Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-05
ECLI:NL:RBDHA:2026:2435
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,036 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:2435 text/xml public 2026-02-20T11:34:35 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-05 C/09/696694 / JE RK 25-2192 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2435 text/html public 2026-02-20T11:34:11 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:2435 Rechtbank Den Haag , 05-01-2026 / C/09/696694 / JE RK 25-2192 Beschikking van de kinderrechter waarin de minderjarige voorlopig onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de tante vaderszijde. RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/696694 / JE RK 25-2192 Datum uitspraak: 5 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , 'sGravenhage, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, en [de vader] , hierna te noemen: de vader, hierna gezamenlijk te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] advocaat: mr. F.G.T. Meershoek uit Den Haag, De kinderrechter merkt als informant aan: [de tante] , hierna te noemen: de tante vaderszijde. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. Bij beschikking van 24 december 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 7 januari 2026 en voor dezelfde duur een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg. Het verzoek is voor het overige aangehouden. 1.2. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van 24 december 2025 en de daarin genoemde stukken; - het bericht van namens de ouders met bijlagen van 31 december 2025. 1.3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk; - de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk; - [naam 1] namens de Raad; - [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. 1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 24 december 2025. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting heeft de Raad nader toegelicht dat verzocht wordt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in voorziening voor pleegzorg, te weten bij de tante vaderszijde. 3.2. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Er zijn grote zorgen over de basale zorg en veiligheid van [minderjarige] als zij met de ouders mee naar huis zou gaan. Zij heeft aangegeven dat zij mishandeld is door haar ouders en dat zij bang is dat haar vader haar iets aan zal doen vanwege haar geaardheid. Op 1 december 2025 heeft een medewerker van het Crisis Interventie Team (hierna: CIT) gezien dat de vader [minderjarige] probeerde te wurgen toen zij hem hierover vertelde. Ook heeft [minderjarige] zichzelf gesneden om haar stress te kunnen reguleren en suïcidale gedachten gehad. Het is noodzakelijk dat [minderjarige] op een andere plek verblijft om haar veiligheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat zij niet uit het zicht van hulpverlening onttrokken wordt. De Raad is bezorgd dat [minderjarige] uit loyaliteit naar haar ouders zegt dat zij weer naar huis toe wil. Zij lijkt tussen twee culturen in te leven en het is belangrijk dat onderzocht wordt wat de invloed hiervan op [minderjarige] is. Er zijn zorgen over dat de ouders problemen ontkennen of bagatelliseren en dat [minderjarige] thuis niet zichzelf kan zijn. Op korte termijn is het nog niet mogelijk om de benodigde intensieve hulpverlening in het gezin in te zetten door wachtlijsten. De Raad heeft twijfels bij de plek waar [minderjarige] momenteel verblijft, omdat zij zichzelf daar ook beschadigd heeft en heeft geblowd. De Raad acht een plaatsing bij de tante vaderszijde, waarbij er veiligheidsafspraken gemaakt zullen worden, het meest passend. Er zal wel bij de tante nog een korte screening plaats moeten vinden. 4 De standpunten 4.1. De ouders refereren zich aan het oordeel van de kinderrechter met betrekking tot de voorlopige ondertoezichtstelling. De ouders maken zich zorgen over [minderjarige] en staan open voor hulpverlening om haar te ondersteunen waar dat nodig is. Door en namens de ouders is primair verweer gevoerd tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. Er wordt niet voldaan aan de juridische gronden voor een uithuisplaating. [minderjarige] wil graag naar huis toe en volgens de ouders hoeven er geen zorgen te zijn over haar veiligheid. Er zijn thuis wel eens mondelinge discussies, maar er heeft nooit fysiek geweld plaatsgevonden. De vader knuffelde [minderjarige] wat harder nadat zij had verteld dat zij op meisje valt, maar heeft niet geprobeerd om haar te wurgen. De vader is geschrokken van het nieuws, maar accepteert haar gevoelens. Verder mogen kinderen mogen geen vriend of vriendin mee naar huis nemen tot zij achttien zijn. De mondelinge discussies thuis komen doordat [minderjarige] haar zin wil krijgen of omdat zij ruzie heeft met haar zus. Hierbij kan [minderjarige] agressief worden, maar er wordt geen geweld richting haar gebruikt. De ouders staan open voor hulpverlening en willen zicht bieden op de thuissituatie. De hulpverlening mag langskomen en dagelijks telefonisch contact opnemen met [minderjarige] . Zodra [minderjarige] thuis is, zullen de ouders haar naar de huisarts brengen om te kijken wat zij nodig heeft. De ouders zijn bezorgd dat als [minderjarige] niet naar huis toe mag, zij zichzelf wat aan zal doen. De ouders maken zich wel zorgen over de veiligheid van [minderjarige] op de groep. Subsidiair hebben de ouders aangegeven dat als [minderjarige] niet naar huis toe mag, de ouders achter een plaatsing bij de tante vaderszijde kunnen staan. [minderjarige] heeft een goede band met de tante vaderszijde en de ouders weten dat [minderjarige] veilig is bij de tante vaderszijde. Volgens de vader zou [minderjarige] ook bij de grootouders vaderszijde kunnen verblijven. De ouders willen niet dat [minderjarige] langer bij [instelling] blijft. [minderjarige] doet daar dingen die zij thuis niet mag en de ouders maken zich zorgen om haar veiligheid daar. Ook heeft [minderjarige] zichzelf gesneden op de groep en de ouders vinden het belangrijk dat zij hiervoor hulp krijgt. De tante is beter in staat om [minderjarige] de benodigde structuur en controle te bieden. 4.2. Desgevraagd onderschrijft de gecertificeerde instelling de zorgen en het verzoek van de Raad. De gecertificeerde instelling acht het van belang dat er eerst meer zicht komt op de thuissituatie voordat [minderjarige] naar huis gaat. De gecertificeerde instelling heeft geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen over welke verblijfplek voor [minderjarige] het meest passend wordt geacht. 4.3. Desgevraagd heeft de tante vaderszijde aangegeven dat zij zich zorgen maakt om [minderjarige] en over wat zij zal doen als zij niet naar huis toe mag. [minderjarige] is welkom bij de tante vaderszijde als zij niet naar huis toe mag en de tante vaderszijde zal volledig achter haar staan. Sinds [minderjarige] niet meer thuis verblijft heeft de tante vaderszijde dagelijks contact gehad.