Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:1842
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,177 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:1842 text/xml public 2026-02-13T11:53:07 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-04 NL:TZ:0000049389:B001 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1842 text/html public 2026-02-13T11:52:50 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:1842 Rechtbank Den Haag , 04-02-2026 / NL:TZ:0000049389:B001 Beschermingsbewind. Ten aanzien van machtigingsverzoeken om toekenning van een beloning wegens verhuizing zijn recentelijk drie uitspraken van verschillende gerechtshoven gepubliceerd: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5177; Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 augustus 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2330; Gerechtshof Den Haag, 8 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2086. Deze uitspraken liggen niet op één lijn. Rechtbank Limburg is – gezien de huidige onduidelijke stand van zaken - van plan om in één zaak prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Omdat die procedure enige tijd in beslag zal gaan nemen, heeft de kantonrechter besloten om de beslissing van Gerechtshof Den Haag vooralsnog te volgen totdat er duidelijkheid is van de Hoge Raad. Dit betekent dat het huidige verzoek zal worden toegewezen, maar dat dit niet betekent dat gelijksoortige verzoeken in de toekomst eveneens zullen worden toegewezen. RECHTBANK DEN HAAG Toezicht Locatie 's-Gravenhage toezichtnummer : NL:TZ:0000049389:B001 CBM-nummer : BM16050 beschikkingsnummer : 001 datum : 4 februari 2026 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker] , handelend onder de naam [bedrijf] , [adres 1] , Kamer van Koophandel-nummer [nummer] , hierna te noemen: verzoeker, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 1967, wonende te [adres 2] , hierna te noemen: betrokkene. Procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 19 november 2025, - de nadere informatie, ontvangen op 11 december 2025, De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling. Beoordeling Verzoeker vraagt om een beloning toe te kennen voor een verhuizing conform artikel 3 lid 5 sub b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Verzoeker licht het verzoek als volgt toe: “Verzoek toekenning beloning ivm verhuizing. Geen Mentor. Zie uitspraak Rechtspraak Gerechtshof Den Haag zaaknr 200.350.939/01 NL:TZ:0000288533,BM28661. Hierin word aangegeven dat wanneer er geen mentor aanwezig is de kosten voor verhuizing aan de bewindvoerder dient uit betaald te worden, ” De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek toewijzen. De kantonrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van machtigingsverzoeken om toekenning van een beloning wegens verhuizing zijn recentelijk drie uitspraken van verschillende gerechtshoven gepubliceerd: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5177; Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 augustus 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2330; Gerechtshof Den Haag, 8 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2086. Deze uitspraken liggen niet op één lijn. Rechtbank Limburg is – gezien de huidige onduidelijke stand van zaken - van plan om in één zaak prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Omdat die procedure enige tijd in beslag zal gaan nemen, heeft de kantonrechter besloten om de beslissing van Gerechtshof Den Haag vooralsnog te volgen totdat er duidelijkheid is van de Hoge Raad. Dit betekent dat het huidige verzoek zal worden toegewezen, maar dat dit niet betekent dat gelijksoortige verzoeken in de toekomst eveneens zullen worden toegewezen. Beslissing De kantonrechter - wijst het verzoek toe. Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, in samenwerking met de griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026. Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:1842 text/xml public 2026-02-13T11:53:07 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-04 NL:TZ:0000049389:B001 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1842 text/html public 2026-02-13T11:52:50 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:1842 Rechtbank Den Haag , 04-02-2026 / NL:TZ:0000049389:B001 Beschermingsbewind. Ten aanzien van machtigingsverzoeken om toekenning van een beloning wegens verhuizing zijn recentelijk drie uitspraken van verschillende gerechtshoven gepubliceerd: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5177; Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 augustus 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2330; Gerechtshof Den Haag, 8 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2086. Deze uitspraken liggen niet op één lijn. Rechtbank Limburg is – gezien de huidige onduidelijke stand van zaken - van plan om in één zaak prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Omdat die procedure enige tijd in beslag zal gaan nemen, heeft de kantonrechter besloten om de beslissing van Gerechtshof Den Haag vooralsnog te volgen totdat er duidelijkheid is van de Hoge Raad. Dit betekent dat het huidige verzoek zal worden toegewezen, maar dat dit niet betekent dat gelijksoortige verzoeken in de toekomst eveneens zullen worden toegewezen. RECHTBANK DEN HAAG Toezicht Locatie 's-Gravenhage toezichtnummer : NL:TZ:0000049389:B001 CBM-nummer : BM16050 beschikkingsnummer : 001 datum : 4 februari 2026 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker] , handelend onder de naam [bedrijf] , [adres 1] ,Kamer van Koophandel-nummer [nummer] , hierna te noemen: verzoeker, met betrekking tot: [betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 1967,wonende te [adres 2] ,hierna te noemen: betrokkene. Procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 19 november 2025, - de nadere informatie, ontvangen op 11 december 2025, De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling. Beoordeling Verzoeker vraagt om een beloning toe te kennen voor een verhuizing conform artikel 3 lid 5 sub b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Verzoeker licht het verzoek als volgt toe: “Verzoek toekenning beloning ivm verhuizing. Geen Mentor. Zie uitspraak Rechtspraak Gerechtshof Den Haag zaaknr 200.350.939/01 NL:TZ:0000288533,BM28661. Hierin word aangegeven dat wanneer er geen mentor aanwezig is de kosten voor verhuizing aan de bewindvoerder dient uit betaald te worden, ” De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek toewijzen. De kantonrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van machtigingsverzoeken om toekenning van een beloning wegens verhuizing zijn recentelijk drie uitspraken van verschillende gerechtshoven gepubliceerd: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5177; Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 augustus 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2330; Gerechtshof Den Haag, 8 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2086. Deze uitspraken liggen niet op één lijn. Rechtbank Limburg is – gezien de huidige onduidelijke stand van zaken - van plan om in één zaak prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Omdat die procedure enige tijd in beslag zal gaan nemen, heeft de kantonrechter besloten om de beslissing van Gerechtshof Den Haag vooralsnog te volgen totdat er duidelijkheid is van de Hoge Raad. Dit betekent dat het huidige verzoek zal worden toegewezen, maar dat dit niet betekent dat gelijksoortige verzoeken in de toekomst eveneens zullen worden toegewezen. Beslissing De kantonrechter - wijst het verzoek toe. Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, in samenwerking met de griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026. Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.