Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-06-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:20699
Rechtbank DEN HAAG Meervoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 25-2070 en FA RK 25-8124 Zaaknummers: C/09/682144 en C/09/693695 Datum beschikking: 23 juni 2026 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 14 maart 2025 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.E. Ernens te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.J.M.H. Orgel te Enschede. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift met bijlagen 1 t/m 3; het bericht van 27 maart 2025, met bijlage, van de man; het aanvullend verzoekschrift van 31 juli 2025, met bijlagen 4 t/m 36, van de man; het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van 25 september 2025, met bijlagen 1 t/m 20, van de vrouw; de brief van 25 september 2025, met als bijlage een usb stick, van de vrouw; het verweer tegen de zelfstandige verzoeken van 23 oktober 2025, met bijlagen 37 t/m 54, van de man; het bericht van 31 oktober 2025 van de vrouw; het bericht van 3 november 2025 van de man; het bericht van 30 april 2026 van de man; de brief van 1 mei 2026 inhoudende gewijzigde verzoeken, met bijlagen 21 t/m 30, van de vrouw; de brief van 1 mei 2026 inhoudende gewijzigde verzoeken, met bijlagen 55 t/m 83, van de man; de brief van 6 mei 2026 inhoudende een gewijzigd verzoek, met bijlage 31, van de vrouw; het bericht van 7 mei 2026 met geluidsfragment van de vrouw. Op 12 mei 2026 is de zaak op de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man bijgestaan door zijn advocaat en mr. M.E.R. van Herpen, de vrouw bijgestaan door haar advocaat en een tolk. Door de advocaat van de man en door de advocaat van de vrouw zijn tijdens de zitting pleitnotities overgelegd en voorgedragen. Feiten Partijen zijn gehuwd op [datum] 2018 te [plaats] . Voorafgaand aan het huwelijk zijn partijen huwelijkse voorwaarden aangegaan, kort samengevat inhoudende uitsluiting van elke gemeenschap van goederen met een finaal verrekenbeding. Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. In de Basisregistratie Personen (Brp) staat vermeld dat de man en [de minderjarige] de Nederlandse nationaliteit hebben en dat de vrouw Burger van de Bondsrepubliek Duitsland is. Deze rechtbank heeft op 3 april 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat: o de man de ene week en de vrouw de andere week bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres 1] , zijnde de week waarin de man respectievelijk de vrouw de zorg heeft voor [de minderjarige] , waarbij wordt gewisseld op vrijdag na schooltijd en beveelt mitsdien dat de man respectievelijk de vrouw die week de woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; o [de minderjarige] voorlopig de ene week bij de man zal verblijven en de andere week bij de vrouw, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op vrijdagmiddag na schooltijd en waarbij gedurende de week twee keer een (beeld)belmoment plaatsvindt met de ouder waar [de minderjarige] op dat moment niet verblijft; o een voorlopige verdeling van de vakanties en feestdagen tot en met de voorjaarsvakantie 2026 is bepaald; o de man aan de vrouw, met ingang van 17 maart 2025, een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 381,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Verzoek en verweer De man verzoekt – na wijziging – voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad de echtscheiding uit te spreken en: [de minderjarige] te bepalen dat [de minderjarige] zal worden ingeschreven in de BRP op het adres van de woning waar de man verblijft; een zorgregeling alsook een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen en aldus te bepalen dat: o de ma Indien vrijdag een vrije schooldag betreft, dan is het wisselmoment donderdagmiddag uit school of de buitenschoolse opvang; o gedurende de week twee keer een (beeld)belmoment plaatsvindt met de ouder waar [de minderjarige] op dat moment niet verblijft, rekening houdend met de naschoolse activiteiten van [de minderjarige] ; o de vakantieregeling te bepalen conform het voorstel van de man, alsook dat voor de overige studie- feest- en verjaardagen de reguliere zorgregeling zal gelden, dan wel een zorg- en vakantieregeling vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat de vrouw niet is toegestaan [de minderjarige] buiten haar zorgtijd te bezoeken, tenzij partijen dit (schriftelijk) anders overeenkomen op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de vrouw in verzuim is, met een maximum van€ 5.000,-, althans een dwangsom te bepalen die de rechtbank in goede justitie acht; aan de man vervangende toestemming te verlenen voor: o de aanvraag van een Nederlands paspoort voor [de minderjarige] ; o een medisch onderzoek naar Maligne Hyperthermie; o de inschrijving bij de [kickboksschool] ; o de inschrijving bij [voetbalclub] ; te bepalen dat de bijdrage van de man dan wel de vrouw in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] nihil is, met ingang van de datum van afgifte van de in deze te wijzen beschikking, dan wel een bijdrage te bepalen die de rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 2.060,35 ten aanzien van de door de man betaalde verblijfsoverstijgende kosten; Echtelijke woning te bepalen dat de man een vergoedingsrecht heeft jegens de vrouw ter hoogte van € 24.673,51, welk bedrag bij levering van de echtelijke woning via de notaris aan de man moet worden voldaan, voor zover de vrouw voorafgaand aan de levering van de woning nog niet is overgegaan tot (volledige) betaling, dan wel via de notaris verrekend zal worden met hetgeen de man in het kader van de toedeling van de woning aan de vrouw verschuldigd is, waarbij de vrouw met ingang van afgifte van de beschikking wettelijke rente is verschuldigd, althans een vergoedingsrecht vast te stellen zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat de man de resterende schuld per 14 maart 2025 bij mevrouw [naam] zal voldoen als eigen schuld ten gevolge waarvan de vrouw aan de man dient te voldoen 50% van de op 14 maart 2025 resterende schuld, welk bedrag bij levering van de echtelijke woning via de notaris aan de man moet worden voldaan, dan wel via de notaris verrekend zal worden met