Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-11
ECLI:NL:RBDHA:2026:2600
Civiel recht
Wraking
674 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:2600 text/xml public 2026-02-12T10:12:53 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-11 C/09/698329 / KG RK 26-163 Uitspraak Wraking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2600 text/html public 2026-02-12T10:12:32 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:2600 Rechtbank Den Haag , 11-02-2026 / C/09/698329 / KG RK 26-163 Wraking. Verzoeker wordt in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat in de hoofdzaak al einduitspraak is gedaan. Rechtbank den haag Wrakingskamer wrakingnummer 2026/04 zaak- /rekestnummer: C/09/698329 / KG RK 26-163 Beslissing van 11 februari 2026 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. D. Nobel, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1 De procedure 1.1. Het schriftelijke wrakingsverzoek is ingediend op 25 januari 2026. 1.2. De wrakingskamer heeft de beschikking over het dossier in de hoofdzaak. 2 Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter en de griffier in de zaak met nummer 11678387 \ RL EXPL 25-8027 tussen [stichting] als eisende partij en verzoeker als gedaagde partij (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak heeft op 2 september 2025 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op 9 oktober 2025 heeft de rechter in de hoofdzaak einduitspraak gedaan. 3 De beoordeling 3.1. Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. 4 De beslissing De wrakingskamer: 4.1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek; 4.2. beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: de verzoeker; de wederpartij in de hoofdzaak; de rechter. Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.