Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-19
ECLI:NL:RBDHA:2026:6142
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
930 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6142 text/xml public 2026-04-02T08:20:36 2026-03-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-19 C/09/699627 / FA RK 26-1513 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6142 text/html public 2026-04-02T08:20:11 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6142 Rechtbank Den Haag , 19-02-2026 / C/09/699627 / FA RK 26-1513 Wvggz. VCM afgewezen. Geen sprake van verzet. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/699627 / FA RK 26-1513 Datum beschikking: 19 februari 2026 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking naar aanleiding van het op 16 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, thans verblijvende in de [zorginstelling] , te [plaats] , advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft. Procesverloop Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 februari 2026 genomen crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel; een op 14 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een brief van de officier van justitie van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; - de arts, mevrouw [naam 2] ; - de moeder van betrokkene; - de zus van betrokkene. Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een depressie met katatone kenmerken. Hoewel de behandelaren bij de aanvraag van de crisismaatregel vanwege de katatonie niet konden vaststellen dat betrokkene instemde met de behandeling, is ter zitting gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene door de toediening van medicatie dermate is verbeterd dat zij in staat is vrijwillig mee te werken aan de behandeling. Er is dan ook geen sprake van verzet tegen de (medicamenteuze) behandeling. De rechtbank is daarmee van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.