Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:4485
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,013 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4485 text/xml public 2026-03-06T08:22:07 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-23 C/09/692359 / FA RK 25-7372 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4485 text/html public 2026-03-06T08:21:39 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4485 Rechtbank Den Haag , 23-01-2026 / C/09/692359 / FA RK 25-7372 Echtscheiding met nevenvoorzieningen, instemmingsverklaring. RECHTBANK DEN HAAG Team Familie Rekestnummers: FA RK 25-7372 (echtscheiding) en FA RK 26-559 (verdeling) Zaaknummers: C/09/692359 (echtscheiding) en C/09/698055 (verdeling) Beschikking d.d. 23 januari 2026 betreffende de echtscheiding in de zaak van: [de vrouw] , Wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. N. Bagci-Çiçek, gevestigd te Den Haag, tegen [de man] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen de man. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 1 oktober 2025; - het bericht van 20 oktober 2025 van de vrouw, met bijlagen; - het bericht van 29 oktober 2025 van de vrouw, met bijlagen; - het gewijzigde verzoekschrift van 17 november 2025 van de vrouw; - de referteverklaring van de man, ingekomen op 28 november 2025. 1.2. Partijen hebben schriftelijk laten weten af te zien van een mondelinge behandeling. De rechtbank zal de zaak afdoen op de stukken. 2 De beoordeling 2.1. Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2015 te [plaats] , Turkije. Ten tijde van de huwelijkssluiting hadden partijen beiden de Turkse nationaliteit. Nu heeft De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft de Turkse nationaliteit. 2.2. De minderjarige kinderen van partijen zijn: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] en - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] . 2.3. Scheiding 2.3.1. De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft zich ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. 2.3.2. Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. 2.3.3. Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing. 2.3.4. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen. 2.3.5. De wet staat niet toe de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank wijst het verzoek daartoe dan ook af. 2.4. Verblijfplaats 2.4.1. De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar zal zijn. 2.4.2. Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen. 2.4.3. De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich daartegen verzet. 2.5. Verdeling zorg- en opvoedingstaken 2.5.1. De vrouw heeft verzocht een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) vast te stellen, in die zin dat de kinderen iedere vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij de man zijn, waarbij de man de kinderen van school haalt en brengt naar de vrouw. Daarnaast verzoekt zij te bepalen dat alle (school)vakanties en (Islamitische) feestdagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld. 2.5.2. Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken . 2.5.3. De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de zorgregeling als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich tegen deze regeling verzet. 2.6. Woning 2.6.1. De vrouw heeft het huurrecht van de woning verzocht. 2.6.2. De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning. 2.6.3. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen. 2.6.4. De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. 2.7. Onderhoudsbijdrage(n) 2.7.1. De vrouw heeft verzocht een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 750,00 per maand per kind en een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partnerbijdrage) van € 700,00 per maand vast te stellen. 2.7.2. Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij op grond van artikel 3 sub c van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. 2.7.3. De rechtbank zal op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 het recht van Nederland op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen toepassen, nu de onderhoudsgerechtigde gewone verblijfplaats in Nederland heeft. 2.7.4. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 sub a van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) bevoegd om van het partneralimentatieverzoek kennis te nemen. 2.7.5. De rechtbank zal op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 het Nederlands recht toepassen op het verzoek tot vaststelling van een partnerbijdrage, nu de onderhoudsgerechtigde gewone verblijfplaats in Nederland heeft. 2.7.6. De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de kinder- en partnerbijdrage als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. 2.8. Verdeling 2.8.1. De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de tussen de partijen bestaande gemeenschap van goederen wordt verdeeld op de door haar voorgestelde wijze. 2.8.2. Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van partijen. 2.8.3. Op het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing. 2.8.4. Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. 2.8.5. Zij hadden bij de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna alleen de nationaliteit van Turkije gemeenschappelijk in de zin van artikel 15, lid 1 van het Verdrag. 2.8.6. Zij hebben na de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna hun eerste gewone verblijfplaats op het grondgebied van dezelfde staat gevestigd, namelijk Nederland. 2.8.7. De gemeenschappelijke nationaliteit van partijen is die van een zogenaamd nationaliteitsland. 2.8.8. Het land van de gemeenschappelijke nationaliteit is geen verdragsland. 2.8.9. Op grond van artikel 4 lid 2 van het Verdrag wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Turkse recht, als het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, nu Turkije geen partij is bij het Verdrag, terwijl volgens het internationaal privaatrecht van deze staat zijn interne recht van toepassing is en de echtgenoten de eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigden in Nederland. 2.8.10.