Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-17
ECLI:NL:RBDHA:2026:5940
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,038 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5940 text/xml public 2026-03-31T12:12:20 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-17 C/09/677677 / FA RK 24-9164 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5940 text/html public 2026-03-31T12:11:17 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5940 Rechtbank Den Haag , 17-02-2026 / C/09/677677 / FA RK 24-9164 Voortgezet raadsonderzoek. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-9164 Zaaknummer: C/09/677677 Datum beschikking: 17 februari 2026 Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en hoofdverblijfplaats Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoek van: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.G. de Jong te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: voorheen mr. S. Burger te Rotterdam, die zich inmiddels heeft onttrokken. Procedure Bij beschikking van 6 maart 2025 van deze rechtbank: is aan de moeder toestemming verleend – welke toestemming die van de vader vervangt – voor de inzet van hulpverlening voor [minderjarige] ingezet door en via [zorginstantie]; zijn partijen doorverwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling; is de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht bij een niet positief verlopen traject te bezien of een raadsonderzoek noodzakelijk is; is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, de hoofdverblijfplaats en de proceskosten aangehouden tot 1 januari 2026 pro forma. De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook: het e-mailbericht van Kenniscentrum Kind en Scheiding van 6 maart 2025; de brief van de Raad van 23 mei 2025; de brief van de Raad van 28 november 2025 met als bijlage het rapport en advies van de Raad te ’s-Gravenhage van 27 november 2025, kenmerk KZ-1-645T8NN. Op 20 januari 2026 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Beoordeling Stand van zaken Partijen zijn bij beschikking van 6 maart 2025 doorverwezen naar ouderschapsbemiddeling. Het Kenniscentrum Kind en Scheiding heeft de rechtbank op 6 maart 2025 bericht dat de aanmeldprocedure is beëindigd, omdat de vader niet akkoord ging met de aanvraag van de gemeentelijke beschikking. Vervolgens zijn de processtukken naar de Raad gestuurd. Deze heeft op 23 mei 2025 laten weten dat zij een onderzoek zullen uitvoeren naar de volgende vragen: Welke gezagssituatie is het meest in het belang van [minderjarige]? Welke zorg-/omgangsregeling tussen de ouders en [minderjarige] is het meest in het belang van [minderjarige]? Is een wijziging van hoofdverblijfplaats van [minderjarige] in haar belang? Beide ouders hebben tijdens het raadsonderzoek aangegeven open te staan voor de begeleiding van een gezinscoach van [instantie]. Zowel de moeder als [minderjarige] staan daarnaast onder behandeling bij [zorginstantie]. Raadsonderzoek van 27 november 2025 De Raad ziet in dat er al langere tijd onrust is tussen de ouders en dat op dit moment het gezamenlijk gezag onuitvoerbaar lijkt. Hoewel de communicatie tussen de ouders op dit moment voor veel onrust zorgt is de Raad in eerste instantie van mening dat eerst nog een ouderschapsbemiddelingstraject geprobeerd moet worden, nu vader ook zijn bereidheid daarvoor heeft uitgesproken, voordat eventueel een wijziging in het gezag plaatsvindt. De Raad benadrukt dat de huidige zorgregeling, waarbij [minderjarige] in de even weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader is, structureel moet worden nagekomen om [minderjarige] stabiliteit en voorspelbaarheid te bieden. Dit geeft de vader tevens de kans om beter aan te sluiten bij de behoeften van [minderjarige], om de hechtingsrelatie te versterken en om haar het gevoel te geven dat zij welkom en geliefd is. De Raad adviseert de rechtbank om de beslissing over een definitieve zorgregeling aan te houden in afwachting van het verloop van de huidige zorgregeling. Indien blijkt dat de huidige zorgregeling structureel wordt nagekomen, de behandelingen bij [zorginstantie] worden voortgezet en hulpverlening betrokken is gericht op de communicatie tussen ouders en ouderbegeleiding te bieden, adviseert de Raad om de zorgregeling van [minderjarige] uit te breiden naar een passende regeling. Indien blijkt dat ouders onvoldoende in staat en/of bereid zijn om zich hiervoor in te zetten en zich hieraan te houden, kan na een periode van zes maanden vanaf de zittingsdatum een nieuwe afweging door de Raad gemaakt worden over welke zorgregeling in het belang is van [minderjarige]. Wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] is volgens de Raad niet in haar belang. De moeder is de hoofdverzorger en er is nog geen stabiliteit in de zorgregeling. [minderjarige] voelt zich veilig bij moeder en denkt dat vader haar is vergeten. Ontwikkelingen na het raadsonderzoek De vader is niet op de zitting verschenen. De moeder heeft aangegeven dat de vader haar heeft bericht dat hij niet zou verschijnen. De afgelopen drie maanden heeft geen contact plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige] en de vader heeft de moeder geblokkeerd. De moeder hoopt dat de vader toch weer contact zal zoeken met [minderjarige] en dat hij de zorgregeling weer zal nakomen. De Raad heeft op de zitting aangegeven dat inmiddels een aanmelding is gedaan bij [instantie], maar dat er een wachttijd van een jaar is. Dat maakt het extra jammer dat het contact tussen de vader en [minderjarige] de afgelopen periode niet op gang is gekomen. Aangezien er eigenlijk nog geen hulpverlening is ingezet, is de Raad van mening dat toch opnieuw bezien zou moeten worden of er mogelijkheden zijn om het contact te herstellen. Daarom heeft de Raad voorgesteld dat hij, zoals ook al in het raadsrapport was benoemd, zes maanden na de zittingsdatum een vervolgonderzoek kan uitvoeren naar het verloop van de zorgregeling. Gedurende dat onderzoek kan de Raad wederom met ouders op zoek gaan naar de mogelijkheden om de zorgregeling weer op te starten. De moeder betwijfelt of de vader dit keer wel mee zal werken. Hij heeft na de vorige zitting zijn toestemming voor de doorverwijzing naar ouderschapsbemiddeling weer ingetrokken en is nu ook niet verschenen op de zitting. Zij verzoekt daarom primair om een de zaak niet opnieuw aan te houden. Indien toch een vervolgonderzoek door de Raad wordt gelast, verzoekt zij de rechtbank om na ontvangst van dit nadere rapport en advies zo spoedig mogelijk een zittingsdatum te bepalen. Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang Hoewel beide ouders gedurende het raadsonderzoek de bereidheid hebben uitgesproken om met behulp van hulpverlening aan hun onderlinge verstandhouding te werken en de zorgregeling weer te hervatten, is er de afgelopen maanden geen contact geweest tussen de vader en [minderjarige]. Ook is er geen (constructief) contact tussen de ouders. De rechtbank ziet dat [minderjarige] last heeft van deze situatie. Zij heeft het gevoel dat de vader haar vergeten is. De rechtbank is van oordeel dat de vader zich over zijn weerzin tegen de moeder heen moet zetten en dat hij zich moet realiseren wat het voor [minderjarige] betekent dat hij niet in haar leven is. De rechtbank gunt het [minderjarige] dat zij onbelast contact met haar beide ouders kan hebben. Gelet op het feit dat er nog geen hulpverlening is ingezet om dit te bewerkstelligen, en het voor de rechtbank, zoals besproken ter zitting, moeilijk blijft de vinger te leggen op wat nu precies aan contact tussen vader en [minderjarige] in de weg staat, acht de rechtbank het noodzakelijk dat de Raad over zes maanden zijn onderzoek (kenmerk KZ-1-645T8NN) voortzet en nader advies uitbrengt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.