Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:2711
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,039 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:2711 text/xml public 2026-02-13T08:19:37 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-09 NL24.39421 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2711 text/html public 2026-02-13T08:16:37 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:2711 Rechtbank Den Haag , 09-02-2026 / NL24.39421 Machtiging voor voorlopig verblijf; identiteit en familierechtelijke relatie niet aangetoond; belangenafweging; ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL24.39421 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van 9 februari 2026 tussen [eiser], v-nummer: [nummer 1], eiser [eiseres] , v-nummer: [nummer 2], eiseres samen, eisers (gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. M.M. Luik). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij hun vader (referent). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag van eisers in stand blijft. De minister heeft zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat eisers hun identiteit en daarmee hun familierechtelijke relatie met referent niet hebben aangetoond. Daarom is geen sprake van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Op 1 april 2023 hebben eisers een mvv-aanvraag ingediend voor verblijf bij referent op grond van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 september 2024 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 3. Eisers stellen de meerderjarige kinderen van referent te zijn. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de identiteit van eisers niet is aangetoond, omdat geen (kopieën van) geldige paspoorten zijn overgelegd. Daardoor is de familierechtelijke relatie niet aangetoond en is geen sprake is van familie- of gezinsleven tussen eisers en referent, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De minister heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat, indien de identiteit van eisers wél zou zijn aangetoond, er wel sprake zou zijn van dit familie- en gezinsleven, omdat eiseres als jongvolwassenen worden aangemerkt. De daaropvolgende belangenafweging valt echter in het nadeel van eisers uit. Hebben eisers hun identiteit en de familierechtelijke relatie met referent aangetoond? 4. Eisers voeren aan dat zij de meerderjarige kinderen van referent zijn en hebben ter onderbouwing meerdere documenten overgelegd, waaronder uittreksels uit het geboorteregister en een familieboekje. Volgens eisers kunnen zij geen paspoorten overleggen, omdat referent de kosten daarvoor niet kan opbrengen, het risicovol is een paspoort aan te vragen bij de Syrische ambassade en het voor meerderjarige kinderen niet mogelijk is om vanuit het buitenland (eisers verblijven op dit moment in Beiroet) een paspoort aan te vragen. Eisers wijzen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak voor de Raad van State (Afdeling) van 26 januari 2022 waarin is overwogen dat de minister een integrale beoordeling moet maken van alle overgelegde documenten en verklaringen voor het ontbreken van relevante documenten. Eisers voeren aan dat het uitgangspunt is dat lidstaten gezinshereniging begunstigen en de minister daarom had moeten beoordelen of aanleiding bestond om eisers het voordeel van de twijfel te gunnen. Hierbij kan dan aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld in de vorm van een DNA-onderzoek, worden aangeboden. Daarbij wijzen eisers erop dat volgens de Afdeling het rechtsvermoeden van een biologisch kerngezin meebrengt dat minder hoge eisen kunnen worden gesteld aan het bewijs van de identiteit, waarbij vooruitlopend een DNA-onderzoek kan worden opgestart. Eisers betogen dat de minister in het geval van eisers een aanvullend onderzoek had moeten aanbieden. 4.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van eisers is om hun identiteit aan te tonen. Eisers hebben geen (kopie van) geldige paspoorten overgelegd en hebben niet aangetoond dat zij geen paspoorten kunnen krijgen. De minister wijst daarbij terecht op het thematisch ambtsbericht van Syrië waaruit blijkt dat er meerdere mogelijkheden zijn om aan een paspoort te komen. Zo kunnen onder meer reservisten, deserteurs en dienstplichtontduikers vanuit het buitenland een paspoort aanvragen en kan een paspoort door een familielid of gemachtigde worden aangevraagd. De stelling van eisers dat de wet bepaalt dat meerderjarige kinderen persoonlijk in Syrië moet zijn om een paspoort aan te vragen en dat dit niet via een gemachtigde kan, is onvoldoende onderbouwd. Dat aan de paspoortaanvragen hoge kosten zijn verbonden betekent ook niet dat eisers geen paspoort kunnen krijgen. Bovendien heeft referent zelf verklaard dat de hoge kosten niet de belangrijkste reden zijn van het ontbreken van een paspoort en dat familie mogelijk financiële steun kan bieden. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister het negatieve onderzoeksresultaat van Bureau Documenten met betrekking tot de uittreksels uit het geboorteregister en het overgelegde familieboekje als contra-indicatie mocht betrekken in de integrale beoordeling. Hoewel sommige andere documenten wel positief zijn beoordeeld, neemt dat niet weg dat de minister de conclusies ‘hoogstwaarschijnlijk niet echt’ en ‘vals’ van deze onderzochte documenten in het nadeel van eisers mocht meewegen. Gelet op het voorgaande, heeft de minister terecht geen aanleiding gezien om eisers het voordeel van de twijfel te gunnen en nader onderzoek te doen. Omdat eisers hun identiteit niet hebben aangetoond, is daarmee ook de familierechtelijke relatie met referent niet aangetoond. Er is dan ook geen sprake van familie- of gezinsleven tussen eisers en referent, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De beroepsgrond slaagt niet. Mocht de minister de belangenafweging in het nadeel van eisers laten uitvallen? 5. Eisers voeren aan dat zij het besluit van de minister niet kunnen volgen, omdat daarin wordt overwogen dat, voor zover hun identiteit en de familierechtelijke relatie zou moeten worden aangenomen, er sprake is van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Daarbij heeft de minister een belangenafweging gemaakt die in het nadeel van eisers is uitgevallen. Bij nareis is er geen ruimte voor een belangenafweging. Voor zover wel een belangenafweging vereist is, betogen eisers dat deze in hun voordeel moet uitvallen, gelet op het (dan aangenomen) gezinsleven met referent, het ontbreken van familie in Syrië en hun langdurige verblijf in Beiroet. Daarnaast voeren eisers aan dat de langdurige scheiding van referent het gevolg is van de lange procedures bij de IND. Nu referent en de overige gezinsleden in Nederland wonen en het gezinsleven niet in Syrië kan worden uitgeoefend, is daarnaast sprake van een objectieve belemmering. Tot slot voeren eisers aan dat referent over voldoende inkomen beschikt, zodat het economisch belang niet kan worden tegengeworpen. 5.1. De rechtbank stelt voorop dat de aanvraag van eisers een reguliere aanvraag is en geen aanvraag voor nareis. Dit hebben eisers op de zitting ook erkend. In reguliere zaken wordt een belangenafweging gemaakt als familie- of gezinsleven aannemelijk is gemaakt.