Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:1956
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,045 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:1956 text/xml public 2026-02-13T14:34:37 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-30 NL25.58148 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1956 text/html public 2026-02-13T14:33:47 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:1956 Rechtbank Den Haag , 30-01-2026 / NL25.58148 Asielaanvraag; Nigeria; Beroep ongegrond; Verweerder mocht de seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen van eiseres ongeloofwaardig vinden; Verweerder mocht vinden dat eiseres niet in aanmerking komt voor een reguliere vergunning op grond van artikel 8 van het EVRM; Verweerder mocht vinden dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade omdat zij een alleenstaande vrouw is. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.58148 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. M.S. Yap), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.E. Herlaar). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. 1.1. Eiseres heeft op 3 juli 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 30 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Asielrelaas 2. Eiseres heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1996. Eiseres heeft verklaard dat zij biseksueel is en aanvankelijk naar Nederland is gekomen om haar stiefvader te bezoeken. Toen zij hoorde dat biseksuelen bescherming kunnen krijgen in Nederland, heeft zij een asielaanvraag ingediend. Bij terugkeer vreest eiseres voor de mensen uit haar gemeenschap, omdat zij de politie kunnen vertellen over haar geaardheid. Eiseres vreest dat zij dan naar de gevangenis moet. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres (het eerste asielmotief); De seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen van eiseres (het tweede asielmotief). 3.1. Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig. Verweerder vindt het tweede asielmotief niet geloofwaardig, omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en hier geen goede verklaring voor heeft. Verweerder vindt verder dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst vindt eiseres dat ontoereikend is gemotiveerd dat het tweede asielmotief ongeloofwaardig is. Eiseres heeft met haar verklaringen inzicht gegeven in het proces van acceptatie, de uiting van haar gevoelens en haar relaties. Daarnaast is eiseres niet bezig met het verzamelen van kennis over de LHBTI-situatie in Nederland, omdat zij de zorg heeft voor haar minderjarige kind. Tot slot doet eiseres een beroep op het rapport van EUAA inzake Nigeria van november 2025. Eiseres meent dat zij, gelet op dit rapport, een reëel risico loopt op ernstige schade. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder het tweede asielmotief ongeloofwaardig vinden? 6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd dat het tweede asielmotief ongeloofwaardig is. Hierbij is het volgende van belang. 6.1. Verweerder heeft allereerst kunnen tegenwerpen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo mocht verweerder betrekken dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij erachter kwam dat zij ook op vrouwen valt en welke gevoelens zij daarbij had. De verklaringen van eiseres hierover heeft verweerder kunnen bestempelen als oppervlakkig en algemeen. Verweerder mocht ook betrekken dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe het voor haar was om in Canada te kunnen zijn wie zij wilde zijn en daarna terug te moeten keren naar Nigeria, een land waar haar geaardheid niet geaccepteerd wordt. De enkele verklaring dat eiseres in Canada een leuke tijd had en niemand raar naar haar keek en het moeilijk en anders was om na drie jaar in Nigeria terug te zijn , heeft verweerder onvoldoende kunnen vinden. Voorts heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiseres summier en oppervlakkig heeft verklaard over haar relaties met [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Zo heeft de hoormedewerker meerdere malen naar haar gevoelens voor de vrouwen gevraagd, maar blijven haar antwoorden oppervlakkig. De beroepsgrond van eiseres dat zij, gelet op haar referentiekader, wel inzicht heeft gegeven in haar persoonlijke ervaringen en/of gevoelens, volgt de rechtbank niet. Dat eiseres het lastig vindt om over haar gevoelens te praten, betekent namelijk niet dat zij in het geheel geen inzichtelijke verklaringen af zou kunnen leggen. Tot slot heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiseres weinig kennis heeft van de situatie voor LHBTI’s in Nederland, terwijl dit wel van haar verwacht had mogen worden. Ze heeft namelijk ook verklaard dat zij in Nederland is gebleven juist omdat zij had gehoord dat LHBTI’s hier geaccepteerd worden. In dit licht valt niet in te zien dat eiseres vervolgens weinig kan vertellen over de positie van de LHBTI-gemeenschap in de Nederlandse samenleving. Dat eiseres de zorg heeft voor haar minderjarige kind en daarom niet bezig zou zijn met het verzamelen van kennis hierover, doet aan voorgaande niet af. Alleen al op basis van het voorgaande mocht verweerder dit asielmotief ongeloofwaardig vinden, zodat de andere tegenwerpingen geen bespreking behoeven. Mocht verweerder vinden dat eiseres niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM? 7. In de beroepsgronden heeft eiseres aangevoerd dat verweerder in onderhavige asielprocedure ambtshalve aan het Chavez-Vilchez arrest had moeten toetsen, omdat eiseres een minderjarige dochter heeft met de Nederlandse nationaliteit. Ter zitting heeft zij deze beroepsgrond laten vallen, nu verweerder de toezegging heeft gedaan dat eiseres de betaalde leges voor de ingediende separate Chavez-aanvraag terugbetaald krijgt. 8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM vanwege haar Nederlandse dochter. Verweerder heeft ter zitting verduidelijkt dat er wel familieleven wordt aangenomen tussen eiseres en haar dochter, maar dat het belang van eiseres om dit familieleven in Nederland uit te oefenen niet opweegt tegen het algemeen belang van de Nederlandse samenleving om een restrictief toelatingsbeleid te voeren. De rechtbank kan verweerder hierin volgen. Hierbij heeft verweerder in het nadeel van eiseres kunnen meewegen dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Nigeria uit te oefenen, nu haar dochter nog jong is en vanwege de afkomst van haar moeder ook banden heeft met dit land. Verweerder heeft ook in het nadeel van eiseres kunnen meewegen dat niet is onderbouwd dat haar dochter familieleven uitoefent met haar vader in Nederland. Aan de omstandigheden dat de moeder van eiseres is overleden en haar stiefvader in Nederland woont, heeft verweerder ook geen doorslaggevende betekenis hoeven toekennen.