Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-22
ECLI:NL:RBDHA:2026:12327
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
28,435 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12327 text/xml public 2026-05-19T12:32:16 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-22 C/09/690364 / HA ZA 25-729 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12327 text/html public 2026-05-19T12:31:33 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12327 Rechtbank Den Haag , 22-04-2026 / C/09/690364 / HA ZA 25-729 Gebondenheid aan verzekeringsgeneeskundig deskundigenrapport naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Gezamenlijk deskundigenrapport kan niet dienen als uitgangspunt bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid verzekerde. Nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek nodig. RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaaknummer: C/09/690364 / HA ZA 25-729 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van [eiseres] te [woonplaats 1] , eiseres, hierna te noemen [eiseres] , advocaat: mr. A. Koert, tegen NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V. tevens handelende onder de naam MOVIR te Den Haag, gedaagde, hierna te noemen Movir, advocaat: mr. E.J. Wervelman. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: de dagvaarding van 15 augustus 2025, met producties 1 tot en met 19; de conclusie van antwoord van 19 november 2025, met producties 1 tot en met 9; het bericht van [eiseres] van 26 februari 2026, met producties 20 en 21. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Partijen en hun advocaten hebben hun standpunten toegelicht mede aan de hand van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat ter zitting is besproken. 2 De feiten 2.1. [eiseres] (geboren [geboortedatum] 1971) is HRM-specialist en directeur/eigenaar van het [bedrijf] , een bedrijf met vast personeel en freelancekrachten in dienst dat onder meer coaching en leiderschapstrajecten aanbiedt. [eiseres] werkte gemiddeld zestig uur per week in haar bedrijf, tot zij een Covid-infectie kreeg in juli 2021. Vanwege aanhoudende klachten doet zij sindsdien nog slechts lichte werkzaamheden in deeltijd (voor ongeveer achttien uur per week). 2.2. Met een meldingsformulier van 16 juli 2021 heeft [eiseres] zich arbeidsongeschikt gemeld bij Movir, bij wie zij in 2018 een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten (hierna: de verzekering). In het meldingsformulier is onder meer vermeld: “Door Covid uitgevallen. Niet kunnen concentreren, vermoeidheid, koorts etc. De gevolgen van covid hebben tevens neveneffect op mijn astma en colitis ulcerosa.” 2.3. Aanvankelijk keerde Movir een uitkering uit op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Deze werd afgebouwd naar een uitkering op basis van 60% arbeidsongeschiktheid per 9 november 2022 en de uitkering werd beëindigd per 1 april 2024. 2.4. In de toepasselijke polisvoorwaarden is onder meer vermeld: 1.2. Wat is arbeidsongeschiktheid bij deze verzekering? Als in deze voorwaarden arbeidsongeschiktheid staat, bedoelen wij daar het volgende mee: Er moet sprake zijn van ziekte, (…); en In directe relatie tot de ziekte, (…) een stoornis bestaan; en Deze stoornis is objectief medisch vast te stellen. Stoornissen waarvoor geen medische oorzaak is aangetoond of aannemelijk gemaakt, worden beschouwd als niet objectief medisch vast te stellen; en Deze stoornis beperkt u in uw functioneren; en Door deze beperking in het functioneren bent u voor ten minste 25% ongeschikt om uw werkzaamheden uit te voeren. (…). Wij stellen stoornissen vast aan de hand van rapporten van door ons aangewezen medische en andere deskundigen. Let op : Bij het vaststellen van het percentage van arbeidsongeschiktheid kijken wij naar de objectiveerbare beperkingen in functioneren in uw beroep. Het percentage wordt niet vastgesteld op basis van het verlies van inkomen. (…). 5.1. Verplichtingen Als u arbeidsongeschikt bent, dan moet u zich houden aan de regels die wij stellen. Wat moet u in ieder geval doen? (…). U bent verplicht mee te werken aan een onderzoek door een door ons aangewezen deskundige. (…). Wij betalen de kosten van het onderzoek. (…). 6.1. Recht op uitkering Als u arbeidsongeschikt bent, krijgt u van ons een uitkering. Er moet dan wel aan de polisvoorwaarden zijn voldaan. (…). (…). 6.6 Wat kunt u doen als u het niet eens bent met ons standpunt over de uitkering? Bent u het niet eens met ons standpunt over het percentage van uw arbeidsongeschiktheid? Dan kunt u een nieuw medisch en/of arbeidsdeskundig onderzoek aanvragen. Dit wordt ook wel herbeoordeling genoemd. (…). Stellen wij in overleg met u een nieuw medisch of arbeidsdeskundig onderzoek in? Dan spreken wij met u af wie het nieuwe onderzoek gaat doen. En welke vragen de deskundige in het nieuwe onderzoek moet beantwoorden. Wij betalen de kosten van dit nieuwe onderzoek volledig. De uitkomst van de herbeoordeling wordt door u en door ons geaccepteerd. (…). U hebt geen recht op een tweede herbeoordeling. (…).” 2.5. In een brief van de huisarts van [eiseres] aan Movir van 10 januari 2022 is onder meer vermeld: “(…) 19-07-2021 werd patiënte positief getest op covid 19. Nadien bleef zij kwakkelen: met een urineweginfectie op 6 augustus 2021, gevolgd door een pijnlijke linkmamma. (…) 20 oktober 2021 meldde zij zich op ons spreekuur in verband met toename van de hoest sinds covid. Hierop afgesproken de alvesco te verhogen en had patiënte reeds een consult met de longarts afgesproken. Daarna hebben wij met betrekking tot bovenstaande geen contact meer gehad met patiënte.” 2.6. Movir heeft Condite verzocht te onderzoeken of er een indicatie is om [eiseres] te begeleiden naar duurzame werkhervatting. Condite heeft een adviesrapport opgesteld (gedateerd 19 februari 2022) dat luidt als volgt, voor zover hier relevant: “(…). ANALYSE EN ADVIES [eiseres] is een 50-jarige vrouw die zich arbeidsongeschikt meldde na een COVID (…) infectie. Zij meldt op dit moment met name energetische en cognitieve beperkingen die haar belemmeren in een genormaliseerde (werk)week. De klachten en beperkingen die cliënte rapporteert zijn kenmerkend na het doormaken van corona infectie. Mentale moeheid en cognitieve beperkingen zullen elkaar daarbij versterken en daarmee in stand houden. Kwetsbaarheid Cliënte kreeg te maken met meerdere gezondheidsproblemen in de aanloopperiode naar de COVID-19 besmetting. Colitis ulcerosa, astma en overgangsperikelen zorgden voor een wisselend energieniveau en verminderde belastbaarheid. Deze periode kan gezien worden als kwetsbaarheid. Bekend is dat mensen met een dergelijk kwetsbare gezondheid vatbaarder zijn voor (rest)klachten na een infectieziekte. Inmiddels zijn zowel de colitis als astma zo goed als onder controle, al dan niet met medicatie en aangepaste leefstijl. Uitlokkend moment Vanuit deze kwetsbaarheid kan het virus worden gezien als uitlokkend moment, waarbij de zogenoemde ‘cytokinenstorm’ de cognitieve prestaties aantast en moeheid uitlokt. De cognitieve klachten die cliënte meldt komen overeen met de beneden gemiddelde scores op een aantal van de afgenomen testen (cijferreeksen, D2). Het werkgeheugen wordt in het werk van cliënte voortdurend aangesproken doordat zij met zowel collega’s als opdrachtgevers en coaches steeds in gesprek is over problematiek en oplossingen hierbij. Zonder dat de problemen herleid kunnen worden tot een neurologische aandoening, passen (neuropsychologische) functiestoornissen bij een status na COVID-19. Onderhoudende factoren De tijd lost dit probleem vaak niet op. Gedragsmatige factoren zijn inmiddels onderhoudend voor stagnatie in herstel en verdere re-integratie. Er is bewijs dat fysieke activering bijdraagt aan herstel. Advies is dan ook om de algehele conditie uit te breiden door middel van intensievere sportactiviteiten. Hier is mevrouw recentelijk al mee gestart en zal ook onderwerp blijven van geadviseerde begeleiding. Daarnaast kan/moet het activeren van het brein door middel van een Werkgeheugentraining ook een rol spelen bij opbouw van cognitieve belastbaarheid en terugdringen van vermoeidheid. Parallel hieraan wordt tijdcontingent opbouwen in het werk en privéactiviteiten geadviseerd.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12327 text/xml public 2026-05-19T12:32:16 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-22 C/09/690364 / HA ZA 25-729 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12327 text/html public 2026-05-19T12:31:33 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12327 Rechtbank Den Haag , 22-04-2026 / C/09/690364 / HA ZA 25-729 Gebondenheid aan verzekeringsgeneeskundig deskundigenrapport naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Gezamenlijk deskundigenrapport kan niet dienen als uitgangspunt bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid verzekerde. Nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek nodig. RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaaknummer: C/09/690364 / HA ZA 25-729 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van [eiseres] te [woonplaats 1] , eiseres, hierna te noemen [eiseres] , advocaat: mr. A. Koert, tegen NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V. tevens handelende onder de naam MOVIR te Den Haag, gedaagde, hierna te noemen Movir, advocaat: mr. E.J. Wervelman. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: de dagvaarding van 15 augustus 2025, met producties 1 tot en met 19; de conclusie van antwoord van 19 november 2025, met producties 1 tot en met 9; het bericht van [eiseres] van 26 februari 2026, met producties 20 en 21. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Partijen en hun advocaten hebben hun standpunten toegelicht mede aan de hand van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat ter zitting is besproken. 2 De feiten 2.1. [eiseres] (geboren [geboortedatum] 1971) is HRM-specialist en directeur/eigenaar van het [bedrijf] , een bedrijf met vast personeel en freelancekrachten in dienst dat onder meer coaching en leiderschapstrajecten aanbiedt. [eiseres] werkte gemiddeld zestig uur per week in haar bedrijf, tot zij een Covid-infectie kreeg in juli 2021. Vanwege aanhoudende klachten doet zij sindsdien nog slechts lichte werkzaamheden in deeltijd (voor ongeveer achttien uur per week). 2.2. Met een meldingsformulier van 16 juli 2021 heeft [eiseres] zich arbeidsongeschikt gemeld bij Movir, bij wie zij in 2018 een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten (hierna: de verzekering). In het meldingsformulier is onder meer vermeld: “Door Covid uitgevallen. Niet kunnen concentreren, vermoeidheid, koorts etc. De gevolgen van covid hebben tevens neveneffect op mijn astma en colitis ulcerosa.” 2.3. Aanvankelijk keerde Movir een uitkering uit op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Deze werd afgebouwd naar een uitkering op basis van 60% arbeidsongeschiktheid per 9 november 2022 en de uitkering werd beëindigd per 1 april 2024. 2.4. In de toepasselijke polisvoorwaarden is onder meer vermeld: 1.2. Wat is arbeidsongeschiktheid bij deze verzekering? Als in deze voorwaarden arbeidsongeschiktheid staat, bedoelen wij daar het volgende mee: Er moet sprake zijn van ziekte, (…); en In directe relatie tot de ziekte, (…) een stoornis bestaan; en Deze stoornis is objectief medisch vast te stellen. Stoornissen waarvoor geen medische oorzaak is aangetoond of aannemelijk gemaakt, worden beschouwd als niet objectief medisch vast te stellen; en Deze stoornis beperkt u in uw functioneren; en Door deze beperking in het functioneren bent u voor ten minste 25% ongeschikt om uw werkzaamheden uit te voeren. (…). Wij stellen stoornissen vast aan de hand van rapporten van door ons aangewezen medische en andere deskundigen. Let op : Bij het vaststellen van het percentage van arbeidsongeschiktheid kijken wij naar de objectiveerbare beperkingen in functioneren in uw beroep. Het percentage wordt niet vastgesteld op basis van het verlies van inkomen. (…). 5.1. Verplichtingen Als u arbeidsongeschikt bent, dan moet u zich houden aan de regels die wij stellen. Wat moet u in ieder geval doen? (…). U bent verplicht mee te werken aan een onderzoek door een door ons aangewezen deskundige. (…). Wij betalen de kosten van het onderzoek. (…). 6.1. Recht op uitkering Als u arbeidsongeschikt bent, krijgt u van ons een uitkering. Er moet dan wel aan de polisvoorwaarden zijn voldaan. (…). (…). 6.6 Wat kunt u doen als u het niet eens bent met ons standpunt over de uitkering? Bent u het niet eens met ons standpunt over het percentage van uw arbeidsongeschiktheid? Dan kunt u een nieuw medisch en/of arbeidsdeskundig onderzoek aanvragen. Dit wordt ook wel herbeoordeling genoemd. (…). Stellen wij in overleg met u een nieuw medisch of arbeidsdeskundig onderzoek in? Dan spreken wij met u af wie het nieuwe onderzoek gaat doen. En welke vragen de deskundige in het nieuwe onderzoek moet beantwoorden. Wij betalen de kosten van dit nieuwe onderzoek volledig. De uitkomst van de herbeoordeling wordt door u en door ons geaccepteerd. (…). U hebt geen recht op een tweede herbeoordeling. (…).” 2.5. In een brief van de huisarts van [eiseres] aan Movir van 10 januari 2022 is onder meer vermeld: “(…) 19-07-2021 werd patiënte positief getest op covid 19. Nadien bleef zij kwakkelen: met een urineweginfectie op 6 augustus 2021, gevolgd door een pijnlijke linkmamma. (…) 20 oktober 2021 meldde zij zich op ons spreekuur in verband met toename van de hoest sinds covid. Hierop afgesproken de alvesco te verhogen en had patiënte reeds een consult met de longarts afgesproken. Daarna hebben wij met betrekking tot bovenstaande geen contact meer gehad met patiënte.” 2.6. Movir heeft Condite verzocht te onderzoeken of er een indicatie is om [eiseres] te begeleiden naar duurzame werkhervatting. Condite heeft een adviesrapport opgesteld (gedateerd 19 februari 2022) dat luidt als volgt, voor zover hier relevant: “(…). ANALYSE EN ADVIES [eiseres] is een 50-jarige vrouw die zich arbeidsongeschikt meldde na een COVID (…) infectie. Zij meldt op dit moment met name energetische en cognitieve beperkingen die haar belemmeren in een genormaliseerde (werk)week. De klachten en beperkingen die cliënte rapporteert zijn kenmerkend na het doormaken van corona infectie. Mentale moeheid en cognitieve beperkingen zullen elkaar daarbij versterken en daarmee in stand houden. Kwetsbaarheid Cliënte kreeg te maken met meerdere gezondheidsproblemen in de aanloopperiode naar de COVID-19 besmetting. Colitis ulcerosa, astma en overgangsperikelen zorgden voor een wisselend energieniveau en verminderde belastbaarheid. Deze periode kan gezien worden als kwetsbaarheid. Bekend is dat mensen met een dergelijk kwetsbare gezondheid vatbaarder zijn voor (rest)klachten na een infectieziekte. Inmiddels zijn zowel de colitis als astma zo goed als onder controle, al dan niet met medicatie en aangepaste leefstijl. Uitlokkend moment Vanuit deze kwetsbaarheid kan het virus worden gezien als uitlokkend moment, waarbij de zogenoemde ‘cytokinenstorm’ de cognitieve prestaties aantast en moeheid uitlokt. De cognitieve klachten die cliënte meldt komen overeen met de beneden gemiddelde scores op een aantal van de afgenomen testen (cijferreeksen, D2). Het werkgeheugen wordt in het werk van cliënte voortdurend aangesproken doordat zij met zowel collega’s als opdrachtgevers en coaches steeds in gesprek is over problematiek en oplossingen hierbij. Zonder dat de problemen herleid kunnen worden tot een neurologische aandoening, passen (neuropsychologische) functiestoornissen bij een status na COVID-19. Onderhoudende factoren De tijd lost dit probleem vaak niet op. Gedragsmatige factoren zijn inmiddels onderhoudend voor stagnatie in herstel en verdere re-integratie. Er is bewijs dat fysieke activering bijdraagt aan herstel. Advies is dan ook om de algehele conditie uit te breiden door middel van intensievere sportactiviteiten. Hier is mevrouw recentelijk al mee gestart en zal ook onderwerp blijven van geadviseerde begeleiding. Daarnaast kan/moet het activeren van het brein door middel van een Werkgeheugentraining ook een rol spelen bij opbouw van cognitieve belastbaarheid en terugdringen van vermoeidheid. Parallel hieraan wordt tijdcontingent opbouwen in het werk en privéactiviteiten geadviseerd.