hetgeen de man in het kader van de toedeling van de woning aan de vrouw verschuldigd is, voor zover de vrouw voorafgaand aan de levering van de woning nog niet is overgegaan tot (volledige) betaling; de verdeling van de echtelijke woning te bepalen alsook de wijze waarop, inhoudende dat de voormalig echtelijke woning gelegen aan de [adres 1] aan de man wordt toegedeeld op de volgende wijze: o te bepalen dat de waarde van de woning wordt bepaald door een makelaar bindend vastgestelde waarde, waarbij de man drie makelaars zal voorstellen waaruit de vrouw er één dient aan te wijzen en partijen gezamenlijk - uiterlijk binnen 7 dagen na afgifte van de door de rechtbank te wijzen echtscheidingsbeschikking - de makelaar de opdracht moeten hebben gegeven voor de gevalideerde taxatie, na aftrek van de op de woning rustende hypothecaire geldlening; o te bepalen dat de woning wordt toegedeeld onder de ontbindende voorwaarde dat BLG Wonen bereid is om de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan voor de hypothecaire geldlening waarmee de woning is bezwaard, onder gehoudenheid van de vrouw hieraan haar volledige medewerking te verlenen; o te bepalen dat de toedeling plaatsvindt onder de verplichting om de aan deze woning verbonden hypothecaire geldlening voor zijn rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen en direct bij de toedeling de helft van de overwa o Overlijdenstestament van de vader van de man, inclusief specificatie vermogen; o De auto van het merk Volkswagen, type Golf, met kenteken [kenteken] ; op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de vrouw in verzuim is, met een maximum van € 5.000-, althans een dwangsom te bepalen die de rechtbank in goede justitie acht; te bepalen dat de man een vergoedingsrecht heeft ter zake de schenkingen ter hoogte van € 15.750,-, welk bedrag bij levering van de echtelijke woning via de notaris aan de man moet worden voldaan, voor zover de vrouw voorafgaand aan de levering van de woning nog niet is overgegaan tot (volledige) betaling, dan wel via de notaris verrekend zal worden met hetgeen de man in het kader van de toedeling van de woning aan de vrouw verschuldigd is, waarbij de vrouw met ingang van afgifte van de beschikking wettelijke rente is verschuldigd, althans een vergoedingsrecht vast te stellen zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht; voor recht te verklaren dat de PC (inclusief bijbehorende beeldschermen) en de televisie van het merk Philips eigendom van de man zijn; te bepalen dat de inboedel bij helfte zal worden verdeeld en dat partijen uiterlijk zeven dagen voorafgaand aan de levering van de woning de goederen om-en-om verdelen, indien nodig in aanwezigheid van een onafhankelijke derde, waarbij zij door het kop/muntsysteem bepalen wie als eerste mag kiezen; te bepalen en vast te stellen dat op grond van het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden de vrouw een verrekeningsvordering heeft op de man ter hoogte van € 6.842,69, dan wel de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vast te stellen en een verrekenvordering te bepalen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht; Overige vorderingen te bepalen dat de vrouw een bedrag van € 4.220,99 aan de man dient te voldoen vanwege het niet-voldoen van haar betalingsverplichtingen: o de gebruikerslasten vanaf datum uitspraak van de rechtbank in voorlopige voorziening tot en met april 2026 van € 2.032,38; o de zorgverzekeringskosten van de vrouw vanaf 14 maart tot en met december 2025, die de man heeft voorgeschoten van € 2.188,61; voorwaardelijk, indien en voor zover het te verrekenen vermogen aan de zijde van de vrouw niet wordt verhoogd met de onttrekkingen van de en/of rekening, te bepalen dat de vrouw een bedrag van € 500,- aan de man dient te voldoen in het kader van de geldopnames vanaf de en/of-rekening van partijen op 28 mei 2025 en 6 juni 2025. De vrouw voert verweer tegen de verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken. Bovendien verzoekt de vrouw na wijziging zelfstandig om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de echtscheiding tussen partijen uit te spreken; Hooikoorts Primair aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen - die de toestemming van de man vervangt - om [de minderjarige] te onderzoeken op hooikoorts bij de huisarts; Subsidiair de man te veroordelen om toestemming te geven aan de huisarts binnen tien dagen na de te wijzen beschikking op straffe van een dwangsom van € 150,- per dag of dagdeel dat de man daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 15.000,- althans een dwangsom te bepalen die de rechtbank in goede justitie acht; Zorgverzekering Primair te bepalen dat de man [de minderjarige] per direct uitschrijft uit zijn zorgverzekeringspolis, zodat [de minderjarige] via de zorgverzekering van de vrouw mee kan zijn verzekerd tegen de zorgkosten; Subsidiair te bepalen dat de man aan de vrouw schriftelijk het polisnummer, de polis zelf en de naam van de zorgverzekeringsmaatschappij verstrekt waarop [de minderjarige] bij hem is meeverzekerd, met vermelding van de ingangsdatum en het polisnummer; Primair en subsidiair te bepalen dat de man de kosten dient te dragen van de operatie van [de minderjarige] omtrent zijn voorhuid; Toestemmingsformulieren Primair aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen - die de toestemming van de man vervangt - om onbeperkt met [de minde Het jaar 2029 [de minderjarige] bij de man verblijft en de vrouw [de minderjarige] van 16.00 uur tot en met 19.00 uur mag zien en het vervolgens jaarlijks wordt gewisseld, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorg- en contactregeling; Alimentatie te bepalen dat de man en de vrouw beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de verblijf overstijgende kosten die zijn ontstaan voor [de minderjarige] gedurende de periode van de birdnestregeling; te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] met een bedrag van € 825,- netto per maand, telkens bij vooruitbetaling voor de eerste van iedere maand aan de vrouw te voldoen met ingang van de datum indiening verzoekschrift; te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van onderhoud van de vrouw met een bedrag van € 279,- per maand, telkens