Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-27
ECLI:NL:RBDHA:2026:7153
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
925 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7153 text/xml public 2026-03-30T13:40:02 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-27 NL25.58343 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7153 text/html public 2026-03-30T13:39:35 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7153 Rechtbank Den Haag , 27-03-2026 / NL25.58343 Beroep niet tijdig, regulier mvv, inwilligende beschikking, uitspraak pkv na intrekking beroep. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.58343 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. I.M. van Kuilenburg), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 27 november 2025 voor de derde keer beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 31 oktober 2023. Op 10 maart 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en alsnog een besluit heeft genomen op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen. 3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. 4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194 te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro). Deze uitspraak is gedaan op 27 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.