Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-15
ECLI:NL:RBDHA:2026:12612
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak
1,685 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12612 text/xml public 2026-05-19T15:40:00 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-15 26.1631 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12612 text/html public 2026-05-19T15:39:42 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12612 Rechtbank Den Haag , 15-05-2026 / 26.1631 Art. 56 Vw, PV mondelinge uitspraak, schadevergoeding, rechtbank verklaart zich onbevoegd RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.1631 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. F.W. Verbaas), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg). Inleiding 1. Op 9 januari 2026 heeft de minister het verzoek van eiser afgewezen om de vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 56 van de Vw , opgelegd op 29 juli 2025, op te heffen. 1.1. Eiser heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift overgelegd. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 3. Het beroep van eiser richt zich tegen de e-mail van de minister van 9 januari 2026 waarin het verzoek van eiser om de vrijheidsbeperkende maatregel op te heffen is afgewezen. De rechtbank overweegt dat deze e-mail niet kan worden beschouwd als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb , omdat hieruit geen rechtsgevolg voortvloeit. De e-mail is wel aan te merken als een feitelijke handeling, waartegen op grond van artikel 72 Vw bezwaar kan worden gemaakt. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 december 2026 en de uitspraak op het hoger beroep van de Afdeling van 23 februari 2026 waarin de rechtbank respectievelijk de Afdeling zich onbevoegd hebben verklaard. Eiser had bezwaar moeten maken bij de minister tegen de afwijzing van zijn verzoek om opheffing van de artikel 56-maatregel. 4. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om tot een inhoudelijke beoordeling over te gaan en stuurt het beroepschrift door als bezwaarschrift naar de minister op grond van artikel 6:15 van de Awb. Conclusie en gevolgen 5. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en daarover een uitspraak te doen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank: verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep; zal het beroepschrift doorzenden naar de minister ter verdere afhandeling als bezwaarschrift. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. van der Meulen-Postma, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend. Vreemdelingenwet 2000. Algemene wet Bestuursrecht. ECLI:NL:RBDHA:2025:24794. Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State. ECLI:NL:RVS:2026:955.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12612 text/xml public 2026-05-19T15:40:00 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-15 26.1631 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12612 text/html public 2026-05-19T15:39:42 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12612 Rechtbank Den Haag , 15-05-2026 / 26.1631 Art. 56 Vw, PV mondelinge uitspraak, schadevergoeding, rechtbank verklaart zich onbevoegd RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.1631 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. F.W. Verbaas), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg). Inleiding 1. Op 9 januari 2026 heeft de minister het verzoek van eiser afgewezen om de vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 56 van de Vw , opgelegd op 29 juli 2025, op te heffen. 1.1. Eiser heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift overgelegd. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 3. Het beroep van eiser richt zich tegen de e-mail van de minister van 9 januari 2026 waarin het verzoek van eiser om de vrijheidsbeperkende maatregel op te heffen is afgewezen. De rechtbank overweegt dat deze e-mail niet kan worden beschouwd als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb , omdat hieruit geen rechtsgevolg voortvloeit. De e-mail is wel aan te merken als een feitelijke handeling, waartegen op grond van artikel 72 Vw bezwaar kan worden gemaakt. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 december 2026 en de uitspraak op het hoger beroep van de Afdeling van 23 februari 2026 waarin de rechtbank respectievelijk de Afdeling zich onbevoegd hebben verklaard. Eiser had bezwaar moeten maken bij de minister tegen de afwijzing van zijn verzoek om opheffing van de artikel 56-maatregel. 4. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om tot een inhoudelijke beoordeling over te gaan en stuurt het beroepschrift door als bezwaarschrift naar de minister op grond van artikel 6:15 van de Awb. Conclusie en gevolgen 5. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en daarover een uitspraak te doen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank: verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep; zal het beroepschrift doorzenden naar de minister ter verdere afhandeling als bezwaarschrift. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. van der Meulen-Postma, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend. Vreemdelingenwet 2000. Algemene wet Bestuursrecht. ECLI:NL:RBDHA:2025:24794. Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State. ECLI:NL:RVS:2026:955.