bij vooruitbetaling voor de eerste van iedere maand aan de vrouw te voldoen met ingang van de datum indiening verzoekschrift; Huwelijkse voorwaarden voor recht te verklaren dat de huwelijkse voorwaarden van partijen zo dienen te worden uitgelegd dat het finaal verrekenbeding betrekking heeft op de algehele gemeenschap van goederen vóór 2018; Woning de wijze van verdeling van de woning aan de [adres 1] als volgt te gelasten: o partijen geven binnen 14 dagen, nadat de makelaar bekend is, opdracht om de woning te taxeren tegen de actuele waarde waarbij beide partijen aanwezig zullen zijn bij de taxatie door de taxateur. Indien slechts één van de partijen binnen deze termijn een opdracht aan de makelaar heeft verstrekt, dan is deze na het verstrijken van de termijn bevoegd om als vertegenwoordiger van de andere partij de opdracht aan de makelaar te verstrekken; o ieder van partijen draagt de helft van de kosten van de taxatie; o de man krijgt gedurende drie maanden na de nieuwe taxatie de gelegenheid om de vrouw schriftelijk en met bewijstukken onderbouwd te berichten of hij in staat is om de woning over te nemen tegen de nieuwe taxatiewaarde, waarbij hij de op de woning rustende hypothecaire geldleningen geheel voor zijn rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van deze hypothecaire geldleningen; o partijen dienen eraan mee te werken dat de levering van de woning aan de man plaatsvindt binnen één maand nadat de man de vrouw schriftelijk heeft bericht dat hij de woning kan overnemen onder de hiervoor genoemde voorwaarden; o de kosten van het notariële transport van de woning komen in dit geval voor de rekening van de man; o indien de man de vrouw binnen drie maanden na het taxatierapport bericht dat hij niet in staat is de woning over te nemen, dan wel niet binnen de genoemde termijn van drie maanden schriftelijk per mail aan de advocaat van de vrouw dat hij in staat is de woning onder voormelde voorwaarden over te nemen, dan wel indien ondanks laatstgenoemd bericht het transport van de woning - buiten de schuld van de vrouw - niet uiterlijk een maand na dat bericht heeft plaatsgevonden, zal de woning door partijen te koop worden aangeboden door de makelaar die de taxatie heeft verricht; o partijen dienen binnen een week nadat de hiervoor bedoelde omstandigheid zich voordoet een opdracht tot verkoop aan de makelaar verbonden aan een kantoor gevestigd te [plaats] te geven; o indien partijen niet binnen twee weken na de opdrachtverlenging erin slagen gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, dan zal de makelaar een bindende marktconforme vraagprijs bepalen; o partijen zijn gehouden de aanwijzingen van de makelaar op te volgen; o de man en de vrouw dienen een sleutel aan de makelaar ter beschikking te stellen voor het maken van foto's en het kunnen houden van bezichtigingen; o de man en de vrouw dienen de woning op orde te houden en aanwijzingen van de makelaar terzake op te volgen; o partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene(n) die de hoogste prijs biedt, indie In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar de verkoopprijs bindend kunnen bepalen; o wanneer de verkoopprijs is vastgesteld zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering aan (een) derde(n); o de hypothecaire geldlening zal bij gelegenheid van de eigendomsoverdracht worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning, waarna de resterende netto-verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen zal worden verdeeld; o de verkoopkosten (kosten van de makelaar, notaris en overige kosten ter zake van verkoop en levering) zullen door partijen gezamenlijk gedragen worden, ieder voor de helft; o de koper van de woning mag geen vriend of familie zijn van de man om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de waarde van de woning en de afwikkeling daarvan; te bepalen dat de vrouw uitsluitend gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning (inclusief het perceel), staande en gelegen te [adres 1] met inbegrip van de inboedel en het bevel dat de man de woning verder niet mag betreden (behoudens met toestemming van de vrouw) tot aan het moment dat de man de woning geleverd krijgt indien hij de woning kan overnemen dan wel tot het moment dat de woning wordt verkocht en geleverd aan een derde; Overig te bepalen dat de man binnen vijf dagen na de te wijzen beschikking dient mee te werken aan het op naam zetten van de auto op naam van de vrouw op straffe van een dwangsom van € 150,- per dag of dagdeel dat de man hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 15.000,-; te bepalen dat de man binnen zeven dagen na het wijzen van de beschikking de navolgende zaken dient af te geven aan de vrouw: o computer en stoel (DX racer blauw); o naaimachine; o schwibbogen; o fiets; o werktuigkoffer; o Duitse boeken, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat de man hiermee in gebreke is met een maximum van € 25.000,-, althans een dwangsom te bepalen die de rechtbank in goede justitie acht; primair voor recht te verklaren dat de PC en de televisie van het merk Philips op grond van artikel 3 van de huwelijkse voorwaarden eigendom zijn voor de helft van de man en de vrouw en subsidiair voor recht te verklaren dat de PC en de televisie van het merk Philips op grond van artikel 3 van de huwelijkse voorwaarden eigendom zijn voor de helft van de man en de vrouw; de man te veroordelen om alle informatie te verstrekken aan de vrouw omtrent de beleggingen die door de man zijn gedaan per peildatum binnen vijf dagen na de beschikking op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat de man hiermee in gebreke blijft tot een maximum van € 50.000,- althans een dwangsom te bepalen die de rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat op grond van het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden de man dan wel de vrouw een verrekenvordering heeft op de vrouw dan wel de man ter hoogte van een nader te concretiseren bedrag dan wel de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vast te stellen en een verrekenvordering te bepalen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht; voor recht te verklaren dat de schuld die man is aangegaan van € 10.000,- op 20 februari 