Volledig
Met de juiste strategieën is de verwachting dat cliënte volledig herstelt en weer in staat is haar volledige takenpakket van haar werk uit te voeren. Grenshantering en adequate hersteltijd, waarbij energie gevende activiteiten buiten het werk om benut worden, is hierbij belangrijk voor een duurzaam resultaat. CONCLUSIE [eiseres] is een 50-jarige vrouw die na een kwakkelende gezondheid vooraf, arbeidsongeschikt raakte na het doormaken van een infectieziekte. Advies is om zowel de fysieke als de cognitieve belastbaarheid te trainen door het benutten van sport en de Werkgeheugentraining. Het werk dient hiernaast tijdcontingent te worden opgebouwd, waarbij aandacht voor adequate hersteltijd en het hanteren van de juiste grenzen. VOORSTEL BEGELEIDING In overleg met opdrachtgever en cliënte is het volgende doel vastgesteld: [eiseres] hervat binnen vier maanden volledig de eigen werkzaamheden met daarbij voldoende energie voor privéactiviteiten. In de begeleiding richten we ons op de volgende onderdelen: Verbeteren cognitieve functies (concentratie en geheugen) door inzet van de werkgeheugentraining Gedoseerde tijdcontingente opbouw van werkzaamheden Optimaliseren werkstrategieën, grenshantering en planning met daarbij het (blijven) benutten van energiebronnen Benutten sport voor verbeteren fysieke en cognitieve conditie. (…).” 2.7. In een brief van de huisarts van [eiseres] aan Movir van 13 juni 2022 is onder meer vermeld: “(…) In uw brief vraagt u naar klachten in het kader van overbelasting. Zoals u reeds in mijn eerdere brief kan lezen heeft patiënte zich in januari 2020 op mijn spreekuur gemeld met darmklachten, gevolgd door astma gevolgd door long covid. Deze continue lichamelijke belasting met dyspnoe, pijn, achteruitgang van de cognitie heeft mijns inziens geleid tot de overbelasting van patiënte. Van eerdere behandelingen hiervoor bent u reeds van op de hoogte, evenals het traject dat zij op jullie advies heeft gevolgd bij de long covidklachten. Daarbij is zij nu onder behandeling van een psychosomatisch fysiotherapeut en zijn wij vandaag (13-06-2022) gestart met amitriptyline.” 2.8. In een brief van de huisarts van [eiseres] aan Movir van 8 juni 2023 is onder meer vermeld: “In het afgelopen jaar heeft patiënte in februari weer een terugval gehad waarbij er sprake was van toename van de pijnklachten, de vermoeidheid en concentratieproblemen. Tevens is er sprake geweest van een opvlamming van de colitis ulcerosa. Er is weer gestart met psychosomatische fysiotherapie en amitriptyline. Hiermee is zoals mw omschrijft weer sprake van een stabiele instabiele situatie. Er is ook gekeken naar een multi-disciplinair revalidatietraject bij Medinello. Op basis van klachten kwam zij hiervoor in aanmerking echter, dit werd niet vergoed in verband met diagnose long covid. Derhalve is toen besloten de psychosomatische fysiotherapie te continueren.” 2.9. Op 3 oktober 2023 heeft in opdracht van Movir een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. In een rapport van verzekeringsarts [naam 1] van 1 november 2023 is onder meer vermeld: “(…). Concluderend zijn er bij betrokkene momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose, geen aanwijzingen voor een stoornis vanuit een lichamelijke stoornis. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een lichamelijke of psychiatrische stoornis, zijn beperkingen niet aan te geven. De behandeling en begeleiding is adequaat geweest. Bij de specialistische zorg is zij onder behandeling geweest. Vanuit Condite heeft zij begeleiding gehad. Er is geen andere suggestie ter verbetering van de belastbaarheid. Momenteel is sprake van stagnatie. Betrokkene ziet zelf geen mogelijkheid om haar werkuren op te bouwen. Het wordt niet evident inzichtelijk wat de belemmerende factoren zijn. Vanuit de beschikbare medische gegevens komen geen bevindingen waardoor opbouw in werk gecontra-indiceerd is. Het enige advies in het kader van herstel van inzetbaarheid is om toch geleidelijk tijdcontingent opbouw in te zetten. (...).” 2.10. Op 14 december 2023 heeft Movir aan [eiseres] geschreven dat uit het rapport van de verzekeringsarts volgt dat [eiseres] niet meer arbeidsongeschikt zou zijn zoals bedoeld in de toepasselijke polisvoorwaarden. Tegen de beëindiging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per januari 2024 heeft [eiseres] bezwaar gemaakt. 2.11. Partijen zijn een herbeoordeling (second opinion) van de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] overeengekomen door middel van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek door [naam 2] (internist-verzekeringsarts, RGA). 2.12. In reactie op het conceptrapport van [naam 2] heeft [eiseres] per brief van 30 januari 2025 onder meer geschreven: “(…). - Onder het kopje ‘beloop’ staan allerlei mogelijke (differentiaal) diagnoses genoemd die door mijn behandelaren zijn vastgesteld, maar in dit beloop mis ik de diagnose long-covid. Ik wijs erop dat die diagnose door diverse behandelaren is genoemd, waaronder de huisarts (brieven 13 juni 2022, 8 juni 2023), de verslagen van Condite en de notities van de MDL-arts. In het verslag van Condite van 15 februari 2022 staat zelfs: “De klachten en beperkingen die cliënte rapporteert zijn kenmerkend na het doormaken van een corona infectie. Mentale moeheid en cognitieve beperkingen zullen elkaar daarbij versterken en daarmee in stand houden. U geeft onder het kopje “diagnose” een opsomming van 4 diagnoses. U noemt daarbij alleen “status na Covid-19-infectie”. Ik mis daar opnieuw long covid, terwijl dit wel door al mijn behandelaren is genoemd. Volgens mij is dit iets anders dan status na Covid-19-infectie. U noemt zelf dat sprake is van Post Excertional Malaise (PEM). U noemde dat in ons gesprek ook al. Waarom staat dit niet onder het kopje “diagnose”? Ik heb naar aanleiding van ons gesprek namelijk ook navraag gedaan en voor zover ik begrijp is PEM ook een aandoening / diagnose (waardoor een deel van mijn klachten mogelijk te verklaren is). Ik verzoek u vriendelijk uw rapport naar aanleiding van mijn correcties aan te passen. (…). (…). 23. Deze zin klopt niet en staat ook plompverloren in de tekst. De PEM is als gevolg van de Long Covid en heeft niets te maken met mijn darmen/longen. 24. Deze zin komt uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] erkende mijn klachten en heeft juist aangegeven met voorbeelden dat hij dit vaker in de praktijk tegenkomt. 25. Deze alinea komt ook uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] gaf juist aan dat PEM een duidelijke richtlijn geeft qua arbeidsuren en dat hij verwachte dat de berekening op 20 uur zou uitkomen dat ik nog kon werken, zolang er nog geen behandelwijze is die doeltreffend is. (…). 27. De [deskundige] gaf juist aan dat PEM wel richtlijnen geeft qua beperkingen en dat dit ook o.a. door UWV onderken[d] wordt. (…).” 2.13. Bij brief van 20 februari 2025 heeft [naam 2] het conceptrapport opgestuurd aan (de medisch adviseur van) partijen. In de begeleidende brief staat dat het conceptrapport eerder aan [eiseres] is gestuurd en dat het naar aanleiding van haar reactie is aangepast; de aangebrachte wijzigingen zijn cursief, onderstreept en tussen haakjes weergegeven in de tekst. Het conceptrapport luidt als volgt, voor zover hier relevant: “(…). Huidige klachten Betrokkene heeft COVID-19 opgelopen in juni 2021, na het ontvangen van één vaccinatie. De test werd uitgevoerd bij de GGD. Na de eerste vaccinatie ervoer zij hoge koorts, ernstige hoofdpijn en algehele pijn. Zodra de koorts weg was, ging zij op vakantie. Deze vakantie in het zuiden van Frankrijk eindigde voortijdig door aanhoudende klachten. In de maanden die volgde had zij drie of vier urineweginfecties, diarree en uiteindelijk een borstontsteking. Deze klachten hielden drie maanden aan. Haar blijvende symptomen zijn spier- en gewrichtspijn, vermoeidheid en anamnestisch geurverlies. (Blijvende symptomen zijn gewrichtsklachten, extreme vermoeidheid, concentratieproblemen, cognitieve problemen en geurverlies. Ik mis dus enkele klachten/symptomen in uw samenvatting. Na haar ziekmelding in 2021 is ze regelmatig bij de huisarts geweest) . (…). Diagnose -Proctitis -Bronchiale hyperactiviteit/astma.
Volledig
Met de juiste strategieën is de verwachting dat cliënte volledig herstelt en weer in staat is haar volledige takenpakket van haar werk uit te voeren. Grenshantering en adequate hersteltijd, waarbij energie gevende activiteiten buiten het werk om benut worden, is hierbij belangrijk voor een duurzaam resultaat. CONCLUSIE [eiseres] is een 50-jarige vrouw die na een kwakkelende gezondheid vooraf, arbeidsongeschikt raakte na het doormaken van een infectieziekte. Advies is om zowel de fysieke als de cognitieve belastbaarheid te trainen door het benutten van sport en de Werkgeheugentraining. Het werk dient hiernaast tijdcontingent te worden opgebouwd, waarbij aandacht voor adequate hersteltijd en het hanteren van de juiste grenzen. VOORSTEL BEGELEIDING In overleg met opdrachtgever en cliënte is het volgende doel vastgesteld: [eiseres] hervat binnen vier maanden volledig de eigen werkzaamheden met daarbij voldoende energie voor privéactiviteiten. In de begeleiding richten we ons op de volgende onderdelen: Verbeteren cognitieve functies (concentratie en geheugen) door inzet van de werkgeheugentraining Gedoseerde tijdcontingente opbouw van werkzaamheden Optimaliseren werkstrategieën, grenshantering en planning met daarbij het (blijven) benutten van energiebronnen Benutten sport voor verbeteren fysieke en cognitieve conditie. (…).” 2.7. In een brief van de huisarts van [eiseres] aan Movir van 13 juni 2022 is onder meer vermeld: “(…) In uw brief vraagt u naar klachten in het kader van overbelasting. Zoals u reeds in mijn eerdere brief kan lezen heeft patiënte zich in januari 2020 op mijn spreekuur gemeld met darmklachten, gevolgd door astma gevolgd door long covid. Deze continue lichamelijke belasting met dyspnoe, pijn, achteruitgang van de cognitie heeft mijns inziens geleid tot de overbelasting van patiënte. Van eerdere behandelingen hiervoor bent u reeds van op de hoogte, evenals het traject dat zij op jullie advies heeft gevolgd bij de long covidklachten. Daarbij is zij nu onder behandeling van een psychosomatisch fysiotherapeut en zijn wij vandaag (13-06-2022) gestart met amitriptyline.” 2.8. In een brief van de huisarts van [eiseres] aan Movir van 8 juni 2023 is onder meer vermeld: “In het afgelopen jaar heeft patiënte in februari weer een terugval gehad waarbij er sprake was van toename van de pijnklachten, de vermoeidheid en concentratieproblemen. Tevens is er sprake geweest van een opvlamming van de colitis ulcerosa. Er is weer gestart met psychosomatische fysiotherapie en amitriptyline. Hiermee is zoals mw omschrijft weer sprake van een stabiele instabiele situatie. Er is ook gekeken naar een multi-disciplinair revalidatietraject bij Medinello. Op basis van klachten kwam zij hiervoor in aanmerking echter, dit werd niet vergoed in verband met diagnose long covid. Derhalve is toen besloten de psychosomatische fysiotherapie te continueren.” 2.9. Op 3 oktober 2023 heeft in opdracht van Movir een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. In een rapport van verzekeringsarts [naam 1] van 1 november 2023 is onder meer vermeld: “(…). Concluderend zijn er bij betrokkene momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose, geen aanwijzingen voor een stoornis vanuit een lichamelijke stoornis. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een lichamelijke of psychiatrische stoornis, zijn beperkingen niet aan te geven. De behandeling en begeleiding is adequaat geweest. Bij de specialistische zorg is zij onder behandeling geweest. Vanuit Condite heeft zij begeleiding gehad. Er is geen andere suggestie ter verbetering van de belastbaarheid. Momenteel is sprake van stagnatie. Betrokkene ziet zelf geen mogelijkheid om haar werkuren op te bouwen. Het wordt niet evident inzichtelijk wat de belemmerende factoren zijn. Vanuit de beschikbare medische gegevens komen geen bevindingen waardoor opbouw in werk gecontra-indiceerd is. Het enige advies in het kader van herstel van inzetbaarheid is om toch geleidelijk tijdcontingent opbouw in te zetten. (...).” 2.10. Op 14 december 2023 heeft Movir aan [eiseres] geschreven dat uit het rapport van de verzekeringsarts volgt dat [eiseres] niet meer arbeidsongeschikt zou zijn zoals bedoeld in de toepasselijke polisvoorwaarden. Tegen de beëindiging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per januari 2024 heeft [eiseres] bezwaar gemaakt. 2.11. Partijen zijn een herbeoordeling (second opinion) van de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] overeengekomen door middel van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek door [naam 2] (internist-verzekeringsarts, RGA). 2.12. In reactie op het conceptrapport van [naam 2] heeft [eiseres] per brief van 30 januari 2025 onder meer geschreven: “(…). - Onder het kopje ‘beloop’ staan allerlei mogelijke (differentiaal) diagnoses genoemd die door mijn behandelaren zijn vastgesteld, maar in dit beloop mis ik de diagnose long-covid. Ik wijs erop dat die diagnose door diverse behandelaren is genoemd, waaronder de huisarts (brieven 13 juni 2022, 8 juni 2023), de verslagen van Condite en de notities van de MDL-arts. In het verslag van Condite van 15 februari 2022 staat zelfs: “De klachten en beperkingen die cliënte rapporteert zijn kenmerkend na het doormaken van een corona infectie. Mentale moeheid en cognitieve beperkingen zullen elkaar daarbij versterken en daarmee in stand houden. U geeft onder het kopje “diagnose” een opsomming van 4 diagnoses. U noemt daarbij alleen “status na Covid-19-infectie”. Ik mis daar opnieuw long covid, terwijl dit wel door al mijn behandelaren is genoemd. Volgens mij is dit iets anders dan status na Covid-19-infectie. U noemt zelf dat sprake is van Post Excertional Malaise (PEM). U noemde dat in ons gesprek ook al. Waarom staat dit niet onder het kopje “diagnose”? Ik heb naar aanleiding van ons gesprek namelijk ook navraag gedaan en voor zover ik begrijp is PEM ook een aandoening / diagnose (waardoor een deel van mijn klachten mogelijk te verklaren is). Ik verzoek u vriendelijk uw rapport naar aanleiding van mijn correcties aan te passen. (…). (…). 23. Deze zin klopt niet en staat ook plompverloren in de tekst. De PEM is als gevolg van de Long Covid en heeft niets te maken met mijn darmen/longen. 24. Deze zin komt uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] erkende mijn klachten en heeft juist aangegeven met voorbeelden dat hij dit vaker in de praktijk tegenkomt. 25. Deze alinea komt ook uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] gaf juist aan dat PEM een duidelijke richtlijn geeft qua arbeidsuren en dat hij verwachte dat de berekening op 20 uur zou uitkomen dat ik nog kon werken, zolang er nog geen behandelwijze is die doeltreffend is. (…). 27. De [deskundige] gaf juist aan dat PEM wel richtlijnen geeft qua beperkingen en dat dit ook o.a. door UWV onderken[d] wordt. (…).” 2.13. Bij brief van 20 februari 2025 heeft [naam 2] het conceptrapport opgestuurd aan (de medisch adviseur van) partijen. In de begeleidende brief staat dat het conceptrapport eerder aan [eiseres] is gestuurd en dat het naar aanleiding van haar reactie is aangepast; de aangebrachte wijzigingen zijn cursief, onderstreept en tussen haakjes weergegeven in de tekst. Het conceptrapport luidt als volgt, voor zover hier relevant: “(…). Huidige klachten Betrokkene heeft COVID-19 opgelopen in juni 2021, na het ontvangen van één vaccinatie. De test werd uitgevoerd bij de GGD. Na de eerste vaccinatie ervoer zij hoge koorts, ernstige hoofdpijn en algehele pijn. Zodra de koorts weg was, ging zij op vakantie. Deze vakantie in het zuiden van Frankrijk eindigde voortijdig door aanhoudende klachten. In de maanden die volgde had zij drie of vier urineweginfecties, diarree en uiteindelijk een borstontsteking. Deze klachten hielden drie maanden aan. Haar blijvende symptomen zijn spier- en gewrichtspijn, vermoeidheid en anamnestisch geurverlies. (Blijvende symptomen zijn gewrichtsklachten, extreme vermoeidheid, concentratieproblemen, cognitieve problemen en geurverlies. Ik mis dus enkele klachten/symptomen in uw samenvatting. Na haar ziekmelding in 2021 is ze regelmatig bij de huisarts geweest) . (…). Diagnose -Proctitis -Bronchiale hyperactiviteit/astma.
