Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:6286
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,092 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:6286 text/xml public 2026-04-16T09:30:21 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 11963662 \ RL EXPL 25-21285 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6286 text/html public 2026-04-02T14:32:30 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6286 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / 11963662 \ RL EXPL 25-21285 Ambtshalve toetsing informatieplichten. Geneeskundige behandelovereenkomst. Onduidelijk prijsbeding, maar niet oneerlijk. RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag JB/bc Zaaknummer: 11963662 \ RL EXPL 25-21285 Vonnis van 2 april 2026 in de zaak van STICHTING [eisende partij] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: mr. H.A. Roos, tegen [gedaagde partij] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 november 2025; de aantekeningen van de griffier van de mondeling genomen conclusie van antwoord van 25 november 2025; de akte aanvullende producties van de zijde van [eisende partij] . 1.2. Op 25 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voor [eisende partij] is verschenen [naam] . [gedaagde partij] is op deze mondelinge behandeling niet verschenen. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de datum van de uitspraak van dit vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [eisende partij] heeft niet-gecontracteerde zorg aan [gedaagde partij] geleverd. 2.2. [eisende partij] heeft [gedaagde partij] op 12 februari 2024, 19 maart 2024, en 22 april 2024 uit hoofde van de door [eisende partij] geleverde zorg facturen gestuurd. Het totaalbedrag van deze facturen is € 2.251,00. Dit bedrag is door [gedaagde partij] niet betaald. 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.842,76, vermeerderd met wettelijke rente tot aan 31 oktober 2025 en buitengerechtelijke incassokosten. [eisende partij] legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde partij] een bedrag van € 2.251,00 verschuldigd is uit hoofde van de tussen partijen tot stand gekomen geneeskundige behandelingsovereenkomst. Doordat [gedaagde partij] ondanks aanmaning en sommatie in gebreke is gebleven met betaling van de facturen, zag [eisende partij] zich genoodzaakt om haar vordering uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken. Deze kosten van € 408.56 dienen volgens [eisende partij] voor rekening van [gedaagde partij] te komen. Verder maakt [eisende partij] aanspraak op de reeds vervallen wettelijke rente van € 183,20. 3.2. [gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] voert in aan dat zij enkel kopiefacturen heeft ontvangen, maar dat zij voor haar verzekering de originele facturen nodig heeft. Volgens [gedaagde partij] heeft zij de originele facturen recent ingediend bij de verzekeraar en is zij momenteel in afwachting van de vraag welk bedrag door haar verzekeraar vergoed gaat worden. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De geneeskundige behandelovereenkomst die aan de gecedeerde vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen [eisende partij] als handelaar en [gedaagde partij] als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. 4.2. Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing. Wel dienen het prijsbeding en de betalingsvoorwaarden van [eisende partij] ambtshalve getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ingevolge artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn. Prijsbeding Transparantie 4.3. Zoals verplicht is gesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft [eisende partij] op haar website de tarieven voor de verschillende behandelingen per behandeling/NZa code gepubliceerd (de zogenaamde passantentarieven). Deze tarieven gelden niet voor gecontracteerde zorgverzekeraars. Daarvoor gelden andere (lagere) tarieven die niet openbaar zijn en rechtstreeks door de verzekeraar aan [eisende partij] worden betaald. 4.4. Bij een niet-gecontracteerde zorgverzekeraar, waarvan in dit geval sprake is, brengt [eisende partij] het gepubliceerde passantentarief bij de patiënt in rekening. Deze factuur wordt via Infomedics verstuurd aan de patiënt, die de factuur zelf moet indienen bij zijn/haar zorgverzekeraar. Nadat de zorgverzekeraar (een gedeelte van) de factuur heeft uitbetaald aan de patiënt, moet de patiënt dit uitgekeerde bedrag doorbetalen aan Infomedics. Zodra [eisende partij] dan wel Infomedics de specificatie van de zorgverzekeraar met betrekking tot de factuur van de patiënt heeft gekregen, wordt het niet door de zorgverzekeraar vergoede gedeelte van het passantentarief gecrediteerd. Gevolg hiervan is dat zowel bij gecontracteerde zorg als bij niet-gecontracteerde