2025 buiten het te verrekenen vermogen valt en de man 100% draagplichtig is; te bepalen dat de inboedel bij helfte zal worden verdeeld en dat partijen uiterlijk tien dagen voordat de vrouw in een nieuwe woning zal intrekken de goederen om-en-om verdelen in aanwezigheid met een onafhankelijke derde, waarbij zij door het kop/muntsysteem bepalen wie als eerste mag kiezen waarbij de eerste één goed mag kiezen en de volgende twee goederen en die daarna weer twee goederen; de man te veroordelen om alle kopieën te verwijderen van de geboortevideo en de geboortefoto’s van [de minderjarige] en de vrouw binnen vijf dagen na de te wijzen beschikking op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel dat de man hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 100 Daarom zal de rechtbank een zorgregeling vastleggen waarbij [de minderjarige] van maandag uit school tot woensdag naar school bij de man is en van woensdag uit school tot vrijdag naar school bij de vrouw. De weekenden zullen om en om worden verdeeld. Deze zorgregeling zal na de zomervakantie ingaan, dus per maandag 31 augustus 2026 (week 36). Die week geldt als week 1 van de zorgregeling. Hierbij verloopt het wisselmoment steeds via school. Indien [de minderjarige] niet naar school gaat op de wisseldag, dan zal het wisselmoment om 12.00 uur plaatsvinden. De rechtbank ziet geen aanleiding om te bepalen dat het de vrouw op straffe van een dwangsom niet is toegestaan [de minderjarige] buiten haar zorgtijd te bezoeken. De zorgregeling geeft een duidelijke verdeling wanneer [de minderjarige] bij de man is en wanneer [de minderjarige] bij de vrouw is. Het is niet de bedoeling om [de minderjarige] op te zoeken in de tijd van de andere ouder. Dat is verwarrend voor [de minderjarige] . De vrouw heeft ter zitting aangegeven zich hiervan bewust te zijn. De rechtbank gaat ervanuit dat de vrouw daarom [de minderjarige] niet zal opzoeken in de tijd dat [de minderjarige] volgens de vastgestelde zorgregeling bij de man is. Het betreffende verzoek van de man (III) wordt daarom afgewezen. Belmoment De rechtbank zal bepalen dat er gedurende het weekend één keer een (beeld)belmoment plaatsvindt met de ouder waar [de minderjarige] op dat moment niet verblijft. Gelet op de zorgregeling zal dit in de ene week een belmoment zijn met de man op zaterdag om 19.00 uur en in de andere week een belmoment met de vrouw op zondag om 19.00 uur. De rechtbank gaat ervan uit dat in geval van verhindering van [de minderjarige] de ouders in zijn belang flexibel zullen zijn en een ander belmoment zullen afspreken. Hoofdverblijfplaats en inschrijving Brp De rechtbank ziet geen aanleiding om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij een van de ouders te bepalen, omdat de ouders uitvoering geven aan een co-ouderschapsregeling waarbij [de minderjarige] ongeveer evenveel tijd bij zijn vader als bij zijn moeder doorbrengt. Geen van de beide ouders heeft een doorslaggevend argument genoemd waarom de hoofdverblijfplaats bij hem of haar zou moeten worden bepaald. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de vrouw (IX) af. De rechtbank overweegt ten aanzien van de inschrijving in de Brp het volgende. [de minderjarige] staat nu ingeschreven op het adres van de echtelijke woning. De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] om dit zo te laten. Uit de hierna te nemen beslissingen over (het uitsluitend gebruik van) de echtelijke woning volgt dat de vrouw van 1 september 2026 tot 1 december 2026 in de echtelijke woning zal verblijven en dat de man daarna zal terugkeren in de echtelijke woning en daar zal blijven wonen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de inschrijving van [de minderjarige] in de Brp daarna te wijzigen, zodat zijn adres bij bijvoorbeeld school, overheidsinstellingen en huisarts ongewijzigd kan blijven. Dat betekent dat [de minderjarige] ingeschreven zal blijven staan op het adres van de echtelijke woning. De rechtbank gaat ervanuit dat de ouder die in de echtelijke woning verblijft/woont de post voor [de minderjarige] ook deelt met de andere ouder. Gelet op voorgaande wijst de rechtbank het verzoek van de vrouw om inschrijving bij haar (X) als het verzoek van de man om inschrijving bij hem (I) af. [de minderjarige] blijft ingeschreven op het adres van de echtelijke woning bij de ouder die aldaar woont. Vakanties en feestdagen De man en de vrouw hebben allebei standpunten ingenomen over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Omdat het de ouders niet lukt om volledige overeenstemming te bereiken, zal de rechtbank een beslissing nemen over de verdeling van de vakanties en feestdagen. De verdeling die de rechtbank het meest in het belang van [de minderjarige] vindt, is opgenomen in het dictum van deze beschikking. Hierbij zal de rechtbank Aanvraag Nederlands paspoort De man heeft op de zitting zijn verzoek ingetrokken, omdat de vrouw instemt met de aanvraag van een Nederlands paspoort voor [de minderjarige] . De ouders hebben afgesproken dat zij allebei fysiek aanwezig zullen zijn bij de aanvraag van het paspoort. Gelet op het voorgaande hoeft de rechtbank op dit punt geen beslissing meer te nemen. Medisch onderzoek maligne hyperthermie De vrouw heeft eerder in de procedure een verzoek gedaan voor vervangende toestemming om onderzoek te laten verrichten of [de minderjarige] een allergie heeft voor een bepaald narcosemiddel (maligne hyperthermie). De vrouw heeft dat verzoek ingetrokken omdat het volgens haar niet meer nodig is, maar zij weigert om informatie hierover met de man te delen. De man verzoekt nu om hem vervangende toestemming te geven voor een medisch onderzoek naar maligne hyperthermie. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang is van [de minderjarige] dat er objectief – en ook kenbaar voor de man – wordt vastgesteld of hij allergisch is voor een bepaald narcosemiddel. De vrouw heeft weliswaar gesteld dat er geen belang meer is bij dit onderzoek doch zij wil de informatie waarop zij dit baseert niet delen met de man. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de man toewijzen. Mocht toch op grond van objectieve informatie, die ook voor de man kenbaar is, blijken dat dit medische onderzoek niet meer nodig is, dan gaat de rechtbank ervanuit dat het medische onderzoek niet zal plaatsvinden. Kickboksen De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, omdat gebleken is dat [de minderjarige] al ingeschreven staat bij de kickboksschool en daar lessen volgt. Er is daarom geen belang bij toewijzing van dit verzoek. Voetbal De rechtbank zal de man vervangende toestemming verlenen om [de minderjarige] in te schrijven bij [voetbalclub] . De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] dat hij kan gaan voetballen, inclusief wedstrijden op zaterdagen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw ervoor zorgt dat [de minderjarige] ook naar de voetbal(wedstrijden) gaat op de momenten dat hij bij de vrouw is. Doorverwijzing hulpverlening De ouders krijgen op dit moment allebei ondersteuning vanuit Tom in de Buurt. De rechtbank heeft op de zitting met de ouders gesproken over het inschakelen van verdere hulpverlening, ook voor [de minderjarige] . De ouders hebben de bereidheid uitgesproken voor deelname aan een traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap en om [de minderjarige] deel te laten nemen aan een training voor kinderen van gescheiden ouders. De rechtbank zal de ouders en [de minderjarige] daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 13 mei 2026 per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio. De rechtbank verwijst de ouders bij eindbeschikking naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient. Kinderalimentatie en bijdragen voor [de minderjarige] Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat [de minderjarige] – de onderhoudsgerechtigde – in Nederland woont, komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Op het verzoek zal de rechtbank, op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen. Inhoudelijke beoordeling Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen als uitgangsp Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 4.929,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening. De rechtbank zal geen rekening houden met de door de man gestelde aflossing van € 717,- per maand op de door hem aangegane lening. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man – gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw – niet aangetoond waarom het nodig was om een lening aan te gaan bij [bedrijfsnaam] B.V., een holding van zijn moeder. Voor zover de man heeft aangevoerd dat hier (onder meer) advocaatkosten van zijn voldaan, overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat de man daarvoor de lening heeft afgesloten, maar zelfs als dat zo zou zijn, geldt dat advocaatkosten in het algemeen geen schuld is die voorrang heeft op de onderhoudsverplichting van de man. Voor de berekening van de draagkracht gebruikt de rechtbank de volgende formule: 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,-)]. De draagkracht van de man bedraagt dan € 1.460,- per maand. Draagkrachtvergelijking De draagkracht bedraagt gezamenlijk € 1.485,- per maand (€ 25 + € 1.460). Dit is voldoende om in de behoefte van [de minderjarige] te voorzien. De rechtbank heeft daarom een draagkrachtvergelijking gemaakt. Van de totale behoefte van [de minderjarige] komt een gedeelte van € 964,- voor rekening van de man en een gedeelte van € 16,- voor rekening van de vrouw. Zorgkorting Gelet op de zorgregeling is sprake van een zorgkortingspercentage van 35%. De zorgkorting bedraagt € 343,- per maand (35% van € 980,-). De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel van de man. De door de man te betalen bijdrage bedraagt dan € 621,- per maand (€ 964 -/- € 343). Ingangsdatum De rechtbank vindt het redelijk om de datum van deze beschikking als ingangsdatum voor de kinderalimentatie vast te stellen. Conclusie De rechtbank zal beslissen dat de man vanaf de datum van de beschikking een kinderalimentatie voor [de minderjarige] aan de vrouw moet betalen van € 621,- per maand. Wat meer of anders is verzocht zal de rechtbank afwijzen. Vorderingen verblijfsoverstijgende kosten In de voorlopige voorzieningenprocedure is vastgesteld dat de man een voorlopige kinderalimentatie van € 381,- per maand aan de vrouw zal betalen. In de berekening die daaraan ten grondslag ligt, is de rechtbank ervan uitgegaan dat de vrouw het kindgebonden budget inclusief alleenstaande ouderkop zou ontvangen. Conform de voorlopige voorzieningen zou de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] betalen. Beide partijen leggen nu in de bodemprocedure een verzoek aan de rechtbank voor omdat een en ander anders is gelopen dan in de voorlopige voorzieningenprocedure als uitgangspunt is genomen. De man heeft sinds mei 2025 de voorlopige kinderalimentatie niet betaald, omdat hij – in plaats van de vrouw – kosten voor de kinderopvang en het kickboksen heeft betaald. Hij heeft dat deels verrekend met de voorlopige kinderalimentatie. De man vordert echter nog een bedrag van € 2.060,35 van de vrouw in verband met deze door hem betaalde verblijfsoverstijgende kosten (VI). De vrouw stelt dat zij vanwege de birdnestingsregeling geen kindgebonden budget met eenouderkop kan ontvangen. Daarom vindt zij dat de verblijfsoverstijgende kosten in de afgelopen periode niet enkel voor haar rekening dienen te komen. De vrouw voert verweer tegen de vordering van de man en verzoekt te bepalen dat de man en de vrouw beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de verblijfsoverstijgende kosten die zijn ontstaan voor [de minderjarige] gedurende de periode van de birdnestingsregeling (XIV). De rechtbank zal zowel verzoek VI van de man als verzoek XIV van de vrouw afwijzen. Omdat de vrouw het afgelopen jaar niet het kindgebonden budget met alleenstaande ouderkop heeft ontvangen, terwijl in de voorlopige voorzieningenprocedure wel op basis van dat u Gelet op het voorgaande heeft de man voldoende draagkracht om de verzochte bijdrage van € 279,- bruto per maand aan de vrouw te betalen. Uit de inkomensvergelijking volgt dat bij betaling van deze partneralimentatie de man niet in een nadeliger financiële positie komt dan de vrouw. Ingangsdatum Op grond van artikel 1:157 BW kan de partneralimentatie niet eerder ingaan dan op de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. De rechtbank zal daarom met ingang van deze