Volledig
-Status na COVID-19-infectie – PEM -PAP 2. Beschouwing 4.1 Overwegingen belastbaarheid Betrokkene is een 53-jarige HRM-specialist, die per 18 juli 2021 uitviel. In het kader van haar particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering vond op 3 oktober 2023 een verzekeringsgeneeskundig onderzoek (first opinion) plaats. Betrokkene is het niet eens met deze uitkomst, met name omdat de long-COVID-klachten onvoldoende zijn onderzocht en beoordeeld. Op basis van de beschikbare medische documentatie en de gegevens van het eigen verzekeringsgeneeskundig onderzoek maak ik de volgende overwegingen en trek de volgend conclusies. Betrokkene heeft haar klachten gepresenteerd tijdens het gesprek, waarbij zij aangaf dat zij belemmeringen ervaart ten aanzien van haar inzetbaarheid in haar eigen werk conform de eerder uitgevoerde verzekeringsgeneeskundige beoordeling door [de eerste verzekeringsarts]. Echter betrokkene stelt dat er niet voldoende aandacht is besteed aan de volgende klachten: Ook iets leuks kan voelen als een hoge berg. Spontaniteit is weg door alles van tevoren te plannen. Het gevoel niet meer echt mee te doen. Hoofd en lijf lijken niet in verbinding. Gevoelens van gevangen zijn in haar eigen lichaam; wel willen, maar niet kunnen. Er blijft een oude zwart-wit televisie in haar hoofd ruisen. Er blijft een piep tussen de oren hangen. Alle geluiden zijn plotseling heel hard. Een ronkende vrachtwagen in haar hoofd. Ze wil weg uit de rukte. Dingen ruiken vies en anders. Haar reuk is verminderd. De wereld is ineens erg klein. Het hoofd stroomt over van prikkels. Het hoofd sluit zich af voor zichzelf en anderen. Het hoofd voelt mistig aan. Dingen komen op de een of andere manier niet tot hun recht. Er is sprake van vergeetachtigheid, op bepaalde woorden kan ze niet komen. In haar ledematen, inclusief de vingers en de gewrichten, is er sprake van stijfheid en stramheid. Betrokkene ervaart fluctuaties in de ernst van de klachten, die naar haar zeggen afhankelijk zijn van de belasting in haar werk. De balans belasting/belastbaarheid. Zij kan niet meer omgaan met de hectiek in haar leven, en een overbelasting van prikkels leidt tot een zoemend geluid in haar hoofd. (Het leidt niet alleen maar tot een zoemend geluid, maar juist tot de klachten die erboven staan omschreven). Zij heeft moeite om zich te concentreren op taken, vooral naarmate zij vermoeider wordt. Daarnaast heeft zij last van vergeetachtigheid en ervaart zij stijfheid in haar gewrichten. Er is uitgebreid medische informatie verkregen, waaronder het expertiserapport van [de eerste verzekeringsarts], dit wordt met betrokkene per paragraaf doorgenomen. Betrokkene klaagde al sinds 2017 over rectaal bloedverlies en werd in maart 2020 door een MDL-arts gezien. Tijdens darmonderzoek werd een poliep verwijderd en twee ingrepen waren nodig door nabloeding. Proctitis ulcerosa werd gediagnosticeerd, een beperkte vorm van colitis. Behandeling met lokale ontstekingsremmers volgde. Het laatste contact met de specialist was in februari 2021 en er waren toen geen actieve ziektesymptomen. (Ik ben in 2024 nog bij de MDL arts geweest en heb een endoscopie ondergaan. Ook heeft hij aangegeven dat ik door Covid een lactose intolerantie heb die ook opvlammingen veroorzaakt. Daarom gebruik ik nog steeds de zetpillen bij een opvlamming. Het rapport heeft [de deskundige] gehad via de advocaat). Inzake procitis zijn er momenteel geenszins aanwijzingen voor een aandoening of belemmering voor haar werk. (…). Aan het einde van 2020 werd zij doorgestuurd naar de longarts wegens aanhoudend hoesten. Longfunctieonderzoek toonde geen afwijkingen en een CT-scan vertoonde ontstekingen. De longarts vermoede een auto-immuunziekte vanwege spierpijn en stijve vingers, maar bloedonderzoek wees dit echter uit. Betrokkene vertoonde geen aanwijzingen voor een stoornis in de longfunctie op basis van de verkregen onderzoeksresultaten. Inzake een longaandoening zijn er momenteel geenszins aanwijzingen voor een aandoening of belemmering voor haar werk. Eerder zou er sprake zijn van post-exertionele malaise (PEM). (Deze zin klopt niet en staat ook plompverloren in de tekst. De PEM is als gevolg van de Long Covid en heeft niets te maken met mijn darmen/longen) . De huisarts meldde dat betrokkene reeds meer dan een jaar gewrichtsklachten heeft. De reumatoloog meldde dat er sprake was van gegeneraliseerde langdurige spierpeesklachten. Er werd echter geen reumatische ziekte gediagnosticeerd. Inzake een reumatische aandoening zijn er momenteel geenszins aanwijzingen voor een aandoening of belemmering voor haar werk. De behandeling en begeleiding zijn adequaat verlopen, met specialistische zorg. Vanuit Condite heeft zij begeleiding gehad. Er zijn geen suggesties voor verdere bevertering van haar belastbaarheid. Opmerkelijk is dat er momenteel stagnatie is. (Deze in komt uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] erkende mijn klachten en heeft juist aangegeven met voorbeelden dat hij dit vaker in de praktijk tegenkomt). Betrokkene ziet vooralsnog geen mogelijkheden om haar werkuren op te bouwen. Er komen geen bevindingen uit de beschikbare medische gegevens naar voren die een opbouw van haar werk niet mogelijk maken. Het advies met betrekking tot de herstel inzetbaarheid is om geleidelijk tijdsgeoptimaliseerde opbouw te overwegen. (Deze alinea komt ook uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] gaf juist aan dat PEM een duidelijke richtlijn geeft qua arbeidsuren en dat hij verwachte dat de berekening op 20 uur zou uitkomen dat ik nog kon werken, zolang er nog geen behandelwijze is die doeltreffend is) . Er is mogelijk sprake van Post Excertional Malaise. Betrokkene staat in contact met het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam voor eventuele verdere revalidatie. C-Support schrijft over belangrijke stappen in onderzoek naar oorzaken van Long-COVID en de frequent voorkomende klacht van post-exertionele malaise (PEM), welke extreme uitputting kan veroorzaken na emotionele, cognitieve of fysieke inspanning. Dit biedt hoop, hoewel er vooralsnog geen specifieke behandeling [rb: is] voor een per definitie niet te objectiveren PEM. Concluderend zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose. Ook zijn er geen aanwijzingen voor stoornissen vanuit een lichamelijke achtergrond. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een lichamelijke of psychiatrische stoornis, zijn er geen beperkingen aan te geven. 4.2 Prognose Op dit moment is er geen beschikbare behandeling voor PEM. Het toepassen van pacing kan ondersteunend zijn in de dagelijkse activiteiten. Bij pacing voert men activiteiten in een rustig tempo uit, afgewisseld met rustperiodes. Het is cruciaal om binnen de eigen grenzen te werken en activiteiten zodanig uit te voeren dat er geen klachten ontstaan. Hierdoor kan men binnen eigen grenzen actief blijven. Pacing is toepasbaar bij zowel dagelijkse fysieke activiteiten als cognitieve taken. Het kan helpen om PEM en verergering van klachten te voorkomen. Zorgprofessionals, zoals ergotherapeuten, fysiotherapeuten en revalidatieartsen kunnen pacing inzetten om patiënten te helpen de balans tussen belasting en belastbaarheid inzichtelijk te maken. De prognose lijkt gunstig, en volledig herstel is te verwachten. 5. Conclusie Beantwoording vraagstelling: 1.Hoe luidt de anamnese met betrekking tot de klachten, behandeling en ervaren belemmeringen ten aanzien van de inzetbaarheid? Actueel geeft betrokkene aan dat zij last heeft van de volgende gezondheidsklachten. Betrokkene heeft tijdens het gesprek haar klachten gepresenteerd en aangegeven dat zij belemmeringen ervaart ten aanzien van haar inzetbaarheid in haar eigen werk conform de eerdere verzekeringsgeneeskundige beoordeling uitgevoerd door [de eerste verzekeringsarts]. Er is naar de mening van betrokkene toen niet ingegaan op de volgende klachten: Ook iets leuks kan voelen als een hoge berg. De spontaniteit is weg door alles van tevoren te plannen. Het gevoel hebben niet meer echt mee te doen. Het hoofd en lijf lijken niet in verbinding. Gevangen in haar eigen lichaam; wel willen, maar niet kunnen. Een oude zwart-wit televisie blijft ruisen.