zorg de patiënt uiteindelijk niet meer verschuldigd is dan hetgeen door de zorgverzekeraar wordt vergoed, naast eventueel verrekend eigen risico. Het enige verschil is dat bij gecontracteerde zorg het eigen risico door de zorgverzekeraar bij de patiënt in rekening wordt gebracht en bij niet-gecontracteerde zorg, zoals in dit geval, het eigen risico door de zorgverzekeraar verrekend wordt met de vergoeding aan de patiënt, zodat het verrekende eigen risico nog door de patiënt zelf aan [eisende partij] dan wel Infomedics betaald moet worden. Het uiteindelijk aan [eisende partij] verschuldigde bedrag voor een behandeling bestaat dus bij niet-gecontracteerde zorg uit het door de zorgverzekeraar aan de patiënt uitbetaalde bedrag, eventueel vermeerderd met het door de verzekeraar verrekenende eigen risico. Dit blijkt ook uit de brief die door [eisende partij] aan [gedaagde partij] is gestuurd. 4.5. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat hoewel voornoemde informatie achteraf bij de factuur wordt gegeven, [eisende partij] voorafgaand aan de behandeling geen informatie heeft gegeven over de daadwerkelijke prijs van de behandeling. Weliswaar heeft zij de passantentarieven gepubliceerd op haar website, maar gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] vóór de behandeling verwijst naar de door haar op haar website gepubliceerde passantentarieven. Daar komt bij dat de prijs die betaald wordt voor gecontracteerde zorg altijd lager is dan het passantentarief en de prijs voor niet-gecontracteerde zorg afhankelijk is van het bedrag dat de zorgverzekeraar achteraf vergoedt. In dat laatste geval staat de prijs die [eisende partij] uiteindelijk in rekening brengt, voorafgaand aan de behandeling, dus nog niet vast. Conclusie is dan ook dat het prijsbeding niet transparant is en getoetst moet worden op oneerlijkheid. Oneerlijkheid 4.6. Volgens artikel 3, lid 1 van de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Uit de bij dagvaarding overgelegde brief van [eisende partij] aan [gedaagde partij] blijkt voldoende dat [eisende partij] de prijs voor de behandeling achteraf aanpast aan de vergoeding die de zorgverzekeraar voor de behandeling aan de patiënt betaalt (door kwijtschelding van het meerdere). 4.7. Als [gedaagde partij] uiteindelijk alleen de vergoeding van de zorgverzekeraar en het verrekende eigen risico hoeft te betalen aan Infomedics, wordt geoordeeld dat het prijsbeding niet oneerlijk is.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:6286 text/xml public 2026-04-16T09:30:21 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 11963662 \ RL EXPL 25-21285 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6286 text/html public 2026-04-02T14:32:30 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6286 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / 11963662 \ RL EXPL 25-21285 Ambtshalve toetsing informatieplichten. Geneeskundige behandelovereenkomst. Onduidelijk prijsbeding, maar niet oneerlijk. RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag JB/bc Zaaknummer: 11963662 \ RL EXPL 25-21285 Vonnis van 2 april 2026 in de zaak van STICHTING [eisende partij] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: mr. H.A. Roos, tegen [gedaagde partij] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 november 2025; de aantekeningen van de griffier van de mondeling genomen conclusie van antwoord van 25 november 2025; de akte aanvullende producties van de zijde van [eisende partij] . 1.2. Op 25 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voor [eisende partij] is verschenen [naam] . [gedaagde partij] is op deze mondelinge behandeling niet verschenen. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de datum van de uitspraak van dit vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [eisende partij] heeft niet-gecontracteerde zorg aan [gedaagde partij] geleverd. 2.2. [eisende partij] heeft [gedaagde partij] op 12 februari 2024, 19 maart 2024, en 22 april 2024 uit hoofde van de door [eisende partij] geleverde zorg facturen gestuurd. Het totaalbedrag van deze facturen is € 2.251,00. Dit bedrag is door [gedaagde partij] niet betaald. 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.842,76, vermeerderd met wettelijke rente tot aan 31 oktober 2025 en buitengerechtelijke incassokosten. [eisende partij] legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde partij] een bedrag van € 2.251,00 verschuldigd is uit hoofde van de tussen partijen tot stand gekomen geneeskundige behandelingsovereenkomst. Doordat [gedaagde partij] ondanks aanmaning en sommatie in gebreke is gebleven met betaling van de facturen, zag [eisende partij] zich genoodzaakt om haar vordering uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken. Deze kosten van € 408.56 dienen volgens [eisende partij] voor rekening van [gedaagde partij] te komen. Verder maakt [eisende partij] aanspraak op de reeds vervallen wettelijke rente van € 183,20. 