Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-07-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:23053
Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/708343 KG ZA 26-752 Vonnis in kort geding van 30 juli 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] B.V. te [vestigingsplaats] , 2. EURO WERK AANNEEMBEDRIJF B.V. te Den Haag, 3. [eiser 2] te [woonplaats 1] , 4. [eiser 3] te [woonplaats 1] , 5. [eiser 4] te [woonplaats 1] , 6. [eiser 5] te [woonplaats 1] , 7. [eiser 6] te [woonplaats 1] , 8. [eiser 7] te [woonplaats 1] , 9. Zij die verblijven in de onroerende zaak/zaken staande en gelegen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] , eisers, advocaat: mr. R.M. van der Zwan, tegen: [gedaagde] te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat: mr. K.S.L. van Vliet. Eiseressen sub 1 en sub 2 worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser 1] ’ en ‘Euro Werk’. Eisers worden tezamen aangeduid als ‘ [eisers] c.s.’. Eisers sub 2 tot en met sub 9 worden aangeduid als ‘Euro Werk c.s.’. Gedaagde wordt aangeduid als ‘ [gedaagde] ’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 juli 2026 met producties 1 tot en met 8; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3; - de op 23 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eisers] c.s. een pleitnotitie is overgelegd. 1.2. Op 23 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt toegelicht. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] is de eigenaar van de woningen aan het adres [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] (hierna: het pand). 2.2. [gedaagde] verhuurt het pand sinds 1 september 2021. De huurovereenkomst van eind augustus 2021 vermeldt als huurder: “ Bedrijfsnaam : Euro Start Uitzendbureau KvK-nummer : [nummer] Vertegenwoordigd door: Naam : De heer [naam 1] ” 2.3. Verder bepaalt de huurovereenkomst: “Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de gestoffeerde woningen (…) om uitsluitend te worden gebruikt als woningen voor zijn medewerkers, bij het sluiten van deze overeenkomst, bestaande uit maximaal 02 (twee) personen per woning.” 2.4. Op de huurovereenkomst zijn de ‘Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’ van toepassing verklaard, waarin voor zover relevant het volgende is opgenomen: “ 16. Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs betreft: - vindt de jaarlijkse huurprijswijziging plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer (…) - geldt de gewijzigde huurprijs ook indien van de wijziging aan huurder geen afzonderlijke mededeling wordt gedaan.” 2.5. Ten tijde van de totstandkoming van de huurovereenkomst stond in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer [nummer] ingeschreven Euro Start Uitzendbureau B.V. Dit was de statutaire naam van de betreffende vennootschap van 6 februari 2004 tot 3 januari 2022. Vanaf 22 oktober 2010 tot 1 januari 2022 was de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) de enige bestuurder van deze vennootschap. Vanaf 3 januari 2022 tot 7 april 2025 was de statutaire naam Venlo Group B.V. (hierna: Venlo Group). Op 7 april 2025 is Venlo Group ontbonden. 2.6. Op 15 februari 2023 heeft de heer [naam 2] (namens [naam 1] ) Holland Building Vastgoed Beheer B.V. (de beheerder van het pand, hierna: de beheerder), voor zover relevant, als volgt bericht. “Zoals besproken bevestig ik je hierbij ons voorstel. [naam 1] neemt GLW per 01-03-2023 over op zijn naam. Jij geeft mij de meterstanden op en wij regelen de papieren. De huur wordt dit jaar niet verhoogd, dus pas eerst op 01-07-2024. De huur per 01-03-2023 wordt verlaagd met het voorschot GLW. ad. 550,- Graag verneem ik of jullie hiermee instemmen. Daarnaast zou ik graag van jou nog een brief krijgen waarin jij de heer [naam 1] , en zijn bedrijf [eiser 1] BV toestemming geeft deze woningen onder te verhuren.” 2.7. Op 28 februari 2023 heeft de beheerder, voor zover relevant, als volgt gereageerd. “Wat betreft het verhuren van de appartementen verwijzen wij naar artikel alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv binnen een daartoe door de voorzieningenrechter te stellen termijn. In de onderhavige procedure ziet de voorzieningenrechter daartoe echter geen aanleiding, omdat de door Euro Werk c.s. (en [eiser 1] ) aangevoerde standpunten niet slagen en de vorderingen hoe dan ook worden afgewezen. Het laten oproepen van Euro Werk c.s. door [eiser 1] zou voor onnodige vertraging van de procedure zorgen, zonder dat de uitkomst daarvan verandert. Spoedeisend belang 4.3. [gedaagde] is op grond van het vonnis onder meer gerechtigd om de ontruiming van het pand te effectueren. De ontruiming van het pand is reeds aangezegd tegen 23 juli 2026. Euro Werk c.s. verzetten zich tegen de executie van het vonnis. De aard van de vordering brengt met zich dat Euro Werk c.s. hierbij een spoedeisend belang hebben. Juridisch kader 4.4. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Euro Werk c.s. hebben hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. In deze situatie is het uitgangspunt dat [gedaagde] het vonnis direct ten uitvoer kan leggen. Afwijking van dat uitgangspunt kan aan de orde zijn als het vonnis een kennelijke misslag bevat of als sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan en afwijking van het vonnis kunnen rechtvaardigen. Een afwijking kan ook aan de orde zijn op grond van een belangenafweging, die in dit kort geding kan worden gemaakt omdat de beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet expliciet is gemotiveerd. In dat kader moet onderzocht worden of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van Euro Werk c.s. bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hen gestarte hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van het vonnis en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen en blijft de kans van slagen van het gestarte hoger beroep buiten beschouwing. Geen nieuwe feiten en omstandigheden 4.5. Euro Werk c.s. hebben niet gesteld dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan en afwijking van het vonnis kunnen rechtvaardigen. Dit biedt dus geen grond voor schorsing van de executie van het vonnis. Geen kennelijke misslag 4.6. Euro Werk c.s. meent dat sprake is van een kennelijke misslag omdat [gedaagde] volgens hen in strijd met de op [gedaagde] rustende waarheids- en informatieplicht heeft gehandeld. Als gevolg daarvan moet de voorzieningenrechter volgens Euro Werk c.s. de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen. [gedaagde] heeft er terecht op gewezen dat een schending van artikel 21 Rv geen kennelijke misslag oplevert, maar dat laat onverlet dat een schending van artikel 21 Rv als een (zwaarwegende) omstandigheid bij de belangenafweging kan worden betrokken en tot schorsing van de executie van het vonnis kan leiden. De voorzieningenrechter bespreekt dit hierna, onder de belangenafweging. Van een kennelijke misslag is echter niet gebleken. Belangenafweging 4.7. Euro Werk c.s. voeren aan dat [gedaagde] ervan op de hoogte was dat Venlo Group is ontbonden en dat [gedaagde] stilzwijgend heeft ingestemd met Euro Werk of een andere aan [naam 1] gelieerde vennootschap als huurder. Door dit in de procedure bij de kantonrechter te betwisten, heeft [gedaagde] volgens Euro Werk c.s. in strijd met artikel 21 Rv gehandeld. Dat [gedaagde] wel op de hoogte was van de ontbinding van Venlo Group en dat [gedaagde] stilzwijgend met een nieuwe huurder heeft ingestemd, volgt volgens Euro Werk c.s. uit de volgende drie omstandigheden. 4.8. Ten eerste heeft de beheerder de gemeente op 8 maart 2024 per e-mail gemeld dat het pand is verhuurd aan Euro Werk. Daarbij heeft de beheerder volgens Euro Werk een huurovereenkomst tussen [eiser 1] (als verhuurder) en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] (a