Volledig
-Status na COVID-19-infectie – PEM -PAP 2. Beschouwing 4.1 Overwegingen belastbaarheid Betrokkene is een 53-jarige HRM-specialist, die per 18 juli 2021 uitviel. In het kader van haar particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering vond op 3 oktober 2023 een verzekeringsgeneeskundig onderzoek (first opinion) plaats. Betrokkene is het niet eens met deze uitkomst, met name omdat de long-COVID-klachten onvoldoende zijn onderzocht en beoordeeld. Op basis van de beschikbare medische documentatie en de gegevens van het eigen verzekeringsgeneeskundig onderzoek maak ik de volgende overwegingen en trek de volgend conclusies. Betrokkene heeft haar klachten gepresenteerd tijdens het gesprek, waarbij zij aangaf dat zij belemmeringen ervaart ten aanzien van haar inzetbaarheid in haar eigen werk conform de eerder uitgevoerde verzekeringsgeneeskundige beoordeling door [de eerste verzekeringsarts]. Echter betrokkene stelt dat er niet voldoende aandacht is besteed aan de volgende klachten: Ook iets leuks kan voelen als een hoge berg. Spontaniteit is weg door alles van tevoren te plannen. Het gevoel niet meer echt mee te doen. Hoofd en lijf lijken niet in verbinding. Gevoelens van gevangen zijn in haar eigen lichaam; wel willen, maar niet kunnen. Er blijft een oude zwart-wit televisie in haar hoofd ruisen. Er blijft een piep tussen de oren hangen. Alle geluiden zijn plotseling heel hard. Een ronkende vrachtwagen in haar hoofd. Ze wil weg uit de rukte. Dingen ruiken vies en anders. Haar reuk is verminderd. De wereld is ineens erg klein. Het hoofd stroomt over van prikkels. Het hoofd sluit zich af voor zichzelf en anderen. Het hoofd voelt mistig aan. Dingen komen op de een of andere manier niet tot hun recht. Er is sprake van vergeetachtigheid, op bepaalde woorden kan ze niet komen. In haar ledematen, inclusief de vingers en de gewrichten, is er sprake van stijfheid en stramheid. Betrokkene ervaart fluctuaties in de ernst van de klachten, die naar haar zeggen afhankelijk zijn van de belasting in haar werk. De balans belasting/belastbaarheid. Zij kan niet meer omgaan met de hectiek in haar leven, en een overbelasting van prikkels leidt tot een zoemend geluid in haar hoofd. (Het leidt niet alleen maar tot een zoemend geluid, maar juist tot de klachten die erboven staan omschreven). Zij heeft moeite om zich te concentreren op taken, vooral naarmate zij vermoeider wordt. Daarnaast heeft zij last van vergeetachtigheid en ervaart zij stijfheid in haar gewrichten. Er is uitgebreid medische informatie verkregen, waaronder het expertiserapport van [de eerste verzekeringsarts], dit wordt met betrokkene per paragraaf doorgenomen. Betrokkene klaagde al sinds 2017 over rectaal bloedverlies en werd in maart 2020 door een MDL-arts gezien. Tijdens darmonderzoek werd een poliep verwijderd en twee ingrepen waren nodig door nabloeding. Proctitis ulcerosa werd gediagnosticeerd, een beperkte vorm van colitis. Behandeling met lokale ontstekingsremmers volgde. Het laatste contact met de specialist was in februari 2021 en er waren toen geen actieve ziektesymptomen. (Ik ben in 2024 nog bij de MDL arts geweest en heb een endoscopie ondergaan. Ook heeft hij aangegeven dat ik door Covid een lactose intolerantie heb die ook opvlammingen veroorzaakt. Daarom gebruik ik nog steeds de zetpillen bij een opvlamming. Het rapport heeft [de deskundige] gehad via de advocaat). Inzake procitis zijn er momenteel geenszins aanwijzingen voor een aandoening of belemmering voor haar werk. (…). Aan het einde van 2020 werd zij doorgestuurd naar de longarts wegens aanhoudend hoesten. Longfunctieonderzoek toonde geen afwijkingen en een CT-scan vertoonde ontstekingen. De longarts vermoede een auto-immuunziekte vanwege spierpijn en stijve vingers, maar bloedonderzoek wees dit echter uit. Betrokkene vertoonde geen aanwijzingen voor een stoornis in de longfunctie op basis van de verkregen onderzoeksresultaten. Inzake een longaandoening zijn er momenteel geenszins aanwijzingen voor een aandoening of belemmering voor haar werk. Eerder zou er sprake zijn van post-exertionele malaise (PEM). (Deze zin klopt niet en staat ook plompverloren in de tekst. De PEM is als gevolg van de Long Covid en heeft niets te maken met mijn darmen/longen) . De huisarts meldde dat betrokkene reeds meer dan een jaar gewrichtsklachten heeft. De reumatoloog meldde dat er sprake was van gegeneraliseerde langdurige spierpeesklachten. Er werd echter geen reumatische ziekte gediagnosticeerd. Inzake een reumatische aandoening zijn er momenteel geenszins aanwijzingen voor een aandoening of belemmering voor haar werk. De behandeling en begeleiding zijn adequaat verlopen, met specialistische zorg. Vanuit Condite heeft zij begeleiding gehad. Er zijn geen suggesties voor verdere bevertering van haar belastbaarheid. Opmerkelijk is dat er momenteel stagnatie is. (Deze in komt uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] erkende mijn klachten en heeft juist aangegeven met voorbeelden dat hij dit vaker in de praktijk tegenkomt). Betrokkene ziet vooralsnog geen mogelijkheden om haar werkuren op te bouwen. Er komen geen bevindingen uit de beschikbare medische gegevens naar voren die een opbouw van haar werk niet mogelijk maken. Het advies met betrekking tot de herstel inzetbaarheid is om geleidelijk tijdsgeoptimaliseerde opbouw te overwegen. (Deze alinea komt ook uit het rapport van [de eerste verzekeringsarts]. De [deskundige] gaf juist aan dat PEM een duidelijke richtlijn geeft qua arbeidsuren en dat hij verwachte dat de berekening op 20 uur zou uitkomen dat ik nog kon werken, zolang er nog geen behandelwijze is die doeltreffend is) . Er is mogelijk sprake van Post Excertional Malaise. Betrokkene staat in contact met het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam voor eventuele verdere revalidatie. C-Support schrijft over belangrijke stappen in onderzoek naar oorzaken van Long-COVID en de frequent voorkomende klacht van post-exertionele malaise (PEM), welke extreme uitputting kan veroorzaken na emotionele, cognitieve of fysieke inspanning. Dit biedt hoop, hoewel er vooralsnog geen specifieke behandeling [rb: is] voor een per definitie niet te objectiveren PEM. Concluderend zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose. Ook zijn er geen aanwijzingen voor stoornissen vanuit een lichamelijke achtergrond. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een lichamelijke of psychiatrische stoornis, zijn er geen beperkingen aan te geven. 4.2 Prognose Op dit moment is er geen beschikbare behandeling voor PEM. Het toepassen van pacing kan ondersteunend zijn in de dagelijkse activiteiten. Bij pacing voert men activiteiten in een rustig tempo uit, afgewisseld met rustperiodes. Het is cruciaal om binnen de eigen grenzen te werken en activiteiten zodanig uit te voeren dat er geen klachten ontstaan. Hierdoor kan men binnen eigen grenzen actief blijven. Pacing is toepasbaar bij zowel dagelijkse fysieke activiteiten als cognitieve taken. Het kan helpen om PEM en verergering van klachten te voorkomen. Zorgprofessionals, zoals ergotherapeuten, fysiotherapeuten en revalidatieartsen kunnen pacing inzetten om patiënten te helpen de balans tussen belasting en belastbaarheid inzichtelijk te maken. De prognose lijkt gunstig, en volledig herstel is te verwachten. 5. Conclusie Beantwoording vraagstelling: 1.Hoe luidt de anamnese met betrekking tot de klachten, behandeling en ervaren belemmeringen ten aanzien van de inzetbaarheid? Actueel geeft betrokkene aan dat zij last heeft van de volgende gezondheidsklachten. Betrokkene heeft tijdens het gesprek haar klachten gepresenteerd en aangegeven dat zij belemmeringen ervaart ten aanzien van haar inzetbaarheid in haar eigen werk conform de eerdere verzekeringsgeneeskundige beoordeling uitgevoerd door [de eerste verzekeringsarts]. Er is naar de mening van betrokkene toen niet ingegaan op de volgende klachten: Ook iets leuks kan voelen als een hoge berg. De spontaniteit is weg door alles van tevoren te plannen. Het gevoel hebben niet meer echt mee te doen. Het hoofd en lijf lijken niet in verbinding. Gevangen in haar eigen lichaam; wel willen, maar niet kunnen. Een oude zwart-wit televisie blijft ruisen.
Volledig
Er blijft een piep tussen de oren hangen. Alle geluiden zijn plots heel hard. Ronkende vrachtwagen in haar hoofd. Zij wil weg uit de drukte. Dingen ruiken vies en anders. De reuk is minder goed. De wereld is ineens erg klein. Het hoofd stroomt over van prikkels. Het hoofd gaat dicht voor jezelf en voor anderen. Het hoofd is mistig. Alles gaat het ene oor in, het andere weer uit. Zij kan niet op woorden komen. Het voelt als een bromvlieg die nergens kan blijven hangen. Het geheugen is een gatenkaas. De wil is sterker dan haar energie. Het lichaam voelt stroperig. Het lichaam voelt zwaar. Zij sleept zichzelf voort. Zij voelt zich als een dweil. Alles kost inspanning. Na het minste voelt zij zich ziek. Betrokkene is in contact met het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam voor een mogelijke verder revalidatie. (Ik sta op de wachtlijst. Is in het document onjuist geformuleerd) . (…). 3. Welke diagnose(s) stelt u? Behoudens een per definitie niet te objectiveren Post Exertional Malaise zijn er bij betrokkene momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose en geen aanwijzingen voor een actieve stoornis vanuit een lichamelijke / psychische stoornis. 4. Welke objectief medisch vast te stellen stoornissen heeft [eiseres] in directe relatie tot ziekte of ongeval? Geen. 5. Welke functionele beperkingen heeft [eiseres] als gevolg van de objectief medisch vastgestelde stoornissen in directe relatie tot ziekte of ongeval ? (…). Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een lichamelijke of psychiatrische stoornis, zijn beperkingen niet aan te geven. (De [deskundige] gaf juist aan dat PEM wel richtlijnen geeft qua beperkingen en dat dit ook o.a. door UWV onderkent wordt) . (…). 7. Is er naar uw mening sprake van stagnatie? Zo ja, kunt u dan een analyse geven van de stagnatie van herstel en re-integratie (wat zijn de belemmerende factoren in werk, privé en in de persoon)? Er is geruime tijd sprake van stagnatie. Betrokkene ziet zelf geen mogelijkheid om haar werkuren op te bouwen. Het wordt niet evident inzichtelijk wat de belemmerende factoren zijn. Wel lijkt betrokkene haar huidige werkzaamheden te druk, te belastend en als te hectisch te ervaren en overweegt zij verkoop van haar bedrijf. (Verkoop van mijn bedrijf is niet ter sprake geweest in het gesprek) . 8. Heeft u nog adviezen in het kader van herstel van inzetbaarheid? Nee. Het enige advies in het kader van inzetbaarheid is om tijdcontingent opbouw in te zetten. Dit met afstemming van belasting en belastbaarheid. (Opbouw is niet over gesproken. Juist heeft hij aangegeven dat ik de uitkomsten van UMC moet afwachten) . (…). Met betrekking tot het correctierecht heeft betrokkene een reactie gestuurd, die u als bijlage aantreft. Naar aanleiding van deze reactie is de rapportage aangepast. De wijzigingen staan cursief, onderstreept en tussen haakjes weergegeven in de tekst. Ten aanzien van de volgende opmerkingen van betrokkene: (…). De twee citaten van [de eerste verzekeringsarts] kan ondergetekende zich in vinden. Haar begeleidend schrijven is opgenomen in het rapport als bijlage, mijn reactie: (…). Er is sprake van een status na een anamnestische positieve Covid-test. De overige criteria beschreven in de NHG-standaard mis ik in het dossier: COVID-19 | NHG-Richtlijnen. PEM is toegevoegd aan de diagnoselijst. (…).” 2.14. Bij brief van 23 april 2025 heeft (de advocaat van) [eiseres] als volgt gereageerd op (de inhoud van) het conceptrapport van [naam 2] van 20 februari 2025. “(…). Allereerst kan [eiseres] zich niet vinden in het feit dat de diagnose die in haar medisch dossier expliciet genoemd én gesteld wordt – Long Covid – door u niet wordt overgenomen. U geeft daarop ook geen toelichting. Daarmee negeert u dus de informatie van de huisarts (d.d. 13 juni 2022), Condite (“de klachten en beperkingen die cliënte rapporteert zijn kenmerkend na het doormaken van een corona infectie”, “passen (neuropsychologische) functiestoornissen bij een status na COVID-19”) en de MDL-arts. Voor het negeren dan wel niet overnemen van deze diagnose bestaat geen enkele aanleiding. Het klachtenbeeld van [eiseres] past volledig – zo wordt door iedereen bevestigd en is algemeen bekend – bij de aandoening Long Covid. U lijkt dit overigens ook niet ter discussie te stellen. Aan de ernst van de klachten wordt ook niet getwijfeld, waarbij u terecht zélf ook benoem[t] dat sprake is van PEM. PEM is een bekend symptoom van Long Covid. Het is dan ook niet navolgbaar waarom u Long Covid niet als diagnose aanneemt. Daarbij komt, voor zover u zou menen dat Long Covid op zichzelf niet “medisch objectiveerbaar” zou zijn (zoals de polisvoorwaarden vereisen) en u de aandoening om die reden buiten beschouwing hebt gelaten, wijs ik u op de heersende jurisprudentie ter zake. Het is juist dat voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid noodzakelijk dat sprake is van medisch objectiveerbare stoornissen die in relatie staan tot ziekte. Voor die ziekte is evenwel onvoldoende dat sprake is van een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld. Dit speelt (bijvoorbeeld) ook bij het postwhiplashsyndroom, hetgeen een in de neurologie erkend ziektebeeld is waarmee de klachten die bij dit ziektebeeld passen we degelijk zijn aan te merken als “medisch objectiveerbare” klachten in de betekenis van de polisvoorwaarden. Maar ook metabole spierziekten zonder medisch substraat, ME/CVS, migraine, fibromyalgie, het HAV-syndroom en pijnsyndromen vallen op deze manier bijvoorbeeld onder de dekking van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Gerechtelijke uitspraken over long covid in het kader van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn er (nog) niet, dat klopt. Maar dat betekent niet dat een en ander niet ook voor Long Covid geldt. Long Covid is – dat moge toch wel duidelijk zijn – een ziektebeeld dat als herkenbaar en benoembaar geldt. Movirs passen dit over het algemeen ook ‘gewoon’ toe, daarvoor is tot op heden (kennelijk) geen procedure nodig geweest. De heersende lijn i[n] de jurisprudentie is duidelijk en toepasbaar, ook voor Long Covid. (…). Dat betekent in het geval van [eiseres] het volgende. Nu sprake is van de diagnose Long Covid, moet (door u) worden vastgesteld welke klachten met dit ziektebeeld in verband staan – u benoemt zélf al PEM – en tot welke beperkingen deze klachten leiden. De arbeidsongeschiktheid die uit deze beperkingen voortvloeit, zou gedekt moeten zijn onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering van [eiseres] . Tot nu toe hebt u nagelaten beperkingen vast te stellen. Uw rapportage biedt evenwel alle handvatten al. U benoemt namelijk zélf al een hele lijst klachten die [eiseres] presenteert en die klachten zijn bekende symptomen bij Long Covid. Ik wijs u op de volgende (onafhankelijke) bronnen: (…). Voor een volledig beeld wijs ik u ook op het feit dat ook onder de sociale wetgeving (WIA-uitkering van het UWV) Long Covid wordt erkend als een ziekte ten gevolge waarvan arbeidsongeschiktheid en een recht op uitkering kan ontstaan. Sterker nog, in steeds meer gevallen wordt zelfs geoordeeld dat Long Covid met zich brengt dat werknemers volledig én duurzaam arbeidsongeschikt zijn (herstel uitgesloten dan wel niet of nauwelijks te verwachten) is en daarmee recht op een IVA-uitkering bestaat. Overigens is dit niet alleen een juridische analyse van uw conceptrapport, maar uw rapportage is volledigheidshalve ook voorgelegd aan onze medisch adviseur (zie bijlage). Ook hij concludeert dat Long Covid in de behandelend sector is gediagnosticeerd, dat dit een herkenbaar én benoembaar ziektebeeld is én dat de klachten die [eiseres] presenteert (waaronder PEM) passend zijn bij dit ziektebeeld. Daarmee moeten er dus beperkingen worden gesteld in het kader van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ik verzoek u vriendelijk met inachtneming van het voorgaande uw rapport te herzien, Long Covid over te nemen als diagnose en de beperkingen die daaruit voortvloeien vast te stellen, uitgaande van het (passende) klachtenbeeld dat [eiseres] presenteert.
