Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-31
ECLI:NL:RBDHA:2026:7286
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
586 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7286 text/xml public 2026-03-31T15:07:39 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-31 NL26.11670 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7286 text/html public 2026-03-31T14:18:24 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7286 Rechtbank Den Haag , 31-03-2026 / NL26.11670 Dublin Duitsland. Vovo afgewezen. uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.11670 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster, Mede namens haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] , V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Lavell) en de minister van Asiel en Migratie , de minister (gemachtigde: mr. A. Sloots). Procesverloop Bij besluit van 2 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.11669, op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Verzoekster en haar gemachtigde zijn, zonder bericht, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.11669, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl en is uitgesproken en bekendgemaakt op: 31 maart 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.