaling van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro) aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.