Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:6979
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,017 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6979 text/xml public 2026-04-09T16:01:49 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-26 C/09/679706 / FA RK 25-834 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6979 text/html public 2026-04-09T15:58:13 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6979 Rechtbank Den Haag , 26-02-2026 / C/09/679706 / FA RK 25-834 Afwijzing verzoek vader tot gezamenlijk gezag. Vaststellen begeleide omgangsregeling bij [zorginstantie], vanwege beperkte draagkracht kind. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-834 Zaaknummer: C/09/679706 Datum beschikking: 26 februari 2026 Gezag en omgangsregeling c.q. verdeling van zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 24 januari 2025 ingekomen verzoek van: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.A. Hoste in Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.J. van Steensel in Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift, met bijlage, namens de vader; het bericht van 26 januari 2026, met bijlagen, namens de vader; het verweerschrift, met bijlagen, namens de moeder. Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De minderjarige [minderjarige] heeft zijn mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter. Feiten De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind: - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats]. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast. De vader heeft [minderjarige] erkend. Bij kort geding vonnis van 20 maart 2025 van deze rechtbank is bepaald dat er voorlopig begeleide omgangsmomenten zullen plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] onder regie van de betrokken [gezinscoach]. Deze gezinscoach bepaalt door wie de omgang zal worden begeleid, het start moment (op welke datum de begeleide omgang van start gaat), de duur, de locatie en de frequentie van de begeleide omgangsmomenten. Verzoek en verweer De vader verzoekt: de vader gezamenlijk met de moeder met het gezag over [minderjarige] te belasten; (naar de rechtbank begrijpt) een omgangs- c.q. zorgregeling vast te stellen waarbij: [minderjarige] om het weekend bij de vader zal verblijven vanaf vrijdag na school tot maandag naar school, waarbij de vader [minderjarige] van school zal ophalen en naar school zal brengen; [minderjarige] om de week bij de vader zal verblijven van woensdagmiddag uit school tot donderdag naar school, waarbij de vader [minderjarige] van school zal ophalen en naar school zal brengen; de vakantie- en feestdagen bij helfte tussen partijen wordt gedeeld, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Vanaf de beëindiging van de relatie van de ouders is er, tot 2 november 2024, wekelijks omgang geweest tussen de vader en [minderjarige], inclusief overnachtingen. Op 2 november 2024 heeft zich een incident tussen de ouders voorgedaan. Sindsdien is de omgang tussen de vader en [minderjarige] stopgezet. De vader wil graag het contact met [minderjarige] herstellen en heeft daarom zowel deze procedure als een kortgeding procedure gestart. Na het kortgeding vonnis van 20 maart 2025 is er begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] opgestart bij [zorginstantie]. Gezag Uit artikel 1:253c lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, indien de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. De vader wil door uitoefening van het gezag uiting geven aan zijn verantwoordelijkheid voor [minderjarige] en stelt dat er geen redenen zijn om de ouders niet gezamenlijk met het gezag te belasten, nu de weigeringsgronden van artikel 1:253c lid 2 BW zich niet voordoen. De moeder verweert zich daartegen en stelt dat communicatie tussen de ouders niet mogelijk is, waardoor [minderjarige] klem of verloren zal raken. Ook stelt de moeder dat afwijzing van het verzoek anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, omdat gezamenlijk gezag de vader structureel toegang zou geven tot informatie over [minderjarige] en hem een stem zou geven in beslissingen over [minderjarige], wat de veiligheid van de moeder en [minderjarige] zou ondermijnen. De rechtbank zal het verzoek van de vader om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten afwijzen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag is ten minste nodig dat de ouders in staat zijn om met elkaar te communiceren en samen beslissingen te nemen. Gebleken is dat er op dit moment geen communicatie mogelijk is tussen de ouders. Volgens de moeder is er veel tussen de ouders voorgevallen. Bij de moeder is er op dit moment ook geen draagvlak voor overleg met de vader. Het forceren van contact tussen de ouders door middel van gezamenlijk gezag, zoals namens de vader is verzocht, zal naar verwachting van de rechtbank averechts werken. De moeder heeft hulp gezocht bij het verwerken van het verleden. De rechtbank acht het van belang dat de moeder dit hulpverleningstraject af kan ronden, alvorens wordt gewerkt aan herstel van de communicatie en het vertrouwen tussen haar en de vader. Omgangsregeling Aangezien de moeder belast blijft met het eenhoofdig gezag over [minderjarige], zal de rechtbank in het vervolg spreken over een omgangsregeling. Op grond van artikel 1:377a lid 1 BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Lid 3 van dit artikel bepaalt (voor zover hier van belang) dat omgang slechts wordt ontzegd indien omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Beide ouders zijn het erover eens dat de begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] bij [zorginstantie] goed gaat. Zij vinden ook beiden dat deze begeleide omgang op dit moment in het belang van [minderjarige] is, gelet op zijn weerstand tegen onbegeleide omgang. Op de zitting hebben beide ouders aangegeven open te staan voor uitbreiding van de omgang bij [zorginstantie]. De rechtbank zal daarom een begeleide omgangsregeling vaststellen tussen de vader en [minderjarige] onder regie van [zorginstantie], waarbij [zorginstantie] de wijze, de duur en de frequentie van de omgang bepaalt en ook de regie voor de uitbreiding van de omgang bij [zorginstantie] ligt. De vader wil dat er toegewerkt wordt naar onbegeleide omgang, de moeder acht dat niet in het belang van [minderjarige]. De rechtbank overweegt als volgt. Er zijn nog veel zorgen om [minderjarige] en zijn kindeigen problematiek. Hij ervaart spanningen en angsten, onder meer rondom (omgang met) de vader en dit heeft zijn weerslag op [minderjarige]’s draagkracht voor omgang met de vader.