Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-17
ECLI:NL:RBDHA:2026:5868
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,518 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5868 text/xml public 2026-03-31T09:30:21 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-17 SGR 25/2287 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak NL Den Haag Bestuursrecht; Ambtenarenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5868 text/html public 2026-03-30T14:37:54 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5868 Rechtbank Den Haag , 17-03-2026 / SGR 25/2287 Voorzieningenregeling militaire oorlogs- en dienstslachtoffers RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/2287 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. P. de Casparis), en de staatssecretaris van Defensie, verweerder (gemachtigde: mr. W.R.C. Adang) Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag om financiële ondersteuning voor een buitenlandse reis ter bevordering van zijn herstel. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 13 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 februari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de staatssecretaris van 11 februari 2025 op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. 1.4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 3. Eiser heeft bij verweerder een aanvraag ingediend voor een voorziening op grond van de Voorzieningenregeling militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (hierna: de Regeling). De voorziening betreft een reis naar/verblijf in het buitenland om beter te kunnen herstellen van de PTSS waaraan hij lijdt. Daarbij heeft eiser een beroep gedaan op artikel 11 van de Regeling. 4. In het verweerschrift heeft verweerder aangegeven dat toch gevolg moet worden geven aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en er sprake is van ernstige bestaansverschraling. Verweerder heeft de vraag naar de omvang van de te geven voorziening voorgelegd aan de bezwaarverzekeringsarts. De bezwaarverzekeringsarts heeft op 13 november 2025 aangegeven dat de reis naar [land] vergoed moet worden. Verweerder volgt het advies van de bezwaarverzekeringsarts en is bereid aan eiser een bedrag van maximaal € 6000,00 euro te vergoeden, een en ander onder overlegging van bewijsstukken en voor zolang de (locatie)triggers waaraan eiser blootstaat blijven bestaan. Een verzekeringsarts zal ieder jaar beoordelen of en in welke mate aan eiser een tegemoetkoming kan worden gegeven. 5. De rechtbank stelt vast dat verweerder daarmee volledig tegemoetkomt aan het beroep van eiser. Partijen hebben de rechtbank verzocht zelf in de zaak te voorzien en de toekenning van de voorziening in een uitspraak vast te leggen. Conclusie en gevolgen 6.1. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Daarnaast zal de rechtbank het primaire besluit herroepen, de aanvraag tot vergoeding van een reis naar/verblijf in [land] tot een bedrag van € 6.000,- toewijzen onder de voorwaarde dat eiser de kosten die hij maakt ondersteunt met bewijsstukken en voor zolang de triggers waaraan eiser blootstaat blijven bestaan. Een verzekeringsarts zal ieder jaar beoordelen of en in welke mate een eiser een tegemoetkoming kan worden gegeven. Verder zal de rechtbank bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. 6.2. Omdat beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. 6.3. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank: - verklaart beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 11 februari 2025; - herroept het besluit van 13 februari 2024; - bepaalt dat aan eiser een vergoeding voor een reis naar/verblijf in [land] tot een bedrag van € 6.000,- wordt toegekend onder de voorwaarde dat eiser de kosten die hij maakt ondersteunt met bewijsstukken en voor zolang de triggers waaraan eiser blootstaat blijven bestaan én bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit; - bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden; - veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2026 door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.