Volledig
Er blijft een piep tussen de oren hangen. Alle geluiden zijn plots heel hard. Ronkende vrachtwagen in haar hoofd. Zij wil weg uit de drukte. Dingen ruiken vies en anders. De reuk is minder goed. De wereld is ineens erg klein. Het hoofd stroomt over van prikkels. Het hoofd gaat dicht voor jezelf en voor anderen. Het hoofd is mistig. Alles gaat het ene oor in, het andere weer uit. Zij kan niet op woorden komen. Het voelt als een bromvlieg die nergens kan blijven hangen. Het geheugen is een gatenkaas. De wil is sterker dan haar energie. Het lichaam voelt stroperig. Het lichaam voelt zwaar. Zij sleept zichzelf voort. Zij voelt zich als een dweil. Alles kost inspanning. Na het minste voelt zij zich ziek. Betrokkene is in contact met het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam voor een mogelijke verder revalidatie. (Ik sta op de wachtlijst. Is in het document onjuist geformuleerd) . (…). 3. Welke diagnose(s) stelt u? Behoudens een per definitie niet te objectiveren Post Exertional Malaise zijn er bij betrokkene momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose en geen aanwijzingen voor een actieve stoornis vanuit een lichamelijke / psychische stoornis. 4. Welke objectief medisch vast te stellen stoornissen heeft [eiseres] in directe relatie tot ziekte of ongeval? Geen. 5. Welke functionele beperkingen heeft [eiseres] als gevolg van de objectief medisch vastgestelde stoornissen in directe relatie tot ziekte of ongeval ? (…). Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een lichamelijke of psychiatrische stoornis, zijn beperkingen niet aan te geven. (De [deskundige] gaf juist aan dat PEM wel richtlijnen geeft qua beperkingen en dat dit ook o.a. door UWV onderkent wordt) . (…). 7. Is er naar uw mening sprake van stagnatie? Zo ja, kunt u dan een analyse geven van de stagnatie van herstel en re-integratie (wat zijn de belemmerende factoren in werk, privé en in de persoon)? Er is geruime tijd sprake van stagnatie. Betrokkene ziet zelf geen mogelijkheid om haar werkuren op te bouwen. Het wordt niet evident inzichtelijk wat de belemmerende factoren zijn. Wel lijkt betrokkene haar huidige werkzaamheden te druk, te belastend en als te hectisch te ervaren en overweegt zij verkoop van haar bedrijf. (Verkoop van mijn bedrijf is niet ter sprake geweest in het gesprek) . 8. Heeft u nog adviezen in het kader van herstel van inzetbaarheid? Nee. Het enige advies in het kader van inzetbaarheid is om tijdcontingent opbouw in te zetten. Dit met afstemming van belasting en belastbaarheid. (Opbouw is niet over gesproken. Juist heeft hij aangegeven dat ik de uitkomsten van UMC moet afwachten) . (…). Met betrekking tot het correctierecht heeft betrokkene een reactie gestuurd, die u als bijlage aantreft. Naar aanleiding van deze reactie is de rapportage aangepast. De wijzigingen staan cursief, onderstreept en tussen haakjes weergegeven in de tekst. Ten aanzien van de volgende opmerkingen van betrokkene: (…). De twee citaten van [de eerste verzekeringsarts] kan ondergetekende zich in vinden. Haar begeleidend schrijven is opgenomen in het rapport als bijlage, mijn reactie: (…). Er is sprake van een status na een anamnestische positieve Covid-test. De overige criteria beschreven in de NHG-standaard mis ik in het dossier: COVID-19 | NHG-Richtlijnen. PEM is toegevoegd aan de diagnoselijst. (…).” 2.14. Bij brief van 23 april 2025 heeft (de advocaat van) [eiseres] als volgt gereageerd op (de inhoud van) het conceptrapport van [naam 2] van 20 februari 2025. “(…). Allereerst kan [eiseres] zich niet vinden in het feit dat de diagnose die in haar medisch dossier expliciet genoemd én gesteld wordt – Long Covid – door u niet wordt overgenomen. U geeft daarop ook geen toelichting. Daarmee negeert u dus de informatie van de huisarts (d.d. 13 juni 2022), Condite (“de klachten en beperkingen die cliënte rapporteert zijn kenmerkend na het doormaken van een corona infectie”, “passen (neuropsychologische) functiestoornissen bij een status na COVID-19”) en de MDL-arts. Voor het negeren dan wel niet overnemen van deze diagnose bestaat geen enkele aanleiding. Het klachtenbeeld van [eiseres] past volledig – zo wordt door iedereen bevestigd en is algemeen bekend – bij de aandoening Long Covid. U lijkt dit overigens ook niet ter discussie te stellen. Aan de ernst van de klachten wordt ook niet getwijfeld, waarbij u terecht zélf ook benoem[t] dat sprake is van PEM. PEM is een bekend symptoom van Long Covid. Het is dan ook niet navolgbaar waarom u Long Covid niet als diagnose aanneemt. Daarbij komt, voor zover u zou menen dat Long Covid op zichzelf niet “medisch objectiveerbaar” zou zijn (zoals de polisvoorwaarden vereisen) en u de aandoening om die reden buiten beschouwing hebt gelaten, wijs ik u op de heersende jurisprudentie ter zake. Het is juist dat voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid noodzakelijk dat sprake is van medisch objectiveerbare stoornissen die in relatie staan tot ziekte. Voor die ziekte is evenwel onvoldoende dat sprake is van een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld. Dit speelt (bijvoorbeeld) ook bij het postwhiplashsyndroom, hetgeen een in de neurologie erkend ziektebeeld is waarmee de klachten die bij dit ziektebeeld passen we degelijk zijn aan te merken als “medisch objectiveerbare” klachten in de betekenis van de polisvoorwaarden. Maar ook metabole spierziekten zonder medisch substraat, ME/CVS, migraine, fibromyalgie, het HAV-syndroom en pijnsyndromen vallen op deze manier bijvoorbeeld onder de dekking van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Gerechtelijke uitspraken over long covid in het kader van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn er (nog) niet, dat klopt. Maar dat betekent niet dat een en ander niet ook voor Long Covid geldt. Long Covid is – dat moge toch wel duidelijk zijn – een ziektebeeld dat als herkenbaar en benoembaar geldt. Movirs passen dit over het algemeen ook ‘gewoon’ toe, daarvoor is tot op heden (kennelijk) geen procedure nodig geweest. De heersende lijn i[n] de jurisprudentie is duidelijk en toepasbaar, ook voor Long Covid. (…). Dat betekent in het geval van [eiseres] het volgende. Nu sprake is van de diagnose Long Covid, moet (door u) worden vastgesteld welke klachten met dit ziektebeeld in verband staan – u benoemt zélf al PEM – en tot welke beperkingen deze klachten leiden. De arbeidsongeschiktheid die uit deze beperkingen voortvloeit, zou gedekt moeten zijn onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering van [eiseres] . Tot nu toe hebt u nagelaten beperkingen vast te stellen. Uw rapportage biedt evenwel alle handvatten al. U benoemt namelijk zélf al een hele lijst klachten die [eiseres] presenteert en die klachten zijn bekende symptomen bij Long Covid. Ik wijs u op de volgende (onafhankelijke) bronnen: (…). Voor een volledig beeld wijs ik u ook op het feit dat ook onder de sociale wetgeving (WIA-uitkering van het UWV) Long Covid wordt erkend als een ziekte ten gevolge waarvan arbeidsongeschiktheid en een recht op uitkering kan ontstaan. Sterker nog, in steeds meer gevallen wordt zelfs geoordeeld dat Long Covid met zich brengt dat werknemers volledig én duurzaam arbeidsongeschikt zijn (herstel uitgesloten dan wel niet of nauwelijks te verwachten) is en daarmee recht op een IVA-uitkering bestaat. Overigens is dit niet alleen een juridische analyse van uw conceptrapport, maar uw rapportage is volledigheidshalve ook voorgelegd aan onze medisch adviseur (zie bijlage). Ook hij concludeert dat Long Covid in de behandelend sector is gediagnosticeerd, dat dit een herkenbaar én benoembaar ziektebeeld is én dat de klachten die [eiseres] presenteert (waaronder PEM) passend zijn bij dit ziektebeeld. Daarmee moeten er dus beperkingen worden gesteld in het kader van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ik verzoek u vriendelijk met inachtneming van het voorgaande uw rapport te herzien, Long Covid over te nemen als diagnose en de beperkingen die daaruit voortvloeien vast te stellen, uitgaande van het (passende) klachtenbeeld dat [eiseres] presenteert.
Volledig
Voor zover u van het voorgaande en het medisch advies afwijkt, verzoek ik u vriendelijk expliciet in te gaan op de gepresenteerde argumenten en toe te lichten waarom u long covid niet als diagnose overneemt, dan wel meent dat deze diagnose buiten het bereik van de arbeidsongeschiktheidsverzekering zou vallen.” 2.15. Bij de brief van de advocaat van [eiseres] is als bijlage meegestuurd een medisch advies van [naam 3] (verzekeringsarts-medisch adviseur bij Triage Medisch Advies Bureau) eveneens gedateerd 23 april 2025. Deze brief luidt als volgt, voor zover hier relevant: “(…). In deze, voor mij nieuwe, zaak werd een verzekeringsgeneeskundig conceptexpertiserapport ontvangen, (…). U verzocht over dit rapport advies. (…). In het rapport komt de expert diagnostisch tot het oordeel dat er bij cliënt, behoudens een niet te objectiveren PEM, geen aanwijzingen zijn voor een actieve diagnose / stoornissen. Laatstgenoemde is opmerkelijk, omdat de huisarts schreef over Long covid en dat zou ook door de MDL arts en in verslagen van Condite zijn gedaan, blijkens de reactie van cliënt op het conceptrapport. Long covid, wat een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld betreft, werd echter niet als diagnose door [de deskundige] gehanteerd, die uitging van ‘status na Covid 19 infectie’ en in reactie op het schrijven van cliënt aangaf dat er anamnestisch sprake was van een positieve covid test maar dat overige criteria uit de NHG Richtlijn covid 19 werden gemist. Niet aangegeven is echter welke criteria werden bedoeld. Mocht zijn gedoeld op een positieve coronatest dan kan worden opgemerkt dat daarvan sprake was volgens berichtgeving van de huisarts d.d. 10-01-2022. Gelet op de positieve covid 19 test in combinatie met de nadien aanhoudende klachten van extreme vermoeidheid, welke door de verzekeringsarts als PEM werden geduid, wat een bekend symptoom is van Long covid, verminderde geur alsook de cognitieve klachten (concentratie, prikkelverwerking, woordvindproblemen, brainfog etc). heeft ondergetekende geen aanleiding te twijfelen aan de in de curatieve sector gestelde diagnose Long covid. Zoals gezegd betreft dit een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld en is in die zin juridisch ‘medisch objectief’ te beschouwen en voldoet daarmee aan de polisvoorwaarden. Derhalve zijn er ook beperkingen als rechtstreeks gevolg hiervan aan te nemen in het kader van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Mogelijk geldt hetzelfde voor de gew[r]ichtsklachten, welke door de reumatoloog als gegeneraliseerde chronische tendomyogene klachten werden geduid. Dit lijkt synoniem voor fibromyalgie, hetgeen net als Long covid een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld betreft en eveneens door de WHO is erkend als ziekte. De conclusie van [de deskundige] dat deze klachten niet tot belemmeringen voor werk zouden leiden, meer bepaald op fysiek vlak, wordt dan ook in twijfel getrokken. Dit is eveneens het geval voor de BHR/astma, wat bijvoorbeeld voor werk in een belastende atmosfeer, met sterke luchtverplaatsing of bij forse temperatuurschommelingen een belemmering kan zijn. Verder kan in reactie op het verzekeringsgeneeskundig conceptexpertiserapport worden opgemerkt dat daarin delen letterlijk lijken te zijn overgenomen uit het vorige expertiserapport van [de eerste verzekeringsarts], waaronder met betrekking tot conclusies, analyse van stagnatie en adviezen inzake herstel van inzetbaarheid. Daarnaast is bij de diagnose ‘PAP’ genoteerd, waarvoor uit het rapport geen onderbouwing komt. Tot slot wordt bij de prognose beschreven dat ‘pacing’ kan helpen om PEM en klachtentoename te voorkomen, maar hier is verder geen consequentie aan verbonden met betrekking tot de belastbaarheid van cliënt, hetgeen inconsistent wordt beschouwd, zeker gelet op haar pre-morbide functioneren met onder meer 60 uur per week werken. (…).” 2.16. In een brief van 4 juni 2025 van [naam 2] aan de advocaat van [eiseres] is onder meer vermeld: “(…). Als een jurist van een wederpartij een medische expertise inhoudelijk bekritiseert, dan roept dat een aantal overwegingen op: 1. Beperkte medische kennis Juristen hebben meestal geen medische achtergrond. Inhoudelijke kritiek op medische expertises kan daardoor oppervlakkig of onjuist zijn als die kritiek niet onderbouwd wordt door een medisch deskundige. 2. Rol van de jurist Juristen beoordelen vooral de juridische en procedurele aspecten van een zaak (…). 3. Wanneer is kritiek valide? Als de jurist de inhoud van de medische expertise met medisch advies of een contra-expertise ondersteund, is kritiek inhoudelijk vaak beter onderbouwd. Zonder medische onderbouwing kan de kritiek ondeskundig overkomen en minder zwaar wegen bij een rechter. 4. Juridische strategie Kritiek door juristen kan ook een tactiek zijn om twijfel te zaaien of om tijd te winnen. Het is verstandig om bij tegenwerpingen altijd een medisch specialist mee te laten kijken. (…) Mijn mening is dat het niet ongebruikelijk is dat juristen medische expertises ter discussie stellen, maar […] juristen zonder medische kennis lopen risico op misinterpretatie. Inhoudelijke medische kritiek is het sterkst als die gesteund wordt door een medisch expert. Dit laatste is dan ook door u gedaan; collega [naam 3] , werkzaam voor Triage, is hiervoor geconsulteerd, een kanttekening ten aanzien van de competenties van collega [naam 3] en ondergetekende: Rol Diagnose stellen? Werkt voor? Rol bij AOV-beoordeling Internist Ja Ziekenhuis / specialistische zorg Levert medische informatie / diagnose Verzekeringsarts Nee UWV / Movir Beoordeelt arbeidsongeschiktheid op basis van beperkingen Register Geneeskundig Adviseur Nee Onafhankelijke adviesrol (Movir) Adviseert over medische (on)geschiktheid, consistentie, poliscontext Voorts heeft collega [naam 3] betrokkene niet gezien en heeft ondergetekende ruime ervaring met Covid bij GGD Zeeland, GGD West-Brabant, regio Noorderkempen en regio Antwerpen. Daarnaast heeft ondergetekende geruime tijd de opgenomen Covid-patiënten bij Emergis behandeld. [tabel waarin een vergelijking is gemaakt tussen Long covid (leek) en Post covid (medisch)] (…) Wie stelt dan meestal de diagnose Covid? Longarts (…). Andere specialisten: omdat Covid heel veelzijdig kan zijn (…), kunnen ook revalidatieartsen, cardiologen, neuroloog of internist betrokken zijn. Huisarts: vaak de eerste die de klachten inventariseert en Covid vermoedt. Collega [naam 3] van Triage heeft schijnbaar geen kennisgenomen van de richtlijn, COVID-19 | NHG-Richtlijn. Uw referenties zijn uiterst zinvol, maar niet alvorens de primaire diagnostische juiste NHG-richtlijnen zijn gebruikt. (…). Uw standpunt: PEM is een bekend symptoom van Long Covid. Het is dan ook niet navolgbaar waarom u Long Covid niet als diagnose aanneemt”. PEM, oftewel post-excertionele malaise, komt het meest uitgesproken voor bij ME/CVS (Myalgische Encefalomyelitis / chronisch Vermoeidheidssyndroom). Bij deze ziekte is het een kernsymptoom en zelfs essentieel voor het stellen van de diagnose volgens internationale criteria. Ook bij Covid komt PEM voor; een aanzienlijk deel van de patiënten ervaart dit symptoom, waarbij inspanning leidt tot een verergering van klachten die vaak pas uren of zelfs dagen later optreedt. Bij fibromyalgie melden sommige patiënten PEM-achtige klachten, maar het wordt niet als een centraal kenmerk van de aandoening beschouwd. In het geval van multiple sclerose (MS0 is vermoeidheid wel een bekend symptoom, maar PEM zoals dat bij ME/CVS voorkomt, wordt daar minder vaak gezien. Tot slot kan PEM ook voorkomen bij upus en andere auto-immuunziekten, maar het wordt in deze context meestal niet als een typisch of diagnostisch kenmerk beschouwd. PEM is te objectiveren middels, in tegenstelling tot wat uw medisch adviseur schrijft: (…). Ten aanzien van het dagverhaal, een reis naar Zuid-Frankrijk in het gezelschap van vriendinnen. Als je kampt met covid, is zo’n reis niet altijd vanzelfsprekend. Of het haalbaar is, hangt volledig af van de aard en ernst van de klachten. Post Covid is een verzamelnaam voor aanhoudende klachten na een coronabesmetting, en het beeld ervan is erg wisselend per persoon. (…).
