Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:4257
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
706 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4257 text/xml public 2026-03-05T14:00:23 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-03 NL25.55043 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4257 text/html public 2026-03-04T14:05:26 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4257 Rechtbank Den Haag , 03-03-2026 / NL25.55043 Asiel, MOB, geen contact dus geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.55043 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.A. Berghuis), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brieven van 28 november 2025 en 27 februari 2026 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 25 november 2025 en 21 januari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij berichten van 2 december 2025 en 27 februari 2026 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser sinds hij met onbekende bestemming is vertrokken. 2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. 3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 3 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.