3.2. [gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] voert in aan dat zij enkel kopiefacturen heeft ontvangen, maar dat zij voor haar verzekering de originele facturen nodig heeft. Volgens [gedaagde partij] heeft zij de originele facturen recent ingediend bij de verzekeraar en is zij momenteel in afwachting van de vraag welk bedrag door haar verzekeraar vergoed gaat worden. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De geneeskundige behandelovereenkomst die aan de gecedeerde vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen [eisende partij] als handelaar en [gedaagde partij] als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. 4.2. Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing. Wel dienen het prijsbeding en de betalingsvoorwaarden van [eisende partij] ambtshalve getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ingevolge artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn. Prijsbeding Transparantie 4.3. Zoals verplicht is gesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft [eisende partij] op haar website de tarieven voor de verschillende behandelingen per behandeling/NZa code gepubliceerd (de zogenaamde passantentarieven). Deze tarieven gelden niet voor gecontracteerde zorgverzekeraars. Daarvoor gelden andere (lagere) tarieven die niet openbaar zijn en rechtstreeks door de verzekeraar aan [eisende partij] worden betaald. 4.4. Bij een niet-gecontracteerde zorgverzekeraar, waarvan in dit geval sprake is, brengt [eisende partij] het gepubliceerde passantentarief bij de patiënt in rekening. Deze factuur wordt via Infomedics verstuurd aan de patiënt, die de factuur zelf moet indienen bij zijn/haar zorgverzekeraar. Nadat de zorgverzekeraar (een gedeelte van) de factuur heeft uitbetaald aan de patiënt, moet de patiënt dit uitgekeerde bedrag doorbetalen aan Infomedics. Zodra [eisende partij] dan wel Infomedics de specificatie van de zorgverzekeraar met betrekking tot de factuur van de patiënt heeft gekregen, wordt het niet door de zorgverzekeraar vergoede gedeelte van het passantentarief gecrediteerd. Gevolg hiervan is dat zowel bij gecontracteerde zorg als bij niet-gecontracteerde zorg de patiënt uiteindelijk niet meer verschuldigd is dan hetgeen door de zorgverzekeraar wordt vergoed, naast eventueel verrekend eigen risico. Het enige verschil is dat bij gecontracteerde zorg het eigen risico door de zorgverzekeraar bij de patiënt in rekening wordt gebracht en bij niet-gecontracteerde zorg, zoals in dit geval, het eigen risico door de zorgverzekeraar verrekend wordt met de vergoeding aan de patiënt, zodat het verrekende eigen risico nog door de patiënt zelf aan [eisende partij] dan wel Infomedics betaald moet worden. Het uiteindelijk aan [eisende partij] verschuldigde bedrag voor een behandeling bestaat dus bij niet-gecontracteerde zorg uit het door de zorgverzekeraar aan de patiënt uitbetaalde bedrag, eventueel vermeerderd met het door de verzekeraar verrekenende eigen risico. Dit blijkt ook uit de brief die door [eisende partij] aan [gedaagde partij] is gestuurd. 4.5. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat hoewel voornoemde informatie achteraf bij de factuur wordt gegeven, [eisende partij] voorafgaand aan de behandeling geen informatie heeft gegeven over de daadwerkelijke prijs van de behandeling. Weliswaar heeft zij de passantentarieven gepubliceerd op haar website, maar gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] vóór de behandeling verwijst naar de door haar op haar website gepubliceerde passantentarieven. Daar komt bij dat de prijs die betaald wordt voor gecontracteerde zorg altijd lager is dan het passantentarief en de prijs voor niet-gecontracteerde zorg afhankelijk is van het bedrag dat de zorgverzekeraar achteraf vergoedt. In dat laatste geval staat de prijs die [eisende partij] uiteindelijk in rekening brengt, voorafgaand aan de behandeling, dus nog niet vast. Conclusie is dan ook dat het prijsbeding niet transparant is en getoetst moet worden op oneerlijkheid. Oneerlijkheid 4.6. Volgens artikel 3, lid 1 van de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Uit de bij dagvaarding overgelegde brief van [eisende partij] aan [gedaagde partij] blijkt voldoende dat [eisende partij] de prijs voor de behandeling achteraf aanpast aan de vergoeding die de zorgverzekeraar voor de behandeling aan de patiënt betaalt (door kwijtschelding van het meerdere). 4.7. Als [gedaagde partij] uiteindelijk alleen de vergoeding van de zorgverzekeraar en het verrekende eigen risico hoeft te betalen aan Infomedics, wordt geoordeeld dat het prijsbeding niet oneerlijk is.