Volledig
Voor zover u van het voorgaande en het medisch advies afwijkt, verzoek ik u vriendelijk expliciet in te gaan op de gepresenteerde argumenten en toe te lichten waarom u long covid niet als diagnose overneemt, dan wel meent dat deze diagnose buiten het bereik van de arbeidsongeschiktheidsverzekering zou vallen.” 2.15. Bij de brief van de advocaat van [eiseres] is als bijlage meegestuurd een medisch advies van [naam 3] (verzekeringsarts-medisch adviseur bij Triage Medisch Advies Bureau) eveneens gedateerd 23 april 2025. Deze brief luidt als volgt, voor zover hier relevant: “(…). In deze, voor mij nieuwe, zaak werd een verzekeringsgeneeskundig conceptexpertiserapport ontvangen, (…). U verzocht over dit rapport advies. (…). In het rapport komt de expert diagnostisch tot het oordeel dat er bij cliënt, behoudens een niet te objectiveren PEM, geen aanwijzingen zijn voor een actieve diagnose / stoornissen. Laatstgenoemde is opmerkelijk, omdat de huisarts schreef over Long covid en dat zou ook door de MDL arts en in verslagen van Condite zijn gedaan, blijkens de reactie van cliënt op het conceptrapport. Long covid, wat een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld betreft, werd echter niet als diagnose door [de deskundige] gehanteerd, die uitging van ‘status na Covid 19 infectie’ en in reactie op het schrijven van cliënt aangaf dat er anamnestisch sprake was van een positieve covid test maar dat overige criteria uit de NHG Richtlijn covid 19 werden gemist. Niet aangegeven is echter welke criteria werden bedoeld. Mocht zijn gedoeld op een positieve coronatest dan kan worden opgemerkt dat daarvan sprake was volgens berichtgeving van de huisarts d.d. 10-01-2022. Gelet op de positieve covid 19 test in combinatie met de nadien aanhoudende klachten van extreme vermoeidheid, welke door de verzekeringsarts als PEM werden geduid, wat een bekend symptoom is van Long covid, verminderde geur alsook de cognitieve klachten (concentratie, prikkelverwerking, woordvindproblemen, brainfog etc). heeft ondergetekende geen aanleiding te twijfelen aan de in de curatieve sector gestelde diagnose Long covid. Zoals gezegd betreft dit een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld en is in die zin juridisch ‘medisch objectief’ te beschouwen en voldoet daarmee aan de polisvoorwaarden. Derhalve zijn er ook beperkingen als rechtstreeks gevolg hiervan aan te nemen in het kader van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Mogelijk geldt hetzelfde voor de gew[r]ichtsklachten, welke door de reumatoloog als gegeneraliseerde chronische tendomyogene klachten werden geduid. Dit lijkt synoniem voor fibromyalgie, hetgeen net als Long covid een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld betreft en eveneens door de WHO is erkend als ziekte. De conclusie van [de deskundige] dat deze klachten niet tot belemmeringen voor werk zouden leiden, meer bepaald op fysiek vlak, wordt dan ook in twijfel getrokken. Dit is eveneens het geval voor de BHR/astma, wat bijvoorbeeld voor werk in een belastende atmosfeer, met sterke luchtverplaatsing of bij forse temperatuurschommelingen een belemmering kan zijn. Verder kan in reactie op het verzekeringsgeneeskundig conceptexpertiserapport worden opgemerkt dat daarin delen letterlijk lijken te zijn overgenomen uit het vorige expertiserapport van [de eerste verzekeringsarts], waaronder met betrekking tot conclusies, analyse van stagnatie en adviezen inzake herstel van inzetbaarheid. Daarnaast is bij de diagnose ‘PAP’ genoteerd, waarvoor uit het rapport geen onderbouwing komt. Tot slot wordt bij de prognose beschreven dat ‘pacing’ kan helpen om PEM en klachtentoename te voorkomen, maar hier is verder geen consequentie aan verbonden met betrekking tot de belastbaarheid van cliënt, hetgeen inconsistent wordt beschouwd, zeker gelet op haar pre-morbide functioneren met onder meer 60 uur per week werken. (…).” 2.16. In een brief van 4 juni 2025 van [naam 2] aan de advocaat van [eiseres] is onder meer vermeld: “(…). Als een jurist van een wederpartij een medische expertise inhoudelijk bekritiseert, dan roept dat een aantal overwegingen op: 1. Beperkte medische kennis Juristen hebben meestal geen medische achtergrond. Inhoudelijke kritiek op medische expertises kan daardoor oppervlakkig of onjuist zijn als die kritiek niet onderbouwd wordt door een medisch deskundige. 2. Rol van de jurist Juristen beoordelen vooral de juridische en procedurele aspecten van een zaak (…). 3. Wanneer is kritiek valide? Als de jurist de inhoud van de medische expertise met medisch advies of een contra-expertise ondersteund, is kritiek inhoudelijk vaak beter onderbouwd. Zonder medische onderbouwing kan de kritiek ondeskundig overkomen en minder zwaar wegen bij een rechter. 4. Juridische strategie Kritiek door juristen kan ook een tactiek zijn om twijfel te zaaien of om tijd te winnen. Het is verstandig om bij tegenwerpingen altijd een medisch specialist mee te laten kijken. (…) Mijn mening is dat het niet ongebruikelijk is dat juristen medische expertises ter discussie stellen, maar […] juristen zonder medische kennis lopen risico op misinterpretatie. Inhoudelijke medische kritiek is het sterkst als die gesteund wordt door een medisch expert. Dit laatste is dan ook door u gedaan; collega [naam 3] , werkzaam voor Triage, is hiervoor geconsulteerd, een kanttekening ten aanzien van de competenties van collega [naam 3] en ondergetekende: Rol Diagnose stellen? Werkt voor? Rol bij AOV-beoordeling Internist Ja Ziekenhuis / specialistische zorg Levert medische informatie / diagnose Verzekeringsarts Nee UWV / Movir Beoordeelt arbeidsongeschiktheid op basis van beperkingen Register Geneeskundig Adviseur Nee Onafhankelijke adviesrol (Movir) Adviseert over medische (on)geschiktheid, consistentie, poliscontext Voorts heeft collega [naam 3] betrokkene niet gezien en heeft ondergetekende ruime ervaring met Covid bij GGD Zeeland, GGD West-Brabant, regio Noorderkempen en regio Antwerpen. Daarnaast heeft ondergetekende geruime tijd de opgenomen Covid-patiënten bij Emergis behandeld. [tabel waarin een vergelijking is gemaakt tussen Long covid (leek) en Post covid (medisch)] (…) Wie stelt dan meestal de diagnose Covid? Longarts (…). Andere specialisten: omdat Covid heel veelzijdig kan zijn (…), kunnen ook revalidatieartsen, cardiologen, neuroloog of internist betrokken zijn. Huisarts: vaak de eerste die de klachten inventariseert en Covid vermoedt. Collega [naam 3] van Triage heeft schijnbaar geen kennisgenomen van de richtlijn, COVID-19 | NHG-Richtlijn. Uw referenties zijn uiterst zinvol, maar niet alvorens de primaire diagnostische juiste NHG-richtlijnen zijn gebruikt. (…). Uw standpunt: PEM is een bekend symptoom van Long Covid. Het is dan ook niet navolgbaar waarom u Long Covid niet als diagnose aanneemt”. PEM, oftewel post-excertionele malaise, komt het meest uitgesproken voor bij ME/CVS (Myalgische Encefalomyelitis / chronisch Vermoeidheidssyndroom). Bij deze ziekte is het een kernsymptoom en zelfs essentieel voor het stellen van de diagnose volgens internationale criteria. Ook bij Covid komt PEM voor; een aanzienlijk deel van de patiënten ervaart dit symptoom, waarbij inspanning leidt tot een verergering van klachten die vaak pas uren of zelfs dagen later optreedt. Bij fibromyalgie melden sommige patiënten PEM-achtige klachten, maar het wordt niet als een centraal kenmerk van de aandoening beschouwd. In het geval van multiple sclerose (MS0 is vermoeidheid wel een bekend symptoom, maar PEM zoals dat bij ME/CVS voorkomt, wordt daar minder vaak gezien. Tot slot kan PEM ook voorkomen bij upus en andere auto-immuunziekten, maar het wordt in deze context meestal niet als een typisch of diagnostisch kenmerk beschouwd. PEM is te objectiveren middels, in tegenstelling tot wat uw medisch adviseur schrijft: (…). Ten aanzien van het dagverhaal, een reis naar Zuid-Frankrijk in het gezelschap van vriendinnen. Als je kampt met covid, is zo’n reis niet altijd vanzelfsprekend. Of het haalbaar is, hangt volledig af van de aard en ernst van de klachten. Post Covid is een verzamelnaam voor aanhoudende klachten na een coronabesmetting, en het beeld ervan is erg wisselend per persoon. (…).
