Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:5991
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,029 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5991 text/xml public 2026-03-20T09:23:12 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-10 C/09/695759 / KG ZA 25-1202 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5991 text/html public 2026-03-20T09:22:55 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5991 Rechtbank Den Haag , 10-02-2026 / C/09/695759 / KG ZA 25-1202 vordering nakoming zorgregeling afgewezen. Wijziging zorgregeling wordt wel toegewezen Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/695759 / KG ZA 25-1202 Vonnis in kort geding van 10 februari 2026 in de zaak van [de moeder] te [woonplaats 1] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. C. Ekholm te Leiden, tegen: [de vader] te [woonplaats 2] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. M.J. den Hollander-Fischer te Leiden. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie met producties; - de op 27 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten in conventie en in reconventie Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Partijen zijn van [datum 1] 2009 tot en met [datum 2] 2025 met elkaar getrouwd geweest. Zij zijn de ouders van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1] ( [land] ), [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 1] ( [land] ), en [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 2] . De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen. 2.2. Partijen zijn in het ouderschapsplan, dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 13 november 2024 (hierna het ouderschapsplan), voor zover hier van belang, overeengekomen dat [de minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben zodra de vader eigen woonruimte heeft en dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hun hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben. Met betrekking tot de zorgregeling zijn zij overeengekomen dat zodra de vader over eigen woonruimte beschikt de kinderen om de week een hele week bij de vader verblijven en een hele week bij de moeder met de wissel op zondag om 17.00 uur. De feestdagen en vakantiedagen zullen partijen in onderling overleg ieder bij helfte op zich nemen. 2.3. De vader heeft medio juli 2025 een huurhuis in [plaats 1] toegewezen gekregen. [de minderjarige 1] heeft zijn hoofdverblijfplaats inmiddels bij de vader en gaat in [plaats 1] naar school. 3 Het geschil in conventie 3.1. De moeder vordert – zakelijk weergegeven – nakoming van de in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling, op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag met terugwerkende kracht vanaf het moment dat de vader over eigen woonruimte beschikte. Daarnaast vordert de moeder de vader te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De vader beschikt inmiddels al geruime tijd over eigen woonruimte, maar hij weigert de in het ouderschapsplan overeengekomen co-ouderschapsregeling na te komen. Het is noodzakelijk dat de vrouw vanwege haar chronische rugklachten zo snel mogelijk wordt ontlast in de zorg van de kinderen en dat de vader de overeengekomen zorgregeling nakomt. 3.3. De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. in reconventie 3.4. De vader vordert – zakelijk weergegeven – te bepalen dat de huidige feitelijke zorgregeling, waarbij de kinderen in de oneven week van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur en de andere week van zaterdag 10.00 uur tot 18.00 uur en de helft van de vakanties bij vader zijn, zal gelden totdat in de bodemprocedure tot wijziging van de zorgregeling is beslist, dan wel een in goede justitie te bepalen beslissing te nemen. 3.5. Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. Er is sprake van een wijziging van de omstandigheden ten opzichte van de situatie ten tijde van het tekenen van het ouderschapsplan. Partijen gingen er bij het opstellen van het ouderschapsplan namelijk vanuit dat de vader een woning zou krijgen in de omgeving van de school van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Dat is niet het geval. De vader heeft een huis gekregen in [plaats 1] . Daar vandaan kunnen de kinderen niet zelfstandig naar school. Ook is het vanwege zijn werk niet mogelijk om [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorafgaand aan zijn werkdag naar school te brengen. Als hij dit toch zou doen dan verliest hij zijn baan. 3.6. De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4 De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie 4.1. Omdat de vorderingen van de ouders nauw met elkaar samenhangen worden ze hierna gezamenlijk besproken. 4.2. Uitgangspunt is dat een door de rechtbank vastgestelde zorgregeling (het door partijen opgestelde ouderschapsplan) moet worden nagekomen. Als een van partijen wijziging van de zorgregeling wil, moet dat in beginsel in een bodemprocedure aan de orde worden gesteld. De vader heeft pas nadat de moeder deze kort gedingprocedure is gestart bij deze rechtbank een verzoekschrift tot wijziging van de zorgregeling ingediend en daarop moet nog worden beslist. De vraag die in dit kort geding voorligt is, of er sprake is van omstandigheden die op dit moment onverkorte nakoming van de zorgregeling in de weg staan. 4.3. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat op de zitting is gebleken dat partijen bij het opstellen van het ouderschapsplan er vanuit zijn gegaan dat een co-ouderschapsregeling praktisch uitvoerbaar zou zijn. Daarbij veronderstelden zij dat ook de vader op basis van urgentie een woning in [plaats 2] zou kunnen krijgen, in de buurt van de school van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Dat is de vader, ondanks pogingen daartoe, niet gelukt. Hij heeft na verloop van tijd wel een huis in [plaats 1] toegewezen gekregen, op ruim 6 km afstand van de school. De vader stelt dat daarmee een relevante wijziging van omstandigheden is opgetreden, die aanpassing van de zorgregeling noodzakelijk maakt. 4.4. De voorzieningenrechter volgt de vader daarin. Het is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk geworden dat het door de werktijden van de vader, die in de bouw werkt en daarom vroeg moet starten, op dit moment praktisch onmogelijk is [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorafgaand aan zijn werk naar school te brengen. Dat zou immers betekenen dat hij pas rond 9 uur aan het werk kan. Dit kan op dit moment niet van hem worden verlangd, omdat hij anders een reëel risico loopt zijn baan te verliezen. Hierbij weegt de voorzieningenrechter mee dat het van belang is dat de vader zijn werk behoudt om zo de resterende huwelijkse schulden (die hij geheel voor zijn rekening heeft genomen) te betalen. 4.5. Op de zitting heeft de voorzieningenrechter al aangegeven dat van de vader, gelet op de medische toestand van de moeder, wel kan worden verwacht dat hij zoveel als mogelijk helpt met de praktische zorg voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . De vader heeft gezegd daartoe bereid te zijn. Zo zal hij [de minderjarige 2] naar de voetbaltrainingen (doordeweeks) en wedstrijden (zaterdag) gaan brengen en ophalen. Ook zullen [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , anders dan de vader in reconventie heeft gevorderd, voorlopig elk weekend geheel bij hem gaan doorbrengen. De moeder zal [de minderjarige 3] wel zelf naar de zwemles (doordeweeks) moeten blijven brengen en weer ophalen. Het is tevens aan de moeder om [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] van en naar school te halen en brengen, voorzover zij dat nog niet zelfstandig kunnen.