Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-05
ECLI:NL:RBDHA:2026:1965
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
753 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:1965 text/xml public 2026-02-05T16:22:36 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-05 NL25.54010 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1965 text/html public 2026-02-05T16:21:57 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:1965 Rechtbank Den Haag , 05-02-2026 / NL25.54010 Pkv verzoek RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.54010 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. P.J. Schüller), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. 1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. 3. De rechtbank stelt vast dat de minister na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen. 4. De minister heeft laten weten de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467,- te willen vergoeden. Conclusie en gevolgen 5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. Omdat verzoeker is vrijgesteld van het griffierecht, hoeft de minister dat niet te vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.