Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-11
ECLI:NL:RBDHA:2026:5321
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,790 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5321 text/xml public 2026-03-25T14:10:51 2026-03-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-11 C/09/696807 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5321 text/html public 2026-03-25T14:09:27 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5321 Rechtbank Den Haag , 11-02-2026 / C/09/696807 Verlenging van de ondertoezichtstelling Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/696807 / JE RK 25/2203 Datum uitspraak: 11 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter Verlenging ondertoezichtstelling in de zaak naar aanleiding van het op 29 december 2025 ingekomen verzoekschrift van: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, betreffende: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.R.J.A. Olie-Hallmans te Meppel. [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te Rotterdam. Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder : - het verzoekschrift, met bijlagen. Op 28 januari is de zaak op de zitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel onderhavig verzoek als het verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken (C/09/695537 / FA RK 25-9121). Op het laatstgenoemde verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking beslist. Op de (gecombineerde) zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam] , namens de gecertificeerde instelling. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van 2019 tot 2021. - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] . - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. - [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder. - De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 30 juli 2024 – voor zover hier van belang – bepaald dat: de zorgregeling wordt gewijzigd, in die zin dat [minderjarige] voortaan bij de vader zal zijn in de ene week op woensdag uit school (of 10:00 uur als er geen school is) tot 17:00 uur en de andere week op zaterdag van 10:00 uur tot 17:00 uur (voor het eten), onder de strikte voorwaarde dat oma vaderszijde de wisselmomenten verzorgt, steeds bij de wisselmomenten aanwezig is en toezicht houdt op [minderjarige] ; de vakantie- en feestdagenregeling wordt gewijzigd, in die zin dat de (bovenstaande) zorgregeling doorloopt gedurende de helft van de vakanties en feestdagen waarop [minderjarige] bij de vader verblijft, met uitzondering van de periodes tijdens vakanties en feestdagen als [minderjarige] bij de moeder verblijft. - De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 1 februari 2026. Verzoek en verweer Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van zes maanden. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is nog steeds sprake van spanningen en wantrouwen tussen de ouders. Dit weerspiegelt zich – onder meer – in de communicatie, welke onvoldoende is verbeterd en wisselvallig verloopt. De gecertificeerde instelling signaleert gevoelens van frustratie en boosheid bij de vader. Hoewel de vader zijn behandeling bij [zorginstantie] positief heeft afgerond, acht zij het risico op een terugval in middelengebruik hierdoor aanwezig. Daarnaast maakt de gecertificeerde instelling zich zorgen dat de vader [minderjarige] belast met (volwassen) emoties en informatie, waarbij hij [minderjarige] niet weet te troosten of tot rust kan brengen. Gelet op het voorgaande acht de gecertificeerde instelling verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden noodzakelijk. In die periode kan overwogen worden of de ouders gebaat zijn bij een programma voor Parallel Solo Ouderschap (PSO). Ook kan onderzocht worden of hulpverlening gericht op het emotioneel versterken van [minderjarige] nog van meerwaarde kan zijn. De ouders hebben ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. Beoordeling De kinderrechter is op basis van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn nog niet opgeheven. De vader heeft inmiddels zijn behandeling bij [zorginstantie] voor zijn alcoholgebruik en de daarmee samenhangende (onderliggende) problematiek positief afgerond. Desondanks bestaat er nog veel spanning tussen de ouders. Daarbij wordt de communicatie van de vader richting de moeder beheerst door gevoelens van frustratie en boosheid. Het is de ouders tot op heden dan ook niet gelukt om op een constructieve wijze het gesprek met elkaar aan te gaan en wederzijds vertrouwen op te bouwen. [minderjarige] heeft hier last van, hetgeen zowel de gecertificeerde instelling als de kinderrechter zorgen baart en waar mogelijk hulpverlening voor ingeschakeld dient te worden. De kinderrechter merkt op dat de vader op de zitting heeft aangegeven die gevoelens van frustratie en boosheid te herkennen. In dat kader gaat hij eens in de twee weken naar een psycholoog voor EMDR-therapie. Zodra deze gevoelens niet langer de overhand hebben, kan worden gewerkt aan het verbeteren van de communicatie en het herstellen van het wederzijdse vertrouwen. Daarbij kan deelname aan het traject Parallel Solo ouderschap overwogen worden. De kinderrechter zal, gelet op het bovenstaande, het verzoek van de gecertifieerde instelling toewijzen. Beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 1 augustus 2026; verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026 door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2026. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!