Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-18
ECLI:NL:RBDHA:2026:5875
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,412 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5875 text/xml public 2026-03-30T14:39:32 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-18 12104398 EJ26-70626 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Leiden Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5875 text/html public 2026-03-30T14:39:16 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5875 Rechtbank Den Haag , 18-03-2026 / 12104398 EJ26-70626 de kantonrechter kan niet bepalen dat de nalatenschap van de minderjarigen tot hun 23e jaar op een BEM-rekening moet worden gestort, omdat de kantonrechter het toezicht op het vermogen van minderjarigen slechts uitoefent totdat zij meerderjarig zijn. Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Leiden ÜB VB 3926 Zaaknr.: 12104398 EJ VERZ 26-70626 Beschikking op een verzoek tot machtiging van: [verzoekster] , wonende te [adres] , in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2008, [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2011 , beiden wonende en verblijvende te [woonplaats] , hierna te noemen: de minderjarigen. Procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek met bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026. Beoordeling Verzocht wordt goedkeuring voor de verdeling van de nalatenschap van [erflater] en vrijstelling van een notariële akte van verdeling, ex art. 1:345 BW, met bepaling dat de erfdelen van de minderjarigen worden uitgekeerd op BEM- rekeningen met blokkade tot hun 23e levensjaar. In het verzoek is een overzicht van de verdeling gegeven. Daaruit blijkt dat de verdeling niet ingewikkeld is en dat er geen registergoederen hoeven te worden verdeeld. Daarom zal de kantonrechter bepalen dat in dit geval de verdeling ook bij een onderhandse akte mag. Bij de voorgestelde verdeling worden de belangen van de minderjarigen niet geschaad. De kantonrechter zal daarvoor dan ook goedkeuring geven. Erflater heeft in het belang van de minderjarigen testamentair bewind ingesteld over de erfdelen van de minderjarigen tot hun meerderjarigheid, met benoeming van verzoekster tot bewindvoerder. Verzoekster moet het geld beheren en beschermen in het belang van de minderjarigen. In beginsel is er naast deze bescherming geen bescherming van een geblokkeerde regeling nodig. Erflater heeft echter bepaald dat de bewindvoerder bevoegd is zelfstandig over het geld te beschikken, zodat er een risico bestaat dat de bewindvoerder uitgaven doet die niet in het belang van de minderjarigen zijn. Daarom bestaat er wel belang bij storting op een geblokkeerde rekening. De kantonrechter zal dus bepalen dat het geld dat de minderjarigen krijgen wordt gestort op een spaarrekening met een speciale clausule (de zogenaamde BEM-clausule). BEM staat voor, Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen. Door de BEM-clausule wordt het op de rekening gestorte bedrag geblokkeerd tot het moment waarop de minderjarige meerderjarig wordt. Tot die tijd kan het bedrag alleen met toestemming van de kantonrechter worden opgenomen. Die bescherming kan de kantonrechter slechts opleggen tot de meerderjarigheid, omdat de kantonrechter geen (toezichthoudende) taak heeft bij vermogen van meerderjarigen dat niet onder een bewind valt. Beslissing De kantonrechter: bepaalt dat de verdeling van de nalatenschap mag worden neergelegd in een onderhandse akte; verleent goedkeuring voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap als vastgelegd in het aangehechte overzicht; stelt daarbij de voorwaarde dat de aan ieder van de minderjarigen toekomende gelden worden gestort op een Nederlandse bankrekening ten name van de afzonderlijke minderjarigen, aan welke rekening de voorwaarde moet worden gekoppeld dat de hoofdsom gedurende de minderjarigheid alleen kan worden opgenomen of worden overgemaakt naar een andere rekening als de kantonrechter daarvoor toestemming geeft; bepaalt dat verzoekster vóór 1 mei 2026 aan de kantonrechter kopieën van de spaarrekeningen dient toe te zenden waaruit blijkt: a) dat het aan de minderjarigen toekomende geld daarop is gestort; b) dat die rekeningen zijn voorzien van de hierboven omschreven BEM-clausule; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. I.B. Bellaart, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2026. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5875 text/xml public 2026-04-28T15:23:31 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-18 12104398 EJ26-70626 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Leiden Civiel recht Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0182 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0182 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5875 text/html public 2026-03-30T14:39:16 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5875 Rechtbank Den Haag , 18-03-2026 / 12104398 EJ26-70626 de kantonrechter kan niet bepalen dat de nalatenschap van de minderjarigen tot hun 23e jaar op een BEM-rekening moet worden gestort, omdat de kantonrechter het toezicht op het vermogen van minderjarigen slechts uitoefent totdat zij meerderjarig zijn. Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Leiden ÜB VB 3926 Zaaknr.: 12104398 EJ VERZ 26-70626 Beschikking op een verzoek tot machtiging van: [verzoekster] , wonende te [adres] , in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2008, [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2011 , beiden wonende en verblijvende te [woonplaats] , hierna te noemen: de minderjarigen. Procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek met bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026. Beoordeling Verzocht wordt goedkeuring voor de verdeling van de nalatenschap van [erflater] en vrijstelling van een notariële akte van verdeling, ex art. 1:345 BW, met bepaling dat de erfdelen van de minderjarigen worden uitgekeerd op BEM- rekeningen met blokkade tot hun 23e levensjaar. In het verzoek is een overzicht van de verdeling gegeven. Daaruit blijkt dat de verdeling niet ingewikkeld is en dat er geen registergoederen hoeven te worden verdeeld. Daarom zal de kantonrechter bepalen dat in dit geval de verdeling ook bij een onderhandse akte mag. Bij de voorgestelde verdeling worden de belangen van de minderjarigen niet geschaad. De kantonrechter zal daarvoor dan ook goedkeuring geven. Erflater heeft in het belang van de minderjarigen testamentair bewind ingesteld over de erfdelen van de minderjarigen tot hun meerderjarigheid, met benoeming van verzoekster tot bewindvoerder. Verzoekster moet het geld beheren en beschermen in het belang van de minderjarigen. In beginsel is er naast deze bescherming geen bescherming van een geblokkeerde regeling nodig. Erflater heeft echter bepaald dat de bewindvoerder bevoegd is zelfstandig over het geld te beschikken, zodat er een risico bestaat dat de bewindvoerder uitgaven doet die niet in het belang van de minderjarigen zijn. Daarom bestaat er wel belang bij storting op een geblokkeerde rekening. De kantonrechter zal dus bepalen dat het geld dat de minderjarigen krijgen wordt gestort op een spaarrekening met een speciale clausule (de zogenaamde BEM-clausule). BEM staat voor, Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen. Door de BEM-clausule wordt het op de rekening gestorte bedrag geblokkeerd tot het moment waarop de minderjarige meerderjarig wordt. Tot die tijd kan het bedrag alleen met toestemming van de kantonrechter worden opgenomen. Die bescherming kan de kantonrechter slechts opleggen tot de meerderjarigheid, omdat de kantonrechter geen (toezichthoudende) taak heeft bij vermogen van meerderjarigen dat niet onder een bewind valt. Beslissing De kantonrechter: bepaalt dat de verdeling van de nalatenschap mag worden neergelegd in een onderhandse akte; verleent goedkeuring voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap als vastgelegd in het aangehechte overzicht; stelt daarbij de voorwaarde dat de aan ieder van de minderjarigen toekomende gelden worden gestort op een Nederlandse bankrekening ten name van de afzonderlijke minderjarigen, aan welke rekening de voorwaarde moet worden gekoppeld dat de hoofdsom gedurende de minderjarigheid alleen kan worden opgenomen of worden overgemaakt naar een andere rekening als de kantonrechter daarvoor toestemming geeft; bepaalt dat verzoekster vóór 1 mei 2026 aan de kantonrechter kopieën van de spaarrekeningen dient toe te zenden waaruit blijkt: a) dat het aan de minderjarigen toekomende geld daarop is gestort; b) dat die rekeningen zijn voorzien van de hierboven omschreven BEM-clausule; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. I.B. Bellaart, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2026. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.