datum de partneralimentatie vaststellen. Voor de eerder verzochte ingangsdatum bestaat geen rechtsgrond. Dit deel van het verzoek zal daarom worden afgewezen. Conclusie De rechtbank zal beslissen dat de man vanaf de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een partneralimentatie aan de vrouw moet betalen van € 279,- bruto per maand. Wat meer of anders is verzocht zal de rechtbank afwijzen. Aanhechten berekeningen De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling eenvoudige gemeenschappen Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft zij ook rechtsmacht met betrekking tot het verzoek over de afwikkeling van het huwelijksvermogen. Partijen hebben in artikel 13 van de huwelijkse voorwaarden een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht. Inhoudelijke beoordeling In de huwelijkse voorwaarde is in de preambule het volgende opgenomen: ‘ De verschenen personen verklaarden: dat zij wetenschap hebben van het feit dat op één januari 2018 het nieuwe huwelijksvermogensrecht, zijnde de beperkte gemeenschap van goederen is ingevoerd; dat zij willen afwijken van deze wettelijke regeling door de navolgende huwelijksvoorwaarden; (…) ’ Partijen zijn in artikel 1 van de huwelijkse voorwaarden overeengekomen dat zij elke gemeenschap van goederen uitsluiten. In artikel 11 is een finaal verrekenbeding opgenomen, inhoudende dat wordt ‘ afgerekend alsof de echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd ’. In de verrekening worden volgens artikel 11 lid 7 niet betrokken: goederen die ten huwelijk zijn aangebracht, zoals beschreven op de aan deze akte gehechte lijst van aanbrengsten; aan partijen behorende aandelen dan wel activa en passiva behorende tot de onderneming(en) van partijen; goederen die krachtens erfrecht of schenking zijn verkregen alsmede op die verkrijgingen drukkende schulden en de wegens die verkrijgingen geheven belastingen; al hetgeen krachtens zaaksvervanging voor bovengenoemde goederen in de plaats is getreden; de opbrengst van goederen die van de verrekening zijn uitgesloten. Uitleg finaal verrekenbeding Partijen verschillen van mening over hoe het finaal verrekenbeding ‘alsof de echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd’ moet worden uitgelegd. Die uitleg dient te geschieden aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Hierbij gaat het met name om de vraag of (de opbrengst van) het appartement van de man onder het te verrekenen vermogen valt of op grond van artikel 11 lid 7 van de huwelijkse voorwaarden is uitgezonderd van de verrekening. De rechtbank zal eerst op dit geschilpunt ingaan, omdat dit onder meer relevant is voor een door de man gesteld vergoedingsrecht. De vrouw stelt dat partijen bij het maken van de huwelijkse voorwaarden gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om af te wijken van het geldende wettelijke basisstelsel van de beperkte gemeenschap van goederen. Partijen zijn overeengekomen dat zij zullen afrekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. Volgens de vrouw is hiermee afgesproken dat het finaal verrekenbeding betrekking heeft op de algehele gemeenschap van goederen van vóór 2018. Dit hebben partijen ook zo bedoeld. Het idee was namelijk dat de man een eigen onderneming zou beginnen en dat eventuele Maar dit enkele gegeven leidt niet tot de conclusie dat partijen beoogden het appartement van de man ook buiten de verrekening te houden. Als partijen de waarde van het appartement van de man hadden willen uitsluiten van het tussen hen te verrekenen vermogen, had het in de lijn der verwachting gelegen dat zij dit expliciet hadden opgenomen bij de andere uitzonderingen in artikel 11 lid 7. Dat hebben partijen niet gedaan. De rechtbank ziet ook geen aanknopingspunten voor de stelling van de man dat het de bedoeling van partijen was om bij echtscheiding te zullen afrekenen alsof er sprake was van een (beperkte) gemeenschap van goederen zoals deze geldt sinds 1 januari 2018. In de considerans van de huwelijkse voorwaarden is te lezen dat partijen er wetenschap van hebben dat op één januari tweeduizend achttien het nieuwe huwelijksvermogensrecht, zijnde de beperkte gemeenschap van goederen, is ingevoerd en dat zij van deze wettelijke regeling willen afwijken. In artikel 11 van de huwelijkse voorwaarden is vervolgens expliciet opgenomen dat partijen zullen afrekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. Als het de bedoeling van partijen was om enkel het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen te verrekenen, dan zou het logisch zijn als zij hadden opgenomen dat de verrekening zou plaatsvinden ‘alsof in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd’ of dat expliciet naar het recht van na 1 januari 2018 zou zijn verwezen. De rechtbank volgt hiermee dus het standpunt van de vrouw. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank conform het verzoek van de vrouw (XVII) voor recht verklaren dat de huwelijkse voorwaarden van partijen zo dienen te worden uitgelegd dat het finaal verrekenbeding betrekking heeft op de algehele gemeenschap van goederen zoals dit vóór 2018 uit de wet voortvloeide. Peildatum te verrekenen vermogen Tussen partijen is niet in geschil dat zij – in afwijking van artikel 11 lid 4 van de huwelijkse voorwaarden – de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding (14 maart 2025) zullen hanteren voor de beschrijving van de vermogens van de echtgenoten en de waardering van de daartoe behorende bezittingen en schulden. Omvang te verrekenen vermogen De man en de vrouw hebben in deze procedure de volgende vermogensbestanddelen en schulden aangevoerd die (eventueel) bij de verrekening moeten worden betrokken. Aan de zijde van de man: Volkswagen Golf (kenteken [kenteken] ); PC met beeldschermen; TV Philips; Canon EOS80D spiegelreflexcamera; fiets; saldi bank- en spaarrekeningen: a. ABN AMRO betaalrekening ( [betaalrekening 1] ); b. ABN AMRO spaarrekening ( [spaarrekening 1] ); c. De Giro; d. Rabobank betaalrekening ( [betaalrekening 2] ); e. Rabobank spaarrekening ( [spaarrekening 2] ); 7. lening bij [bedrijfsnaam] B.V. Aan de zijde van de vrouw: 8. saldi bank- en spaarrekening: a. ING betaalrekening ( [betaalrekening 3] ); b. ING spaarrekening ( [spaarrekening 3] ). Volkswagen Golf Tussen partijen is niet in geschil dat de Volkswagen Golf is gekocht voor € 13.245,- en dat in het kader van de verrekening moet worden uitgegaan van een waarde van (volgens de ANWB Koerslijst) € 8.700,-. Zij verschillen wel van mening of de Volkswagen Golf onder het te verrekenen vermogen valt en zo ja, voor welk deel van de waarde. De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft na de gemotiveerde betwisting door de vrouw niet aangetoond dat hij een schenking van € 5.000,- heeft gebruikt voor de aanschaf van deze auto. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dat standpunt en de berekening van de man. De rechtbank gaat er wel vanuit dat de inruilwaarde van de Kia Picanto van de vrouw is aangewend bij de aanschaf van de Volkswagen Golf. Er is echter geen sprake van zaaksvervanging aangezien partijen het erover eens zijn dat er bij de inruil sprake is geweest van een behoorlijke bijbetaling. Daarom gaat de rechtbank voorbij aan het primaire standpunt van de vrouw dat de Volkswagen Golf buiten de verrekening moet blijven. De inruilwaard De man heeft immers onweersproken gesteld dat hij de aandelen die hij had (bij De Giro) op 16 december 2024 – dus vóór de peildatum – heeft verkocht en dat hij dit al inzichtelijk heeft gemaakt voor de vrouw. Lening bij [bedrijfsnaam] B.V. De rechtbank is uit de overgelegde stukken gebleken dat de man op 20 februari 2025 een overeenkomst van geldlening is aangegaan met [bedrijfsnaam] B.V voor € 10.000,-. Uit artikel 1.2 van de overeenkomst blijkt dat het geleende bedrag uiterlijk op 31 maart 2025 ter beschikking zou worden gesteld. De rechtbank is niet gebleken dat de man het geleende bedrag van € 10.000,- op de peildatum – 14 maart 2025 – al daadwerkelijk had ontvangen. De rechtbank zal daarom geen rekening houden met deze schuld en het verzoek van de man daaromtrent (VIII) afwijzen. De rechtbank ziet echter evenmin aanleiding om voor recht te verklaren dat deze schuld buiten te verrekening valt, omdat uit deze overweging van de rechtbank al volgt dat de schuld niet bij het te verrekenen vermogen wordt betrokken. Het verzoek van de vrouw op dit punt (XXV) wordt daarom afgewezen. De betaalrekening van de vrouw Tussen partijen is niet in geschil dat het saldo van € 515,08 bij het te verrekenen vermogen moeten worden betrokken. De spaarrekening van de vrouw Tussen partijen is niet in geschil dat het saldo op de spaarrekening van de vrouw buiten de verrekening moet blijven, omdat dit een schenking van de ouders van de vrouw betreft. Conclusie De rechtbank houdt aan de zijde van de man rekening met de volgende bedragen: TV Philips € 750,- Canon EOS80D spiegelreflexcamera € 300,- [betaalrekening 1] € 383,48 [betaalrekening 2] € 6.979,74 De Giro € 24,97 [spaarrekening 1] € 11.150,88 [spaarrekening 2] € 8.830,35 Totaal € 28.419,42 De rechtbank houdt aan de zijde van de vrouw rekening met de volgende bedragen: Volkswagen Golf € 8.043,- [betaalrekening 3] € 515,08 Totaal € 8.558,08 De rechtbank merkt hierbij op dat zij, zonder duiding van enige wettelijke grondslag, geen aanleiding ziet om het te verrekenen vermogen van de vrouw te verhogen met € 1.000,- of te bepalen dat de vrouw € 500,- aan de man moet voldoen in verband met geldopnames vanaf de gezamenlijke bankrekening. Beide partijen hebben immers nog betalingen gedaan van de gezamenlijke bankrekening ten behoeve van (onder andere) [de minderjarige] en (onderhoud aan) een auto. Dat betekent dat verzoek XVIII van de man wordt afgewezen. Gelet op het voorgaande heeft de vrouw op grond van het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden een verrekening vordering op de man ter hoogte van € 9.930,67. De rechtbank zal in het dictum opnemen dat de man dit bedrag aan de vrouw moet betalen. Wat meer of anders is verzocht wordt afgewezen. Afgifte persoonlijke spullen Tussen partijen is niet in geschil dat de volgende spullen van de man zijn: ergonomische stoel RH Logic 400 XL; goudkleurig mechanisch horloge; lederen laptoptas; oranje gietijzeren koekenpan; oranje gietijzeren wok; paspoort; administratie; eigendomspapieren VW Polo; 2 harde schijven uit de PC inclusief kabels; jassen, overhemden, pakken, zomerkleding, sokken, etc.; overlijdenstestament van de vader van de man, inclusief specificatie vermogen. Verder is tussen partijen niet in geschil dat de volgende spullen – genoemd op de staat van aanbrengsten – van de vrouw zijn: computer en stoel (DX racer blauw) schwibbogen; fiets werktuigkoffer Duitse boeken. Partijen verschillen van mening over wie welke spullen in bezit heeft en beide partijen verzoeken afgifte van hun spullen door de ander. Ten aanzien van de hiervoor genoemde spullen merkt de rechtbank op dat partijen over en weer stellen dat de ander die zou hebben meegenomen dan wel in zijn of haar bezit zou hebben, en dat dit over en weer ook weer wordt betwist. De rechtbank kan gelet op de uiteenlopende stellingen van partijen niet vaststellen waar de spullen zijn en of de ene partij nog spullen dan de andere partij in bezit heeft. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de ma De schenkingen zijn gedaan aan de man en door hem ontvangen op zijn bankrekening [betaalrekening 1] . Volgens artikel 11 lid 7 van de huwelijkse voorwaarden worden schenkingen niet in de verrekening betrokken. Dit blijft dus privévermogen van de man. De man heeft dat privévermogen aangewend voor aflossing van de hypothecaire geldlening en de lening die partijen gezamenlijk zijn aangegaan bij de moeder van de man. Dit betekent dat de man een vergoedingsrecht heeft op de vrouw van € 15.750,-. Dit is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De rechtbank gaat ook voorbij aan het verweer van de vrouw dat de vordering van de man moet worden weggestreept tegen de schuld van de vrouw, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag is. De rechtbank zal gelet op het voorgaande vaststellen dat partijen bij de verdeling van de echtelijke woning rekening moeten houden met het vergoedingsrecht van de man jegens de vrouw van € 15.750,-. Het verzoek van de man op dit punt (XII) wordt – ook ten aanzien van de wettelijke rente nu de vrouw daartegen geen verweer heeft gevoerd – toegewezen. Wijze van verdeling Partijen zijn het erover