Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:4255
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
679 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4255 text/xml public 2026-03-05T14:00:22 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-03 NL25.57812 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4255 text/html public 2026-03-04T14:01:10 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4255 Rechtbank Den Haag , 03-03-2026 / NL25.57812 Asiel, MOB, geen contact dus geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57812 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 18 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 10 december 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 6 december 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 18 december 2025 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eiser. 2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. 3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 3 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.