Volledig
Kortom, een reis naar Zuid-Frankrijk met post covid klachten is in sommige gevallen goed mogelijk, mits je je grenzen goed kent, goed voorbereid op weg gaat, en de reis aanpast aan wat jij aankan. Als je klachten zwaar zijn en je snel overprikkeld of uitgeput raakt, dan is het misschien beter om een reis uit te stellen. Collega [naam 3] stelt terecht: “concluderend zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose of stoornissen waardoor er geen beperkingen zijn aan te geven”. Voorts stelt de medisch adviseur [naam 3] : “Voor PEM is geen behandeling”. Dit is niet juist. (…). Beschouwing / advies In het kader van de (particuliere) arbeidsongeschiktheidsverzekering waren clausules op de polis van toepassing voor schildklier, halswervelkolom en psychische klachten. Waarom kunnen klachten blijven bij een goed gesubstitueerde schildklier? (…). (…). Ten aanzien van de BHR/astma, gezien het beperktere medicatiegebruik zijn beperkingen zoals collega [naam 3] voorstelt niet onderbouwd. Het laatste telefonische consult longarts is in januari 2022, in de brief wordt beschreven, geen duidelijke hyperactiviteit en Alvesco stop. (…). De klachten kan ik niet duiden op basis van Foster- en/of Alvesco-gebruik. (…).Voorts stelt collega [naam 3] : “verder kan in reactie op het verzekeringsgeneeskundig conceptexpertiserapport worden opgemerkt dat daarin delen letterlijk lijken te zijn overgenomen uit het vorige expertiserapport van [de eerste verzekeringsarts], waaronder met betrekking tot conclusies, analyse van stagnatie en adviezen inzake herstel van inzetbaarheid. Het kan inderdaad zijn dat feitelijkheden en conclusies van twee verzekeringsartsen gelijk zijn, dit onderschrijft de validiteit van beide rapporten. Voorts geeft collega [naam 3] aan: “daarnaast is bij de diagnose PAP 2 genoteerd, waarvoor uit het rapport geen onderbouwing komt”. Een onderbouwing van een feit? Verder stelt collega [naam 3] : “tot slot wordt bij de prognose beschreven dat ‘pacing’ kan helpen om PEM en klachtentoename te voorkomen, maar hier zijn verder geen consequenties aan verbonden met betrekking tot de belastbaarheid van cliënt, hetgeen inconsistent wordt beschouwd, zeker gelet op haar pre-morbide functioneren met onder meer 60 uur per week werken”. De opmerking kan ik niet duiden. (…). Hopelijk u voldoende te hebben geïnformeerd, het expertiserapport wordt gezien bovenstaande niet gewijzigd.” 2.17. Op dezelfde datum heeft de deskundige ook zijn definitieve rapport afgegeven. De inhoud hiervan is gelijkluidend aan dat van het hiervoor bedoelde conceptrapport. 2.18. Movir heeft [eiseres] bericht dat zij geen reden ziet om de uitkomst van het onderzoek van de deskundige niet over te nemen. De arbeidsongeschiktheidsuitkering aan [eiseres] is niet hervat. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair; Movir veroordeelt om met ingang van 1 januari 2024 een uitkering naar 60% arbeidsongeschiktheid te betalen en 60% premievrijstelling te verlenen (te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment dat de uitkering had moeten worden betaald althans premievrijstelling had moeten worden verleend); voor recht verklaart dat Movir de eventueel door [eiseres] te lijden belastingschade moet vergoeden (verschil in geval van tijdige uitkering), te vermeerderen met wettelijke rente per een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum; subsidiair; voor recht verklaart dat partijen niet gebonden zijn aan het rapport van de deskundige en dat dit niet kan dienen als uitgangspunt bij de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] vanaf 1 januari 2024; voor recht verklaart dat de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] vanaf 1 januari 2024 onder de polis op basis van informatie uit de behandelend sector moet worden vastgesteld door een nieuw verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek; verzekeringsarts [naam 4] benoemt voor het uitvoeren van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en het uitbrengen van schriftelijk verslag; Movir veroordeelt om op basis van het door een arbeidsdeskundige vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage (die zich in het onderzoek heeft gebaseerd op de bevindingen van verzekeringsarts [naam 4] ) tot uitkering over te gaan onder de polis vanaf 1 januari 2024, te vermeerderen met wettelijke rente en premievrijstelling over genoemde periode); voor recht verklaart dat Movir de eventueel door [eiseres] te lijden belastingschade moet vergoeden (verschil in geval van tijdige uitkering), te vermeerderen met wettelijke rente per een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum; zowel primair als subsidiair; Movir te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, nog te begroten conform de toepasselijke staffel en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een door de rechtbank te bepalen dag tot aan de dag van algehele vergoeding; Movir te veroordelen tot vergoeding van de kosten van Triage, begroot op een bedrag van EUR 976,37, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2025; met veroordeling van Movir in de kosten van deze procedure. 3.2. [eiseres] legt daaraan het volgende ten grondslag. Movir dient haar verplichtingen uit hoofde van de verzekering na te komen en de uitkering (met terugwerkende kracht) te hervatten op grond van artikel 3:196 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), want de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] (en daaruit volgende beperkingen) valt onder de dekking van de polis. Partijen zijn ook niet gebonden aan de uitkomsten van het gezamenlijke deskundigenrapport. [eiseres] is uitgevallen door een Covid-besmetting en post-Covid klachten en de huisarts, Condite en de mdl-arts hebben de diagnose Long Covid gesteld. [naam 2] heeft deze informatie genegeerd en onvoldoende aandacht besteed aan de vragen die door of namens [eiseres] zijn gesteld naar aanleiding van het conceptrapport. De conclusie dat er geen objectief medisch vast te stellen lichamelijke stoornis bestaat is en dat uit de diagnose PEM geen klachten en beperkingen voortvloeien is onjuist. 3.3. Movir voert verweer. [eiseres] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vorderingen of de vorderingen moeten worden afgewezen, want zij heeft niet aangetoond dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de polisvoorwaarden. [naam 2] is op initiatief van [eiseres] benoemd en heeft onderzoek gedaan op basis van een gezamenlijke vraagstelling. Het gezamenlijke deskundigenrapport is in orde en geldt als uitgangspunt. Partijen zijn gebonden aan de uitkomst hiervan. De arbeidsongeschiktheidsverzekering biedt geen dekking voor de klachten waarmee [eiseres] zich heeft ziekgemeld. [eiseres] moet bewijzen dat sprake is van (i) objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte en dat de uitsluitingsclausule geen toepassing heeft én (ii) krachtens de polis gedekte beperkingen, maar is hierin niet geslaagd. Tegen een eventuele benoeming van verzekeringsarts [naam 4] bestaan bezwaren althans Movir wil zich hierover indien aan de orde nog uitlaten. Movir is niet gehouden buitengerechtelijke kosten te vergoeden. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [naam 2] heeft in zijn verzekeringsgeneeskundige (eind)rapport van 4 juni 2025 geconcludeerd dat bij [eiseres] geen sprake is van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval en dat geen sprake is van functionele beperkingen. [naam 2] heeft ook geen functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. 4.2. De vraag naar de diagnose(s), heeft [naam 2] als volgt beantwoord: “Behoudens een per definitie niet te objectiveren Post Exertional Malaise zijn er bij betrokkene momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose en geen aanwijzingen voor een actieve stoornis vanuit een lichamelijke/psychische stoornis.” 4.3. In de conceptrapportage van 20 februari 2025 is vermeld dat mogelijk sprake is van Post Exertional Malaise (hierna: PEM). In het eindrapport heeft [naam 2] vermeld dat hij PEM toevoegt aan de diagnose lijst, als volgt: “Diagnose (…) “Status na COVID-19-infectie - PEM. (…)” 4.4.
Volledig
Kortom, een reis naar Zuid-Frankrijk met post covid klachten is in sommige gevallen goed mogelijk, mits je je grenzen goed kent, goed voorbereid op weg gaat, en de reis aanpast aan wat jij aankan. Als je klachten zwaar zijn en je snel overprikkeld of uitgeput raakt, dan is het misschien beter om een reis uit te stellen. Collega [naam 3] stelt terecht: “concluderend zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose of stoornissen waardoor er geen beperkingen zijn aan te geven”. Voorts stelt de medisch adviseur [naam 3] : “Voor PEM is geen behandeling”. Dit is niet juist. (…). Beschouwing / advies In het kader van de (particuliere) arbeidsongeschiktheidsverzekering waren clausules op de polis van toepassing voor schildklier, halswervelkolom en psychische klachten. Waarom kunnen klachten blijven bij een goed gesubstitueerde schildklier? (…). (…). Ten aanzien van de BHR/astma, gezien het beperktere medicatiegebruik zijn beperkingen zoals collega [naam 3] voorstelt niet onderbouwd. Het laatste telefonische consult longarts is in januari 2022, in de brief wordt beschreven, geen duidelijke hyperactiviteit en Alvesco stop. (…). De klachten kan ik niet duiden op basis van Foster- en/of Alvesco-gebruik. (…).Voorts stelt collega [naam 3] : “verder kan in reactie op het verzekeringsgeneeskundig conceptexpertiserapport worden opgemerkt dat daarin delen letterlijk lijken te zijn overgenomen uit het vorige expertiserapport van [de eerste verzekeringsarts], waaronder met betrekking tot conclusies, analyse van stagnatie en adviezen inzake herstel van inzetbaarheid. Het kan inderdaad zijn dat feitelijkheden en conclusies van twee verzekeringsartsen gelijk zijn, dit onderschrijft de validiteit van beide rapporten. Voorts geeft collega [naam 3] aan: “daarnaast is bij de diagnose PAP 2 genoteerd, waarvoor uit het rapport geen onderbouwing komt”. Een onderbouwing van een feit? Verder stelt collega [naam 3] : “tot slot wordt bij de prognose beschreven dat ‘pacing’ kan helpen om PEM en klachtentoename te voorkomen, maar hier zijn verder geen consequenties aan verbonden met betrekking tot de belastbaarheid van cliënt, hetgeen inconsistent wordt beschouwd, zeker gelet op haar pre-morbide functioneren met onder meer 60 uur per week werken”. De opmerking kan ik niet duiden. (…). Hopelijk u voldoende te hebben geïnformeerd, het expertiserapport wordt gezien bovenstaande niet gewijzigd.” 2.17. Op dezelfde datum heeft de deskundige ook zijn definitieve rapport afgegeven. De inhoud hiervan is gelijkluidend aan dat van het hiervoor bedoelde conceptrapport. 2.18. Movir heeft [eiseres] bericht dat zij geen reden ziet om de uitkomst van het onderzoek van de deskundige niet over te nemen. De arbeidsongeschiktheidsuitkering aan [eiseres] is niet hervat. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair; Movir veroordeelt om met ingang van 1 januari 2024 een uitkering naar 60% arbeidsongeschiktheid te betalen en 60% premievrijstelling te verlenen (te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment dat de uitkering had moeten worden betaald althans premievrijstelling had moeten worden verleend); voor recht verklaart dat Movir de eventueel door [eiseres] te lijden belastingschade moet vergoeden (verschil in geval van tijdige uitkering), te vermeerderen met wettelijke rente per een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum; subsidiair; voor recht verklaart dat partijen niet gebonden zijn aan het rapport van de deskundige en dat dit niet kan dienen als uitgangspunt bij de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] vanaf 1 januari 2024; voor recht verklaart dat de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] vanaf 1 januari 2024 onder de polis op basis van informatie uit de behandelend sector moet worden vastgesteld door een nieuw verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek; verzekeringsarts [naam 4] benoemt voor het uitvoeren van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en het uitbrengen van schriftelijk verslag; Movir veroordeelt om op basis van het door een arbeidsdeskundige vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage (die zich in het onderzoek heeft gebaseerd op de bevindingen van verzekeringsarts [naam 4] ) tot uitkering over te gaan onder de polis vanaf 1 januari 2024, te vermeerderen met wettelijke rente en premievrijstelling over genoemde periode); voor recht verklaart dat Movir de eventueel door [eiseres] te lijden belastingschade moet vergoeden (verschil in geval van tijdige uitkering), te vermeerderen met wettelijke rente per een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum; zowel primair als subsidiair; Movir te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, nog te begroten conform de toepasselijke staffel en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een door de rechtbank te bepalen dag tot aan de dag van algehele vergoeding; Movir te veroordelen tot vergoeding van de kosten van Triage, begroot op een bedrag van EUR 976,37, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2025; met veroordeling van Movir in de kosten van deze procedure. 3.2. [eiseres] legt daaraan het volgende ten grondslag. Movir dient haar verplichtingen uit hoofde van de verzekering na te komen en de uitkering (met terugwerkende kracht) te hervatten op grond van artikel 3:196 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), want de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] (en daaruit volgende beperkingen) valt onder de dekking van de polis. Partijen zijn ook niet gebonden aan de uitkomsten van het gezamenlijke deskundigenrapport. [eiseres] is uitgevallen door een Covid-besmetting en post-Covid klachten en de huisarts, Condite en de mdl-arts hebben de diagnose Long Covid gesteld. [naam 2] heeft deze informatie genegeerd en onvoldoende aandacht besteed aan de vragen die door of namens [eiseres] zijn gesteld naar aanleiding van het conceptrapport. De conclusie dat er geen objectief medisch vast te stellen lichamelijke stoornis bestaat is en dat uit de diagnose PEM geen klachten en beperkingen voortvloeien is onjuist. 3.3. Movir voert verweer. [eiseres] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vorderingen of de vorderingen moeten worden afgewezen, want zij heeft niet aangetoond dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de polisvoorwaarden. [naam 2] is op initiatief van [eiseres] benoemd en heeft onderzoek gedaan op basis van een gezamenlijke vraagstelling. Het gezamenlijke deskundigenrapport is in orde en geldt als uitgangspunt. Partijen zijn gebonden aan de uitkomst hiervan. De arbeidsongeschiktheidsverzekering biedt geen dekking voor de klachten waarmee [eiseres] zich heeft ziekgemeld. [eiseres] moet bewijzen dat sprake is van (i) objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte en dat de uitsluitingsclausule geen toepassing heeft én (ii) krachtens de polis gedekte beperkingen, maar is hierin niet geslaagd. Tegen een eventuele benoeming van verzekeringsarts [naam 4] bestaan bezwaren althans Movir wil zich hierover indien aan de orde nog uitlaten. Movir is niet gehouden buitengerechtelijke kosten te vergoeden. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [naam 2] heeft in zijn verzekeringsgeneeskundige (eind)rapport van 4 juni 2025 geconcludeerd dat bij [eiseres] geen sprake is van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval en dat geen sprake is van functionele beperkingen. [naam 2] heeft ook geen functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. 4.2. De vraag naar de diagnose(s), heeft [naam 2] als volgt beantwoord: “Behoudens een per definitie niet te objectiveren Post Exertional Malaise zijn er bij betrokkene momenteel geen aanwijzingen voor een actieve diagnose en geen aanwijzingen voor een actieve stoornis vanuit een lichamelijke/psychische stoornis.” 4.3. In de conceptrapportage van 20 februari 2025 is vermeld dat mogelijk sprake is van Post Exertional Malaise (hierna: PEM). In het eindrapport heeft [naam 2] vermeld dat hij PEM toevoegt aan de diagnose lijst, als volgt: “Diagnose (…) “Status na COVID-19-infectie - PEM. (…)” 4.4.