eens dat de echtelijke woning aan de man moet worden toegedeeld. De rechtbank zal voor de wijze van verdeling een spoorboekje opnemen in het dictum van de beschikking. Hierin zal de rechtbank opnemen dat de vrouw drie onafhankelijke makelaar-taxateurs gevestigd te Alphen aan den Rijn zal voorstellen, waaruit de man er vervolgens één kiest. Deze makelaar zal – zoals tijdens de zitting besproken – een bindend advies geven over de waarde van de woning. Partijen hebben afgesproken dat zij allebei niet aanwezig zullen zijn bij de taxatie, maar dat zij wel vooraf schriftelijk informatie en aandachtspunten ten aanzien van de woning aan de makelaar mogen verstrekken, zodat daarmee bij de taxatie rekening kan worden gehouden. De rechtbank zal in het spoorboekje opnemen dat de man binnen drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking aan de vrouw moet aantonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening bij BLG Wonen. De rechtbank begrijpt dat partijen voor de koop van de echtelijke woning ook een lening zijn aangegaan bij [naam] , de moeder van de man. De rechtbank ziet in hetgeen de vrouw heeft aangevoerd – wat bovendien door de man is betwist – geen aanleiding om deze lening buiten beschouwing te laten bij de verdeling van de echtelijke woning. De man zal bij overname van de echtelijke woning deze schuld voor zijn rekening nemen en is in de onderlinge verhouding met de vrouw dan geheel draagplichtig voor deze schuld. De hoogte van de schuld op het moment van de overdracht wordt meegenomen bij de berekening van de uiteindelijke overwaarde van de echtelijke woning. Indien de man niet in staat blijkt om binnen de gestelde termijn aan de voorwaarden te voldoen, moet de woning worden verkocht aan een derde, eveneens op de wijze en onder de voorwaarden die hierna in het dictum zijn vermeld. Het verzoek van de vrouw om, in geval van verkoop aan een derde, te bepalen dat deze derde geen familie of vriend van de man mag zijn zal, als niet betwist, worden toegewezen. Voortgezet gebruik, eigenaarslasten en gebruikerslasten Op dit moment maken partijen vanwege de birdnesting regeling om en om gedurende een week gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] en partijen dat deze constructie na de komende zomervakantie stopt, omdat het voor veel spanning zorgt. Omdat beide partijen verzoeken om het voortgezet gebruik van de woning met uitsluiting van de ander, heeft de rechtbank een belangenafweging gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw op dit moment meer belang heeft bij het voortgezet gebruik van de woning. De man heeft familie en vrienden in Nederland waar hij tijdelijk kan verblijven en hij heeft meer financi Dat betekent dat de rechtbank geen beslissing meer hoeft te nemen. Beslissing De rechtbank: * spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2018 te [plaats] ; * bepaalt dat vanaf 31 augustus 2026 de volgende zorgregeling zal gelden: - Week 1 – [de minderjarige] is van maandag uit school tot woensdag naar school bij de man en van woensdag uit school tot maandag naar school bij de vrouw, waarbij een (beeld)belmoment plaatsvindt met de man op zaterdag om 19.00 uur; - Week 2 – [de minderjarige] is van maandag uit school tot woensdag naar school bij de man, van woensdag uit school tot vrijdag naar school bij de vrouw en van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man, waarbij een (beeld)belmoment plaatsvindt met de vrouw op zondag om 19.00 uur; enzovoort; * bepaalt de verdeling van de vakanties en feestdagen – in afwijking van de reguliere zorgregeling – als volgt: Meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw, in de oneven jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man; Zomervakantie: in de even jaren week 1, 2 en 5 bij de man en week 3, 4 en 6 bij de vrouw, in de oneven jaren week 1, 2 en 5 bij de vrouw en week 3, 4 en 6 bij de man; Herfstvakantie: in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw; Kerstvakantie: in de even jaren de eerste week inclusief Kerst bij de vrouw en de tweede week inclusief oud & nieuw bij de man, in de oneven jaren de eerste week inclusief Kerst bij de man en de tweede week inclusief oud & nieuw bij de vrouw; Voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw; Vaderdag: bij de man van 10.00 uur tot 19.00 uur; Moederdag: bij de vrouw van 10.00 uur tot 19.00 uur; Verjaardag [de minderjarige] : in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw; hierbij geldt het volgende: - vakanties beginnen op vrijdag uit school en eindigen op maandag naar school; - als een vakantie – wegens schoolvrije dagen – eerder begint dan op vrijdag uit school, gaat [de minderjarige] eerder naar de ouder met wie hij (als eerste) de vakantie doorbrengt; - wanneer de laatste dag van de vakantie op een andere dag dan de zondag valt dan blijft [de minderjarige] die dag bij de ouder bij wie hij tijdens (het laatste deel van) de vakantie verbleef; - dat voor vakanties van meerdere weken het wisselmoment tussen de vakantieweken plaatsvindt op zaterdagen om 19.00 uur; * bepaalt dat de man onmiddellijk aan de vrouw schriftelijk het polisnummer, de polis zelf en de naam van de zorgverzekeringsmaatschappij verstrekt waarop [de minderjarige] bij de man is meeverzekerd, met vermelding van de ingangsdatum en het polisnummer; * bepaalt dat – indien een operatie als aangegeven in deze beschikking voor [de minderjarige] medisch noodzakelijk is en (deels) niet wordt vergoed – de ouders ieder de helft van de niet vergoede kosten moeten betalen; * verleent de vrouw vervangende toestemming – die de toestemming van de man vervangt – om binnen de tijd dat [de minderjarige] in het kader van de zorgregeling bij de vrouw is onbeperkt voor familiebezoek naar Duitsland te reizen voor maximaal vier aaneengesloten dagen; * verleent de man vervangende toestemming – die de toestemming van de vrouw vervangt –: voor een medisch onderzoek naar eventuele maligne hyperthermie bij [de minderjarige] ; om [de minderjarige] in te schrijven bij [voetbalclub] ; * stelt vast dat de ouders, te weten: [de man] , en [de vrouw] , bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, Training voor kinderen van gescheiden ouders, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dage