Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-19
ECLI:NL:RBDHA:2026:6107
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,096 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6107 text/xml public 2026-04-01T15:53:49 2026-03-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-19 C/09/696088 / FA RK 25-9443 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6107 text/html public 2026-04-01T15:52:44 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6107 Rechtbank Den Haag , 19-02-2026 / C/09/696088 / FA RK 25-9443 Beëindiging gezag zonder zitting Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-9443 Zaaknummer: C/09/696088 Datum beschikking: 19 februari 2026 Gezag Beschikking op het op 14 december 2025 ingekomen verzoek van: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.H.O. de Haas in Valkenburg. en: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.H.O. de Haas in Valkenburg. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het bericht met bijlage van 19 december 2025 van de vader en de moeder. Omdat de ouders gezamenlijk het verzoek hebben ingediend, heeft de rechtbank aanleiding gezien de zaak op de stukken en zonder mondelinge behandeling, af te doen. Feiten Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2021 tot [datum 2] 2022. Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1]. [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de ouders verzoeken om de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. Beoordeling Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Inhoudelijke beoordeling De ouders verzoeken om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten, omdat dit noodzakelijk is in het belang van [minderjarige]. De ouders geven aan dat de vader een gokverslaving heeft. Hierbij hebben incidenten plaatsgevonden met fraude en aangiftes waarbij de vader ook [minderjarige] betrokken heeft. Bij de echtscheiding in 2022 is het gezag niet gewijzigd omdat de vader onder behandeling was voor zijn gokverslaving. De vader is na de behandeling, tegen de afspraken in, gestopt met de nazorg. De moeder maakt zich zorgen dat de vader na haar overlijden als gezaghebbende ouder aanspraak zal maken op de erfenis van [minderjarige]. De ouders hebben deze zorgen van de moeder besproken, en zijn het erover eens dat het bewind over het vermogen van [minderjarige] niet aan de vader kan worden toevertrouwd in verband met zijn gokverslaving. De ouders hebben om deze reden het ouderschapsplan aangepast, en verzoeken nu gezamenlijk om de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. Onder de bovengenoemde omstandigheden acht de rechtbank het echter in het belang van [minderjarige] dat de moeder alleen met het gezag wordt belast. De rechtbank zal het verzoek van de ouders daarom toewijzen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1995 in [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1]; * verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2026.