Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:7166
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
891 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7166 text/xml public 2026-04-01T14:00:26 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-30 NL25.55731 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7166 text/html public 2026-03-30T15:20:02 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7166 Rechtbank Den Haag , 30-03-2026 / NL25.55731 Beroep niet tijdig, regulier mvv, inwilligende beschikking, uitspraak pkv na intrekking beroep. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.55731 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. J. Bravo Mougán), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding Verzoekster heeft op 13 november 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de voor haar en haar kinderen ingediende aanvraag van 13 december 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Op 16 maart 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag. Verzoekster heeft vervolgens het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen op de aanvraag, is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen. 3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro). Deze uitspraak is gedaan op 30 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Besluit proceskosten bestuursrecht.