Volledig
PEM houdt (volgens door Movir overgelegde informatie) in de verergering van klachten na lichamelijke, cognitieve en/of emotionele inspanning. Naast de verergering van al bestaande klachten kan het ook leiden tot niet eerder opgetreden lichamelijke en/of cognitieve klachten. Bij een ruime meerderheid van patiënten die kampen met blijvende klachten na een infectie zoals Post-covid, veroorzaakt een minimale inspanning PEM. De ernst en de duur van de klachten die ontstaan, staan niet in verhouding tot de mate van geleverde inspanning, overkoepelend ook wel inspanningsintolerantie genoemd. PEM speelt een belangrijke rol in redenen waardoor patiënten niet goed meer kunnen deelnemen aan de maatschappij. PEM wordt gezien als een kernsymptoom van (onder meer) een aandoening als Post-covid. 4.5. De rechtbank overweegt als volgt. In het eindrapport van [naam 2] is vermeld dat [eiseres] heeft verklaard te kampen met vele klachten, waaronder vermoeidheidsklachten en cognitieve klachten. In de door [eiseres] overgelegde informatie van de behandelend sector, waaronder verklaringen van de huisarts van [eiseres] (van 10 januari 2022, 13 juni 2022 en 8 juni 2023) is vermeld dat [eiseres] zich op het spreekuur heeft gemeld met Post-covid, dat zij een traject op advies van Movir heeft gevolgd in verband met de Post-covidklachten, dat sprake was van een terugval met toename van concentratieproblemen en vermoeidheid en dat zij op basis van haar klachten in aanmerking kwam voor een multi-disciplinair revalidatietraject, maar dit niet werd vergoed in verband met de diagnose Post-covid. Een huisarts kan de diagnose Post-covid stellen. Uit voornoemde informatie volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat de huisarts heeft vastgesteld dat bij [eiseres] sprake was van Post-covid, voor zover Movir dat betwist. [eiseres] is thans bij de Vermoeidheidskliniek onder behandeling, die in een brief van 11 november 2025 heeft bevestigd dat [eiseres] ”voldoet aan de criteria voor Post Covid Syndroom”. 4.6. [naam 2] heeft in zijn eindrapport aangenomen dat sprake is van PEM. Uit de hiervoor onder (4.4) genoemde informatie van Movir zelf volgt dat PEM een bij Post-covid passend kernsymptoom is en als ernstig invaliderend moet worden gezien. [naam 2] heeft daarbij nagelaten te motiveren hoe het aannemen van PEM zich verhoudt tot zijn conclusie dat geen sprake is van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval en dat geen sprake is van functionele beperkingen. Daarmee is de door hem gegeven motivering gebrekkig en doet die geen recht aan de situatie van [eiseres] . Dat geldt temeer nu [eiseres] tegen hem heeft verklaard dat zij kampt met een grote hoeveelheid klachten, waaronder vermoeidheids- en concentratieklachten, en bij [naam 2] ook bekend was dat [eiseres] – zoals [naam 3] terecht benadrukte – vóór haar Covid-infectie meer dan zestig uur per week in haar eigen bedrijf werkte, terwijl zij nu nog slechts in deeltijd (circa achttien uur per week) lichte werkzaamheden kan doen. Trainingen geven gaat bijvoorbeeld niet meer. Dat [naam 2] tot de conclusie komt dat geen sprake is van beperkingen terwijl wel wordt aangenomen dat sprake is van – een bij Post-covid passend kernsymptoom – PEM, zonder dat verder toe te lichten en deugdelijk te motiveren, maakt het rapport op dit punt naar het oordeel van de rechtbank niet logisch en consistent. [naam 2] heeft in redelijkheid niet tot de beslissing kunnen komen dat geen sprake is van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval en dat geen sprake is van functionele beperkingen (en daarmee niet van arbeidsongeschiktheid). 4.7. Hoewel partijen in beginsel gebonden zijn aan de uitkomst van de door [naam 2] verrichte herbeoordeling – zo is onder 6.6 van de polisvoorwaarden vermeld dat de uitkomst van de herbeoordeling (door [eiseres] en Movir) wordt geaccepteerd – maakt voormeld (motiverings)gebrek gebondenheid aan het rapport van [naam 2] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarbij is ook het volgende van belang. 4.8. [eiseres] heeft het (concept)rapport van [naam 2] bestreden met een advies van medisch adviseur [naam 3] . Met het medisch advies van [naam 3] van 23 april 2025 (2.15) heeft (de advocaat van) [eiseres] een onderbouwde reactie gegeven op de inhoud van het conceptrapport en de deskundige verzocht zijn conclusies nader toe te lichten (2.14). [eiseres] vroeg zich – terecht – af waarom de diagnose Post-covid niet is overgenomen, zonder toelichting, terwijl die diagnose volgens haar past bij haar klachtenbeeld – ten aanzien waarvan de deskundige wél een (lange) klachtenlijst heeft overgenomen – en zij wijst er op dat hier voldoende aanleiding voor is, temeer nu [naam 2] PEM heeft toegevoegd als diagnose. 4.9. [naam 3] heeft verder over het (concept)rapport van [naam 2] opgemerkt dat [naam 2] schreef dat pacing kan helpen om PEM en klachtentoename te voorkomen, maar dat hij daar geen conclusie aan heeft verbonden wat betreft belastbaarheid en dat dat inconsistent is, zeker omdat [eiseres] voorheen zestig uur per week werkte en hoog functionerend was. De rechtbank constateert dat [naam 2] die – terechte – opmerking heeft gepasseerd zonder daar inhoudelijk iets over te zeggen. 4.10. [naam 3] heeft tot slot opgemerkt dat [naam 2] schreef dat sprake was van een anamnestisch positieve Covid-test, maar dat overige criteria uit de NHG-richtlijn worden gemist. Welke criteria daar zijn bedoeld heeft [naam 2] niet toegelicht. Ook op dit punt is het rapport van [naam 2] onvoldoende gemotiveerd. Ondanks vragen van [eiseres] en opmerkingen van [naam 3] heeft [naam 2] nagelaten zijn advies op de hier besproken (relevante) punten deugdelijk te onderbouwen. 4.11. De verwijzing door Movir (in haar pleitnota) naar het arrest van het Hof Den Haag met vindplaats ECLI:NL:GHDHA:2025:2253 kan Movir niet baten en leidt niet tot een ander oordeel. In die zaak zijn ten overvloede een paar overwegingen gewijd aan een verzekeringsgeneeskundig rapport dat voor de beoordeling niet meer relevant was. Uit die overwegingen volgt dat slechts bij zwaarwegende en steekhoudende bezwaren kan worden getornd aan de beslissende betekenis van een rapport dat in overleg tussen partijen tot stand is gekomen en waarbij partijen zijn overeengekomen dat rapport als uitgangspunt te nemen voor de verdere beslechting van hun geschil. Dat uitgangspunt is in de onderhavige zaak ook gehanteerd. Hiervoor is uitgelegd welke bezwaren er tegen het rapport van [naam 2] bestaan die maken dat partijen niet aan dat rapport gebonden zijn. Slotsom 4.12. Bij deze stand van zaken kan tot geen andere conclusie worden gekomen dan dat opnieuw op kosten van Movir verzekeringsgeneeskundig onderzoek dient plaats te vinden naar de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] en eventueel daaruit voortvloeiende (gedekte) beperkingen, op basis van de eerder overeengekomen vraagstelling. Er zal een nieuwe deskundige worden benoemd om een herbeoordeling te verrichten. Dat betekent dat de onder 3.1.c) gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen zoals in het dictum vermeld. 4.13. De rechtbank stelt partijen eerst in de gelegenheid overeenstemming te bereiken over een te benoemen verzekeringsarts en zal de zaak hiertoe verwijzen naar de rol. 4.14. Indien partijen de rechtbank op de hierna in het dictum genoemde roldatum laten weten dat het hen niet is gelukt voornoemde overeenstemming te bereiken, is de rechtbank voornemens één van onderstaande verzekeringsartsen (leden NVMSR) te benaderen met het verzoek of hij of zij bereid en in staat is om een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uit te voeren: [naam 5] te [woonplaats 2] ; [naam 6] te [woonplaats 3] ; [naam 7] te [woonplaats 4] ; [naam 8] te [woonplaats 5] ; en; [naam 9] te [woonplaats 6] . 4.15. Partijen dienen zich in dat geval ook uit te laten over een eventuele voorkeur voor of bezwaren tegen (één van) de hiervoor genoemde deskundigen. 4.16. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1.
Volledig
PEM houdt (volgens door Movir overgelegde informatie) in de verergering van klachten na lichamelijke, cognitieve en/of emotionele inspanning. Naast de verergering van al bestaande klachten kan het ook leiden tot niet eerder opgetreden lichamelijke en/of cognitieve klachten. Bij een ruime meerderheid van patiënten die kampen met blijvende klachten na een infectie zoals Post-covid, veroorzaakt een minimale inspanning PEM. De ernst en de duur van de klachten die ontstaan, staan niet in verhouding tot de mate van geleverde inspanning, overkoepelend ook wel inspanningsintolerantie genoemd. PEM speelt een belangrijke rol in redenen waardoor patiënten niet goed meer kunnen deelnemen aan de maatschappij. PEM wordt gezien als een kernsymptoom van (onder meer) een aandoening als Post-covid. 4.5. De rechtbank overweegt als volgt. In het eindrapport van [naam 2] is vermeld dat [eiseres] heeft verklaard te kampen met vele klachten, waaronder vermoeidheidsklachten en cognitieve klachten. In de door [eiseres] overgelegde informatie van de behandelend sector, waaronder verklaringen van de huisarts van [eiseres] (van 10 januari 2022, 13 juni 2022 en 8 juni 2023) is vermeld dat [eiseres] zich op het spreekuur heeft gemeld met Post-covid, dat zij een traject op advies van Movir heeft gevolgd in verband met de Post-covidklachten, dat sprake was van een terugval met toename van concentratieproblemen en vermoeidheid en dat zij op basis van haar klachten in aanmerking kwam voor een multi-disciplinair revalidatietraject, maar dit niet werd vergoed in verband met de diagnose Post-covid. Een huisarts kan de diagnose Post-covid stellen. Uit voornoemde informatie volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat de huisarts heeft vastgesteld dat bij [eiseres] sprake was van Post-covid, voor zover Movir dat betwist. [eiseres] is thans bij de Vermoeidheidskliniek onder behandeling, die in een brief van 11 november 2025 heeft bevestigd dat [eiseres] ”voldoet aan de criteria voor Post Covid Syndroom”. 4.6. [naam 2] heeft in zijn eindrapport aangenomen dat sprake is van PEM. Uit de hiervoor onder (4.4) genoemde informatie van Movir zelf volgt dat PEM een bij Post-covid passend kernsymptoom is en als ernstig invaliderend moet worden gezien. [naam 2] heeft daarbij nagelaten te motiveren hoe het aannemen van PEM zich verhoudt tot zijn conclusie dat geen sprake is van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval en dat geen sprake is van functionele beperkingen. Daarmee is de door hem gegeven motivering gebrekkig en doet die geen recht aan de situatie van [eiseres] . Dat geldt temeer nu [eiseres] tegen hem heeft verklaard dat zij kampt met een grote hoeveelheid klachten, waaronder vermoeidheids- en concentratieklachten, en bij [naam 2] ook bekend was dat [eiseres] – zoals [naam 3] terecht benadrukte – vóór haar Covid-infectie meer dan zestig uur per week in haar eigen bedrijf werkte, terwijl zij nu nog slechts in deeltijd (circa achttien uur per week) lichte werkzaamheden kan doen. Trainingen geven gaat bijvoorbeeld niet meer. Dat [naam 2] tot de conclusie komt dat geen sprake is van beperkingen terwijl wel wordt aangenomen dat sprake is van – een bij Post-covid passend kernsymptoom – PEM, zonder dat verder toe te lichten en deugdelijk te motiveren, maakt het rapport op dit punt naar het oordeel van de rechtbank niet logisch en consistent. [naam 2] heeft in redelijkheid niet tot de beslissing kunnen komen dat geen sprake is van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval en dat geen sprake is van functionele beperkingen (en daarmee niet van arbeidsongeschiktheid). 4.7. Hoewel partijen in beginsel gebonden zijn aan de uitkomst van de door [naam 2] verrichte herbeoordeling – zo is onder 6.6 van de polisvoorwaarden vermeld dat de uitkomst van de herbeoordeling (door [eiseres] en Movir) wordt geaccepteerd – maakt voormeld (motiverings)gebrek gebondenheid aan het rapport van [naam 2] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarbij is ook het volgende van belang. 4.8. [eiseres] heeft het (concept)rapport van [naam 2] bestreden met een advies van medisch adviseur [naam 3] . Met het medisch advies van [naam 3] van 23 april 2025 (2.15) heeft (de advocaat van) [eiseres] een onderbouwde reactie gegeven op de inhoud van het conceptrapport en de deskundige verzocht zijn conclusies nader toe te lichten (2.14). [eiseres] vroeg zich – terecht – af waarom de diagnose Post-covid niet is overgenomen, zonder toelichting, terwijl die diagnose volgens haar past bij haar klachtenbeeld – ten aanzien waarvan de deskundige wél een (lange) klachtenlijst heeft overgenomen – en zij wijst er op dat hier voldoende aanleiding voor is, temeer nu [naam 2] PEM heeft toegevoegd als diagnose. 4.9. [naam 3] heeft verder over het (concept)rapport van [naam 2] opgemerkt dat [naam 2] schreef dat pacing kan helpen om PEM en klachtentoename te voorkomen, maar dat hij daar geen conclusie aan heeft verbonden wat betreft belastbaarheid en dat dat inconsistent is, zeker omdat [eiseres] voorheen zestig uur per week werkte en hoog functionerend was. De rechtbank constateert dat [naam 2] die – terechte – opmerking heeft gepasseerd zonder daar inhoudelijk iets over te zeggen. 4.10. [naam 3] heeft tot slot opgemerkt dat [naam 2] schreef dat sprake was van een anamnestisch positieve Covid-test, maar dat overige criteria uit de NHG-richtlijn worden gemist. Welke criteria daar zijn bedoeld heeft [naam 2] niet toegelicht. Ook op dit punt is het rapport van [naam 2] onvoldoende gemotiveerd. Ondanks vragen van [eiseres] en opmerkingen van [naam 3] heeft [naam 2] nagelaten zijn advies op de hier besproken (relevante) punten deugdelijk te onderbouwen. 4.11. De verwijzing door Movir (in haar pleitnota) naar het arrest van het Hof Den Haag met vindplaats ECLI:NL:GHDHA:2025:2253 kan Movir niet baten en leidt niet tot een ander oordeel. In die zaak zijn ten overvloede een paar overwegingen gewijd aan een verzekeringsgeneeskundig rapport dat voor de beoordeling niet meer relevant was. Uit die overwegingen volgt dat slechts bij zwaarwegende en steekhoudende bezwaren kan worden getornd aan de beslissende betekenis van een rapport dat in overleg tussen partijen tot stand is gekomen en waarbij partijen zijn overeengekomen dat rapport als uitgangspunt te nemen voor de verdere beslechting van hun geschil. Dat uitgangspunt is in de onderhavige zaak ook gehanteerd. Hiervoor is uitgelegd welke bezwaren er tegen het rapport van [naam 2] bestaan die maken dat partijen niet aan dat rapport gebonden zijn. Slotsom 4.12. Bij deze stand van zaken kan tot geen andere conclusie worden gekomen dan dat opnieuw op kosten van Movir verzekeringsgeneeskundig onderzoek dient plaats te vinden naar de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] en eventueel daaruit voortvloeiende (gedekte) beperkingen, op basis van de eerder overeengekomen vraagstelling. Er zal een nieuwe deskundige worden benoemd om een herbeoordeling te verrichten. Dat betekent dat de onder 3.1.c) gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen zoals in het dictum vermeld. 4.13. De rechtbank stelt partijen eerst in de gelegenheid overeenstemming te bereiken over een te benoemen verzekeringsarts en zal de zaak hiertoe verwijzen naar de rol. 4.14. Indien partijen de rechtbank op de hierna in het dictum genoemde roldatum laten weten dat het hen niet is gelukt voornoemde overeenstemming te bereiken, is de rechtbank voornemens één van onderstaande verzekeringsartsen (leden NVMSR) te benaderen met het verzoek of hij of zij bereid en in staat is om een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uit te voeren: [naam 5] te [woonplaats 2] ; [naam 6] te [woonplaats 3] ; [naam 7] te [woonplaats 4] ; [naam 8] te [woonplaats 5] ; en; [naam 9] te [woonplaats 6] . 4.15. Partijen dienen zich in dat geval ook uit te laten over een eventuele voorkeur voor of bezwaren tegen (één van) de hiervoor genoemde deskundigen. 4.16. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1.