Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:5859
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,986 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5859 text/xml public 2026-03-30T09:07:59 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-10 C/09/698619 / JE RK 26-152 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5859 text/html public 2026-03-30T09:05:47 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5859 Rechtbank Den Haag , 10-03-2026 / C/09/698619 / JE RK 26-152 Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/698619 / JE RK 26-152 Datum uitspraak: 10 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats], [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats]. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 januari 2026, mee in de beoordeling. 1.2. De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - [naam 1] en [naam 2], namens de gecertificeerde instelling. 1.3. De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter constateert dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. [minderjarige] is erkend door de vader. 2.2. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.3. [minderjarige] verblijft bij [zorginstelling]. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 12 juni 2026, alsmede een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [minderjarige] heeft op jonge leeftijd veel meegemaakt, waaronder meerdere wisselingen van woonplek. Er zijn signalen van verwaarlozing en mishandeling geweest. [minderjarige] kampt met trauma- en hechtingsproblematiek, wat zich uit in forse gedragsproblemen. [minderjarige] woont sinds april 2025 bij een behandelgroep van [zorginstelling]. De moeder heeft eens in de twee weken een begeleid bezoekmoment en elke zaterdag een belmoment met [minderjarige]. Het contact verloopt moeizaam en de moeder sluit niet goed aan op [minderjarige]. Zij (h)erkent het gedrag en de problematiek van [minderjarige] onvoldoende. De vader is niet betrokken in het leven van [minderjarige]. De moeder geeft aan overbelast te zijn en de volledige zorg voor [minderjarige] nog niet aan te kunnen. Daarnaast komt zij afspraken rondom het contact met [minderjarige] niet structureel na. Gelet hierop verzoekt de gecertificeerde instelling om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling, zodat de ingezette behandeling en begeleiding kunnen worden voortgezet. 4 De beoordeling 4.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 4.2. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. [minderjarige] kampt met kind-eigenproblematiek, waardoor hij een verhoogde opvoedbehoefte heeft. [zorginstelling] biedt hem de specialistische begeleiding die hij nodig heeft. Dat er in de afgelopen periode incidenten hebben plaatsgevonden, lijkt te komen doordat [minderjarige] meer zichzelf durft te zijn op de groep. De moeder is onvoldoende in staat om aan te sluiten op de ontwikkelingsbehoefte van [minderjarige]. De vader speelt geen rol in het leven van [minderjarige]. Dit maakt dat het in het belang van [minderjarige] is dat de plaatsing bij [zorginstelling] wordt gecontinueerd. De kinderrechter wil de moeder meegeven dat het van groot belang is dat zij de bezoek- en belmomenten met [minderjarige] nakomt. Alleen dan kan de band tussen de moeder en [minderjarige] sterker worden en bovendien voorkomt dit teleurstellingen bij [minderjarige]. Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toe. 4.3. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5. De beslissing De kinderrechter: 5.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 juni 2026; 5.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.C. Eikelenboom als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5859 text/xml public 2026-04-10T04:01:40 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-10 C/09/698619 / JE RK 26-152 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5859 text/html public 2026-03-30T09:05:47 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5859 Rechtbank Den Haag , 10-03-2026 / C/09/698619 / JE RK 26-152 Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/698619 / JE RK 26-152 Datum uitspraak: 10 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats], [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats]. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 januari 2026, mee in de beoordeling. 1.2. De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - [naam 1] en [naam 2], namens de gecertificeerde instelling. 1.3. De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter constateert dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. [minderjarige] is erkend door de vader. 2.2. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.3. [minderjarige] verblijft bij [zorginstelling]. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 12 juni 2026, alsmede een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [minderjarige] heeft op jonge leeftijd veel meegemaakt, waaronder meerdere wisselingen van woonplek. Er zijn signalen van verwaarlozing en mishandeling geweest. [minderjarige] kampt met trauma- en hechtingsproblematiek, wat zich uit in forse gedragsproblemen. [minderjarige] woont sinds april 2025 bij een behandelgroep van [zorginstelling]. De moeder heeft eens in de twee weken een begeleid bezoekmoment en elke zaterdag een belmoment met [minderjarige]. Het contact verloopt moeizaam en de moeder sluit niet goed aan op [minderjarige]. Zij (h)erkent het gedrag en de problematiek van [minderjarige] onvoldoende. De vader is niet betrokken in het leven van [minderjarige]. De moeder geeft aan overbelast te zijn en de volledige zorg voor [minderjarige] nog niet aan te kunnen. Daarnaast komt zij afspraken rondom het contact met [minderjarige] niet structureel na. Gelet hierop verzoekt de gecertificeerde instelling om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling, zodat de ingezette behandeling en begeleiding kunnen worden voortgezet. 4 De beoordeling 4.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 4.2. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. [minderjarige] kampt met kind-eigenproblematiek, waardoor hij een verhoogde opvoedbehoefte heeft. [zorginstelling] biedt hem de specialistische begeleiding die hij nodig heeft. Dat er in de afgelopen periode incidenten hebben plaatsgevonden, lijkt te komen doordat [minderjarige] meer zichzelf durft te zijn op de groep. De moeder is onvoldoende in staat om aan te sluiten op de ontwikkelingsbehoefte van [minderjarige]. De vader speelt geen rol in het leven van [minderjarige]. Dit maakt dat het in het belang van [minderjarige] is dat de plaatsing bij [zorginstelling] wordt gecontinueerd. De kinderrechter wil de moeder meegeven dat het van groot belang is dat zij de bezoek- en belmomenten met [minderjarige] nakomt. Alleen dan kan de band tussen de moeder en [minderjarige] sterker worden en bovendien voorkomt dit teleurstellingen bij [minderjarige]. Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toe. 4.3. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5. De beslissing De kinderrechter: 5.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 juni 2026; 5.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.C. Eikelenboom als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.